Recensie

Recensie Film

Spike Lee speelde met ‘Do the Right Thing’ met dynamiet

Spike Lee Roept het nog steeds indrukwekkende ‘Do the Right Thing’ (1989) op tot raciaal geweld? Of kweekt Spike Lee juist begrip voor zijn zwarte én witte personages?

Mookie (Spike Lee) met zijn baas, pizzabakker Sal (Danny Aiello), in ‘Do the Right Thing’.
Mookie (Spike Lee) met zijn baas, pizzabakker Sal (Danny Aiello), in ‘Do the Right Thing’.

‘Spike Lee speelt met dynamiet”, schreef criticus David Denby in de zomer van 1989, toen Do the Right Thing zijn Amerikaanse première beleefde. „Als een deel van het publiek wild wordt, is hij [Spike Lee, red.] deels verantwoordelijk”, voegde Denby eraan toe.

Hij was niet de enige criticus die bang was dat er rassenrellen zouden uitbreken. Toen de film een paar maanden eerder in wereldpremière ging op het filmfestival van Cannes waren de reacties verdeeld. Niet zozeer over de kwaliteit van de derde film van Lee, als wel over de mogelijke gevolgen ervan. „Deze film roept op tot raciaal geweld”, riep een boze filmjournalist, een ander vond juist dat Lee op genuanceerde wijze begrip kweekte voor alle personages, zwart én wit.

Wie zelf wil beoordelen hoe het zit, kan nu naar een van de filmtheaters waar de restauratie draait die vorig jaar ter gelegenheid van het dertigjarige bestaan van Do the Right Thing werd gemaakt.

De krachtige film speelt zich af op een snikhete dag in de New Yorkse buurt Bedford-Stuyvesant (Bed-Stuy). Spike Lee speelt Mookie, die pizza’s bezorgt voor Sal’s Famous Pizzeria. Eigenaar Sal heeft twee zonen, de racistische Pino en zijn met Mookie bevriende broertje Vito. Om hen heen figureren een aantal andere inwoners van Bed-Stuy, onder wie opgewonden standje Buggin Out en Radio Raheem. De imposante Raheem heeft een gettoblaster die de hele tijd ‘Fight the Power’ van rapgroep Public Enemy keihard afspeelt – dat opzwepende nummer opent ook de film.

Buggin Out zet alles op scherp als hij aan Sal vraagt waarom er geen zwarte helden hangen op de Wall of Fame in zijn pizzeria. Die muur is gewijd aan Italo-Amerikanen als Robert De Niro, Al Pacino, John Travolta en Frank Sinatra. Sal wordt boos en zegt dat hij zelf wel bepaalt wie er op zijn Wall of Fame hangt, waarop Buggin Out antwoordt dat zijn clientèle vrijwel uitsluitend uit zwarten bestaat en hij daar best rekening mee kan houden. Deze kwestie van een (meer) gebalanceerde representatie van zwarten en witten is niet het enige vraagstuk dat Do the Right Thing nog steeds relevant maakt.

Wit is in alles de norm

Tegenover Sal’s Wall of Fame staat de stotterende Smiley, die door hemzelf met kleuren versierde, beduimelde fotokopietjes verkoopt van Martin Luther King en Malcolm X – citaten van beiden komen voorbij tijdens de aftiteling. En in de studio van de lokale dj Love Daddy hangen posters van onder anderen Whitney Houston, Anita Baker en Keith Sweat. In een memorabele en veelzeggende sequentie noemt Love Daddy een eindeloze rij namen van zwarte musici.

Het punt is duidelijk: wit is in alles de norm, het wordt tijd daar iets tegenover te zetten. En dat is precies wat Spike Lee doet. Toen hij zijn film maakte, was de zwarte cinema op sterven na dood. Het tijdperk van de blaxploitationfilm was voorbij en los van zwarte komieken als Richard Pryor en Eddie Murphy was er niet heel veel voor in de plaats gekomen. Het grote succes van Do the Right Thing veranderde dat, waarna er een golfje zwarte films kwam, waaronder Boyz n the Hood (1991) en Menace II Society (1993).

Het controversiële van Do the Right Thing is de climax, die volgens sommige critici dus een oproep tot geweld was. Als Radio Raheem (spoiler!) bij een opstootje door een nekklem (met wapenstok) van een politieman sterft, slaat de vlam in de pan. Lee baseerde dat op eerdere incidenten met politiegeweld, onder meer de dood van Michael Stewart en Michael Griffith. Woedende omstanders scanderen hun namen en roepen ‘Howard Beach’, een verwijzing naar de plek waar Stewart stierf nadat hij door een groepje witte jongens was opgejaagd.

De voorspelde rassenrellen naar aanleiding van de nog steeds indrukwekkende film bleven uit. Toch had Lee een voorspellende blik, want in 1992 – het jaar waarin zijn Malcolm X-biopic in de bioscoop kwam – sloeg de vlam daadwerkelijk in de pan nadat de politie van Los Angeles de zwarte Rodney King gruwelijk in elkaar had geslagen en beelden daarvan in het nieuws belandden. Bij de Oscarnominaties werd Do the Right Thing gepasseerd ten faveure van Driving Miss Daisy, met Morgan Freeman als dienstbare zwarte chauffeur. Dat schetste een veel harmonieuzer beeld van rassenrelaties.