Promovendus: productiviteit lijdt amper onder smartphone

Mediagebruik Een appje haalt je niet direct uit je concentratie, concludeert Niklas Johannes in zijn promotieonderzoek.

De smartphone is heus niet zo’n concentratie-killer als alom gedacht. Dat concludeerde Niklas Johannes vorige maand in zijn promotie aan de Radboud Universiteit (‘Effects of smartphones on well-being and performance’). Hij ging na hoezeer notificaties (bijvoorbeeld van een binnenkomend appje) mensen afleiden van een ingewikkelde taak terwijl hun telefoon met het scherm naar beneden op tafel ligt. De ene groep kreeg voortdurend berichten, terwijl het bij de testgroep stil bleef. Wat bleek: de groep die aan de lopende band berichten ontving, wist met dezelfde efficiëntie taken af te ronden als de ‘notificatieloze’ groep.

Er zijn ook onderzoeken die wél een verband zien.

„Ik keek niet naar hoe vaak mensen hun telefoon gebruiken, maar onderzocht hun gedrag op momenten dat ze er niet naar mochten kijken. Ik liet ze een complexe opdracht uitvoeren terwijl ze niet naar hun telefoon mochten kijken, om te bepalen of ze afgeleid werden door alle gemiste gesprekken in de online wereld.”

Onderzoek van de London School of Economics legde expliciet het verband tussen smartphonegebruik en leerprestaties. Studenten die hun telefoons niet in de klas mogen gebruiken, zouden hogere examencijfers halen.

„Het is lastig om mijn resultaten daarmee te vergelijken, omdat ik mij beperkte tot experimenten van hooguit twintig minuten. De Britten keken naar de brede examenresultaten op meerdere scholen.”

Met smartphones kun je tegenwoordig monitoren hoeveel minuten per dag of per week je in veelgebruikte apps zit. Als de negatieve effecten wel meevallen, heeft het dan nog wel zin dit in de gaten te houden?

„Die meetprogramma’s zijn doorgaans goed ontworpen en geven je inzicht in je telefoongedrag. Maar dat ze ook laten zien hoeveel minuten je per dag in een app zit, vind ik een slecht idee. Je hebt er niks aan om te weten dat je 23 minuten naar WhatsApp keek, want niks wijst erop dat dit per sé slecht voor je is. Het zou heel slecht zijn als we het idee krijgen dat je bijvoorbeeld Twitter maar een paar minuten per dag mag gebruiken, zonder dat er een wetenschappelijke reden is om de app te vermijden.”

Toch schrijft u dat een kleine groep mensen alsnog moeilijk van de smartphone af kan blijven.

„Ja, maar ik denk niet dat je dit direct smartphoneverslaving moet noemen. Er is immers nog geen richtlijn om zo’n verslaving klinisch te definiëren, zoals wel bij depressie. Veel mensen zeggen dat ze ‘verslaafd zijn aan hun telefoon’, maar het apparaat of de technologie heeft daar niks mee te maken. Het is hun gedrag dat hiermee tot uiting komt.

„Maar hoe groot die groep is? Dat is lastig om vast te stellen. Sommige onderzoekers beweren dat 1 procent van de mensen potentieel verslaafd is, terwijl anderen spreken van 45 procent. Zelf denk ik dat we het echt wel door zouden hebben als 45 procent van de bevolking verslaafd is.”