Opinie

Ook hoogontwikkeld Nederland kan zich in het virus vergissen

Corona

Commentaar

Driehonderdeenentwintig besmettingen, drie doden ‘and counting’. De opmars van het coronavirus in Nederland heeft iets van kijken naar een aanrijding in slow motion. Tegen een decor van onzekerheid, hulpeloosheid en licht fatalisme. Vooral Zuid-, Midden- en West-Nederland zijn getroffen; voor Brabanders, of ze nu koortsig of verkouden zijn of niet, geldt sinds maandag het advies ‘werk thuis waar mogelijk’. Veel basisscholen in het zuiden bleven al leeg, vermoedelijk deels uit voorzorg. Is dit een voorbode van wat het hele land te wachten staat?

De autoriteiten slaan hier een nuchtere, om niet te zeggen enigszins laconieke toon aan, waarop door de burger in hetzelfde register lijkt te worden gereageerd. Er wordt (nog) niet echt gehamsterd. De vraag naar mondkapjes is wel gestegen, maar voor het dragen is het kennelijk nog te vroeg. In het straatbeeld zijn ze zeldzaam. De treinen zitten vol; evenementen worden wel afgelast, maar niet als regel. In het sociale verkeer was tot gisteren alleen het geven van handen een vraag. Premier Rutte hakte de knoop door. Voorlopig maar even niet.

Nederland is duidelijk nog in de vroegere stadia van het indammen van de verspreiding van het virus. De Groningse studentenvereniging Vindicat kon zelfs ruim een week terug nog afreizen naar Noord-Italië voor een skivakantie, wat al na een paar dagen nogal wereldvreemd leek. In Italië heeft het gezag inmiddels getracht stevig in te grijpen. Daar werd onder het mom van een ‘nationale noodtoestand’ de bewegingsvrijheid van 16 miljoen Italianen in het noorden stevig beperkt. Het openbare leven is er de komende weken zo goed als stilgelegd – reizen mag alleen bij dringende noodzaak. In heel Italië is het onderwijs stilgelegd. Musea, theaters, bioscopen, sportinstellingen moeten dicht. Wedstrijden mogen alleen zonder publiek.

Lees ook: Wil het Witte Huis wel weten hoe de corona-uitbraak verloopt?

Vergelijk dat met de Nederland, waar de regie vooral bij het RIVM ligt en de minister voor Medische Zorg. Hun toon is nuchter, de adviezen zijn praktisch, nog weinig belastend en daardoor ook geruststellend. Tegelijk wringt er ook iets. Onwillekeurig is de subtekst van de overheidsadviezen dat de coronarisico’s beheersbaar zijn voor wie ze netjes opvolgt. Dat sluit ook aan bij de behoefte van de burger aan controle en zekerheid. In tijden van crisis zoekt de burger naar orde – de overheid is dan in de vertrouwde rol als beheerder van de verzorgingsstaat die voor vrijwel alles een oplossing heeft. Dat kan ook schijnveiligheid geven. Er dreigt enigszins uit het zicht te raken dat bij een nog altijd tamelijk onbekend virus er juist vele risico’s en onzekerheden bestaan en ook zullen blijven bestaan. Ook het hoogontwikkelde, risicomijdende Nederland kan zich dan vergissen.

In het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk lijkt men minder te schromen voor steviger taal en grootschaliger maatregelen. Dat kan het gevolg zijn van een andere risicotaxatie, of een ander, later stadium van de uitbraak. Maar dat mag het gezag hier er niet van weerhouden om óók de onzekerheden onder woorden te durven brengen. De bezorgde burger is voldoende volwassen om te kunnen reflecteren op eventueel te verwachten veel grotere aantallen besmettingen met mogelijk hogere sterftecijfers.

Dat is, enigszins paradoxaal, óók geruststellend. Een overheid die ‘deelt’ dat zij niet alles weet, noch kan voorspellen, wint aan legitimiteit. Het kan de burger stimuleren om ter preventie meer eigen verantwoordelijkheid te nemen. Bijvoorbeeld om solidair te zijn met de kwetsbaren door eerder thuis te blijven.