Recensie

Recensie Muziek

Jetske Mijnssen fileert ‘Orfeo’ met chirurgenogen

Opera Operaregisseur Jetske Mijnssen maakt volgend seizoen haar debuut bij De Nationale Opera. In het buitenland wordt ze al veel langer gezien. Zoals in Kopenhagen, waar ze van oer-opera ‘Orfeo’ een aangrijpend rouwverhaal maakt.

Scène uit de opera ‘Orfeo’ van Jetske Mijnssen.
Scène uit de opera ‘Orfeo’ van Jetske Mijnssen. Miklos Szabo

Er is een nieuw operahuis, aan de haven, maar een intieme ‘fabel in muziek’ als Monteverdi’s Orfeo past beter in het oude Koninklijke Theater, gebouwd in 1874 en gelegen in het centrum van de stad. Bijkomend voordeel: er zijn tijdens de uitverkochte première slechts 700 van de 1.600 stoelen leeg. Door een recente Corona-verordening van de Deense overheid mogen er maximaal duizend mensen op één avond aanwezig zijn, personeel meegerekend. De overige kaartjes zijn nietig verklaard. In het nieuwe operahuis waren dat nog honderd lege stoelen meer geweest.

Voor de Nederlandse regisseur Jetske Mijnssen (1970) is dit het zoveelste operahuis waar ze furore maakt. Ze ensceneerde voorstellingen in Zwitserland (Bern, Basel, Genève, Zürich), Duitsland (Komische Oper Berlin, Essen, Saarbrücken, Hamburg, Dresden) en Frankrijk (Nancy, Strasbourg, Versailles). De Nationale Opera bleef achter – tot nu. Deze maand werd bekend dat Mijnssen voor DNO in de drie komende seizoenen een Donizetti-trilogie zal regisseren: Anna Bolena, Maria Stuarda en Roberto Devereux.

Scène de opera ‘Orfeo’ van Jetske Mijnssen.

Miklos Szabo

Dat operadirecteur Sophie de Lint haar vroeg voor opera’s zo rijk aan psychologische intrige, snijdt hout. Mijnssen fileert libretto’s met chirurgenogen en belicht ze zo dat het treffende, tijdloze verhalen-over-mensen worden. Ook Monteverdi’s Orfeo – haar tweede Orfeo na de bekroonde productie van de onbekende barokopera van Luigi Rossi wordt in haar handen tot een eigentijdse verhaal; een herkenbare tragedie vol liefde en rouw in een context van vrienden, familie en verleden in plaats van tussen herders, nimfen en goden.

Dansante benadering

Tijdens de toccata wordt baby Orfeus trots rondgedragen door papa Apollo (in burgermans-spencer), die hem aan het slot even vaderlijk aanmoedigt om niet te verdrinken in fantasieën over het leven aan de zijde van Euridice dat hij nu misloopt. Jeugdgeliefden zijn zij hier, Orfeus en Euridice. We zien ze als kinderen pakkertje spelen als voorbode van de bruiloft waarop Euridice (Sofie Lund-Tonnesen) plots dood neervalt en Orfeus (Marc Mauillon) achterlaat in een rouw zo diep dat hij welwillend afdaalt naar het schimmenrijk: hier een sfeervolle catacombe vol brandende kaarsen onder het omhoog getakelde decor.

Naast dergelijke pregnante beelden excelleert de voorstelling in de dansante benadering van Monteverdi’s even dansante muziek. Prachtig en inventief is de huwelijksscène, waarin het ensemble van zangers (vrienden) met een sluier als baldakijn feestelijk rondcirkelt om bruid Euridice.

Dirigent Lars Ulrik Mortensen, ook bij barokorkesten in Nederland een vaak geziene gast, bewijst de uitstekende kwaliteit van Concerto Copenhagen met compromisloos spel – van de aanstekelijk kleurrijke openingsmuziek tot de grijze fluisteringen van rouw en pijn.