Recensie

Recensie Beeldende kunst

Jan Beutener schildert aardappelen en stoelleuningen op de grens van abstractie

Tentoonstelling Een overzichtstoonstelling van de kunstenaar Jan Beutener in Museum MORE in Gorssel toont het krachtige, originele oeuvre van de afgelopen vijftig jaar.

Jan Beutener, ‘The room’, 2015. Dordrechts Museum - bruikleen Cees Röling ©Pictoright
Jan Beutener, ‘The room’, 2015. Dordrechts Museum - bruikleen Cees Röling ©Pictoright

Jan Beutener (1932) brak in 1969 door met Aardappels. Het was pas zijn tweede schilderij, daarvoor etste hij. En dat grafische werk was abstract, naar de heersende mode van die tijd. Aardappels laat aardappels zien, drie geschilde, één ongeschilde, met twee aardappelmesjes. Simpeler kan het niet.

Maar luister naar hoe hij er zelf over vertelt, in de korte film die op zaal wordt vertoond bij Jan Beutener, After All, een overzichtstentoonstelling van zijn werk in Museum MORE: „Ik had een maat van een doek uitgekozen waar ik me goed bij voelde en toen dacht ik: wat nu. Toen heb ik daar een ovaal in getrokken. Een streep eronder. Nou, de ovaal werd een aardappel. En de streep bepaalde het vlak waarin de aardappel geschilderd werd.”

Jan Beutener, ‘Aardappels’, 1969. Stedelijk Museum Amsterdam ©Pictoright

En zo nog even door, over het ene mesje dat nodig was om nog een dwarse lijn te hebben, de diagonaal die vervolgens weer onvermijdelijk was. Dat werd het andere mesje, het steekt schuin in een van de geschilde aardappels. En oh ja: hij heeft helemaal niet vier aardappels nageschilderd. Er lag wel een zakje aardappels in het atelier, maar wat hij schilderde was de grootste gemene deler daarvan: „Ik ben geen afbeelder van de realiteit.”

Jan Beutener, ‘Rouge’, 1986. Stedelijk Museum Amsterdam ©Pictoright

Samengestelde werkelijkheden

Na de aardappels volgden al even levensechte schuttingen, stukken muur, deuren geleund tegen stukken muur. Of, binnen: fauteuils, bruinleren banken, stoelen aan tafels. Compositorisch samengestelde werkelijkheden zijn het, met al hun rechthoeken en vierkanten, afsluitende lijnen en grote kleurvlakken is abstractie altijd in de buurt. En ze ogen op het eerste gezicht toegankelijk, maar zijn dat niet per se. In elk geval moet je even de tijd nemen om goed te kijken naar wat je lijkt te zien. Wat dan in elk geval opvalt: mensen ontbreken, maar hun nagelaten sporen zijn er altijd. De zwarte jas van iemand die net het doek uitloopt, een zakdoekje gefrommeld in de naad van een fauteuil, een achtergebleven handdoek op een plat dak.

Jan Beutener, After All is opnieuw een voorbeeldige tentoonstelling in het vijf jaar geleden geopende museum voor modern realisme – vandaar het acroniem ‘MORE’ – in Gorssel (Achterhoek). Verdeeld over drie zalen op de eerste verdieping hangen meer dan zeventig schilderijen, ze beslaan een krachtig, origineel oeuvre waar de kunstenaar vijftig jaar over heeft gedaan, van Aardappels uit 1969 tot het meest recente werk, Op linnen, uit 2019: een kijkje in het atelier van de schilder, die zoals te verwachten viel er zelf niet te zien is. Alleen zijn sporen: een witte schildersjas aan een haakje, de achterkant van een schilderij, over een stoelleuning een zwarte jas.

Lees ook: ‘Ik ga niet mijmerend urenlang naar een schilderij zitten te kijken’

Glasheldere afbeeldingen

Misschien, denk je als je ervoor staat, is het wel dezelfde zwarte jas als die op Muur (1973) wordt gedragen door iemand van wie je alleen de linkerschouder ziet, hij staat voor een haveloze muur, het metselwerk is zo gedetailleerd geschilderd dat je het aan lijkt te kunnen raken. Want die zwarte jas kom je vaker tegen, terwijl je door de zalen loopt en ziet wat er in de loop van de jaren wel degelijk verandert: de verf wordt impressionistischer aangebracht, en de laatste twintig jaar verschijnen er naakten, overigens vrijwel altijd zonder gezicht of met afgewend hoofd. Ook valt je dan steeds vaker het zonlicht op, subtiel oplichtend tussen blad en vaas op Stilleven (1987), fel schijnend maar tegelijk bijna kwetsbaar door de schaduw van een enkele houten steel tegen een stuk schutting op In de zon (1982-87). The Room, uit 2015, is niet meer dan een lichtblauw vlak van een dichtgetrokken, transparant gordijn waar het licht doorheen valt.

En terwijl je zo rondloopt begin je de spanning te ervaren: overal die glasheldere, maar toch net niet eenduidige afbeeldingen. Ze roepen voortdurend suggesties op, al zijn die geheel voor jouw rekening, geschilderd zijn ze niet. Zie je agressie in dat aardappelmesje? Verdriet in het achtergelaten zakdoekje? Teloorgang in die haveloze muur? Het kan allemaal, maar geschilderd is alleen een ogenschijnlijk realistisch beeld in een plat vlak.