Opinie

Film in tijden van corona

Coen van Zwol Wie geen zin heeft om in tijden van een mogelijke coronabesmetting naar de bioscoop te gaan, kan thuis blijven. Bijvoorbeeld voor zombiefilms die ons voorbereiden op komende pandemieën. Of voor realistischer virusfilms als ‘Outbreak’ en ‘Contagion’.

Coen van Zwol

In 2014 zond Net 5 na een ebola-uitbraak twee medische rampenfilms uit als ‘double bill’: Contagion (2011) en Outbreak (1995). Dat ligt nu minder voor de hand; Covid-19 brengt de epidemie akelig dichtbij. Na China, Zuid-Korea en Italië, die hun bioscopen geheel of gedeeltelijk sloten, zakt ook in Nederland het bioscoopbezoek vermoedelijk in. Zelfs als ze films vertonen ligt Netflix & chill meer voor de hand – zeker voor de oudere cinefiel. Die herinneren zich wellicht die klassieke scène uit Outbreak: de camera volgt daar een wolk uitgeproeste speekseldruppels met ebola die zich door een bioscoopzaal verspreidt.

Als er überhaupt veel films draaien. Zijn eigen titel indachtig, werd James Bondfilm No Time To Die van april naar november uitgesteld, gisteren gebeurde dat met Peter Rabbit 2 ook. Wie volgt? Als het slappe debuut van Pixars Onward afgelopen week samenhangt met angst voor het coronavirus ligt uitstel van Disneys Chinese blockbuster Mulan op 26 maart voor de hand.

Thuis op de bank kunnen wij dan genieten van zombiefilms, het horrorgenre dat ons al decennia op de komende pandemie voorbereidt. Sinds 2002, toen Resident Evil én 28 Days Later uitkwamen, zijn zombies niet langer ondoden maar slachtoffers van een (design)virus. In hitfilm World War Z (2013) reist Brad Pitt als WHO-arts de wereld rond om een kuur tegen zo’n virale zombieplaag te vinden.

Zombie- en epidemiefilms spelen in op de angst voor sociale desintegratie, schreef ik eerder. Instituties falen, beschaving blijkt een dun laagje, de medemens blijkt je ergste vijand en alleen het recht van de sterkste resteert. Zulke films raden gedrag aan dat bij een echte pandemie rampzalig uitpakt. Wie braaf in quarantaine blijft, wordt bij een zombiecalypse na een kort beleg steevast de darmen uit het lijf gerukt. Wie op de vlucht slaat, overleeft.

De schuldvraag? Sinds Elia Kazans Panic in the Streets (1950) – longpest dreigt daar in New Orleans – is patiënt nul vaak een illegale immigrant. De overheid kan je niet genoeg wantrouwen. In Outbreak wil het leger het in quarantaine geplaatste Cedar Creek uitroeien met een ‘fuel-air explosive’: operatie geslaagd, patiënt overleden. In het Koreaanse The Flu (2013) blijkt quarantaine het voorportaal van massamoord. Maken dat je wegkomt dus.

De epidemiefilm om nu weer terug te zien is Contagion (2011). In deze realistische mozaïekfilm besmet de kok van een Chinees restaurant – sorry! – Gwyneth Paltrow met het in vleermuis en varken gemuteerde MEV-1-virus. Acute long- en hersenvliesontsteking volgen; het virus is dodelijk én extreem besmettelijk. „Ik doe voor deurknoppen wat Jaws deed voor strandbezoek”, gniffelde regisseur Soderbergh indertijd.

In Contagion valt het sociale leven stil, maar vinden heroïsche wetenschappers na 28 miljoen doden een vaccin en handhaaft de overheid een grimmige orde. Heel on-Hollywoods is het vertrouwen in ambtenarij, artsen en wetenschappers; de schurk is een blogger die paniek en wantrouwen zaait met winstgevend nepnieuws. Misschien iets voor de staatsomroep in tijden van corona?

Coen van Zwol is filmrecensent.