De schaduw van de Russische regering hangt over het proces

Rechtszaak MH17 De tweede dag van het MH17-proces zou ‘inventariserend’ zijn maar gaat meteen ook over de inhoud.

De start van de MH17-rechtszaak. Piet Ploeg (links), voorzitter van de Stichting Vliegramp MH17, komt aan bij de rechtbank.
De start van de MH17-rechtszaak. Piet Ploeg (links), voorzitter van de Stichting Vliegramp MH17, komt aan bij de rechtbank. Foto OIivier Middendorp

„Een cynische desinformatiecampagne”, noemde officier van justitie Dedy Woei-A-Tsoi het. Volgens het Openbaar Ministerie heeft Rusland vanaf het moment van de crash met de MH17 geprobeerd zo veel mogelijk verwarring te zaaien over het neerschieten van het toestel. Die campagne, zo zei ze, „duurt tot de dag van vandaag.”

Eerder op de dag had officier van justitie Thijs Berger ook stevige taal gebezigd. „De dreiging van de Russische Federatie in dit onderzoek”, zo zei Berger, „moet niet worden onderschat.” Daarbij refereerde hij aan de aanslagen die zijn gepleegd door de Russische inlichtingendiensten in Europa, zoals in Salisbury, waar oud-spion Sergej Skripal werd vergiftigd met het zenuwgif novitsjok.

Het OM voer op de tweede dag van het MH17-proces nogal „scherp aan de wind”, constateerde advocaat Boudewijn van Eijck van verdachte Oleg Poelatov. De officieren namen openlijk stelling tegen de Russische overheid, in een fase van het proces waarin de inhoudelijke behandeling nog lang niet aan de orde is. Van Eijck vroeg zich af of dat niet in strijd is met de „behoorlijke procesorde.”

Daarmee werd al op de tweede zittingsdag duidelijk dat het MH17-proces over méér gaat dan de schuld van drie Russen en één Oekraïner die worden vervolgd voor de ramp. Door het het bewijs tegen de verdachten Girkin, Doebinski, Poelatov en Chartsjenko komt een andere partij in beeld die niet terechtstaat, maar die wel een hoofdrol gespeeld heeft in de crash op 17 juli 2014: de Russische regering.

Lees ook: Monsterproces moet waarheid over MH17 blootleggen

Schaduw over het proces

Officieel stond dag twee in het teken van de stand van het onderzoek en de nadere onderzoekswensen van het OM. Maar daarbij konden de officieren niet voorbijgaan aan het Russische optreden, „dat als een schaduw over het proces hangt”. Berger besprak de problemen bij het horen van anonieme en beschermde getuigen, die vrezen voor represailles. Zo heeft getuige S24 verteld dat hij bang is dat hij wordt geliquideerd door Rusland. Getuige V9 vreest dat hij „kan worden opgepakt door speciale Russische diensten”.

Volgens Berger zijn die zorgen begrijpelijk. Uit het onderzoek van het Joint Investigation Team is bewijs naar voren gekomen dat de Russische geheime diensten FSB en GROe „nauw betrokken zijn bij het gewapend conflict in Oekraïne”. Zo heeft getuige M58 verklaard dat er Russische militairen stonden bij de Boek-installatie op het moment dat de raket werd gelanceerd. Andere separatisten vertelden hem dat er ook FSB-agenten aanwezig waren bij de lancering.

Rusland ontkent bij hoog en laag iets te maken te hebben met het neerschieten van MH17 en noemt het strafrechtelijk onderzoek vooringenomen en politiek gekleurd. Het OM is daarom naar eigen zeggen tot het uiterste gegaan om alle bewijzen in het dossier tegen het licht te houden. Tapgesprekken die zijn opgenomen door de Oekraïense geheime dienst SBOe zijn nader onderzocht, door het verifiëren van de identiteit van de sprekers en door Nederlandse experts die in Oekraïne zendmasten hebben uitgepeild. Foto’s en videomateriaal is niet alleen technisch onderzocht door het NFI, maar ook door meteorologen van het KNMI, om aan de hand van de lichtval te bepalen op welk tijdstip de beelden zijn gemaakt.

Officier Woei-A-Tsoi ging ook in op gelekte stukken uit het onderzoek, die breed werden uitgemeten in Russische media. Het spectaculairste stuk is een ambtsbericht van de Nederlandse militaire inlichtingendienst MIVD, die meldt niet te beschikken over informatie over raketinstallaties die MH17 hadden kunnen neerhalen. Maar die informatie pleit Rusland niet vrij, zei Woei-A-Tsoi. De MIVD-informatie gaat alleen over raketinstallaties die zich langere tijd op een locatie bevonden. „De MIVD concludeert dus niet dat op 17 juli 2014 geen Russisch Boek-systeem in Oost-Oekraïne aanwezig was.”

Zo ging het tijdens de tweede zittingsdag meteen óók over de inhoud en werd de voorspelling van de rechtbank dat de eerste dagen vooral een „inventariserend karakter” zou hebben, gelogenstraft. De advocaten van verdachte Oleg Poelatov waren daar niet blij mee. Boudewijn van Eijck en Sabine ten Doesschate zijn pas sinds januari bij de zaak betrokken en hebben nog amper de tijd gehad om het ruim 36.000 pagina’s tellende strafdossier te lezen. De advocaten krijgen echter tijd genoeg zich in te lezen. Het OM verwacht dat de inhoudelijke behandeling van de zaak pas in 2021 begint. Maandag 23 maart zal de rechtbank beslissen over de verzoeken die de procespartijen hebben gedaan.