Reportage

Brussel worstelt met de Roma: geen huis, geen werk, geen geld

Roma in België Een groeiend aantal Roma komt naar de hoofdstad in de hoop op een beter leven. „Ik wilde werk vinden, dat is nergens gelukt.”

Bedelende Roma op straat in Brussel, 2016.
Bedelende Roma op straat in Brussel, 2016. Foto Dursun Aydemir/Getty

‘SVP J’AI FAIM”, melden zwart gestifte blokletters op een kartonnen bordje: ‘Alstublieft, ik heb honger.’ Erachter zit een vrouw op een matras onder een dekentje, naast haar een jong meisje dat om de paar seconden chips uit een zak naar haar mond brengt. Kledingzaken hebben hun lentecollecties in de etalages hangen in de bekendste winkelstraat van Brussel, de Nieuwstraat. Winkelend publiek, de handen vol tassen, loopt in een klein boogje om het matras heen.

Ze komt uit het Roemeense stadje Slatina, op ruim twee uur rijden van Boekarest, zegt de vrouw. Ze wil haar naam niet geven wegens de kwetsbare positie waarin ze zich bevindt. Haar kleindochter is tien, zij 49. „Met mijn man, zoon en schoondochter zijn we sinds een paar weken in Brussel. We slapen niet ver hiervandaan op straat”, zegt ze terwijl voorbijgangers de blik van de twee zorgvuldig ontwijken.

Lees ook: Deze zes maatregelen helpen om dakloosheid tegen te gaan

De Kalverstraat van België

Ze is niet de enige die om geld vraagt in de ‘Kalverstraat’ van België. Even verderop zit een oudere vrouw met een baby op de grond. Nog twintig meter verder een jong gezin met een peuter. Een andere vrouw knielt op straat. Haar gezicht is naar beneden gebogen, ze heft haar handen in een bidgebaar naar de hemel. Allemaal hebben ze een beker voor zich met een paar muntjes erin. Allemaal zijn het Roma, vertellen ze.

Ook elders in het centrum, bij de stations en rond de Europese instellingen in Brussel, wordt veel gebedeld. Opvallend vaak gaat het om Roma, veelal met kinderen. De problematiek haalde het regeerakkoord van de nieuwe Brusselse regering. Voor de Roma moet een strategie worden uitgestippeld. Vooralsnog worstelen Brusselse instanties met de groep.

Over Roma moet een aantal vooroordelen uit de wereld, vinden sociaal werkers Bert De Bock en Daniela Novac van Diogenes. Novac, die een Roma-achtergrond heeft, verheldert in het kantoortje van de Brusselse daklozenorganisatie: „Mensen denken vaak dat er bendes achter zitten, of dat de kinderen gedrogeerd worden. Terwijl Belgisch onderzoek heeft uitgewezen dat er geen bewijs voor is.” Het is ook „niet typisch iets voor Roma om te bedelen”, benadrukt Novac. „Deze mensen zien het alleen als een oplossing als er echt geen andere meer is.”

Er zijn gevallen bekend waarbij Roma werden uitgebuit door Oost-Europese bendes, soms ook Roma, en verplicht de straat opgestuurd werden om te bedelen of stelen. In Brussel zijn dit „uitzonderingen”, zegt een rapport van het Brussels integratiecentrum Foyer. Het federaal migratiecentrum Myria schreef in een rapport uit 2016 wel dat Roma een grotere kans hebben in handen van zulke groepen te vallen, door hun kwetsbare positie.

Bedelende Roma op straat in Brussel, 2016. Foto Dursun Aydemir/Getty

Armoede

Roma-minderheden komen in Oost-Europa moeilijk aan werk, mede door discriminatie, en ze leven veelal in armoede. Ze worden ook steeds vaker vervolgd en verdreven, vult François Bertrand, directeur van het regionaal observatorium voor dakloosheid Bruss’Help, telefonisch aan. Zijn organisatie zag het aantal Roma in Brussel het laatste decennium gestaag toenemen, zeker na de toetreding van Oost-Europese landen tot de EU en als gevolg van de economische crisis van 2008.

In 2004 telde Brussel zo’n zesduizend Roma. Tegen 2018 waren het er al zeker elfduizend, vooral uit Roemenië en een deel uit Slowakije en Hongarije. Slechts een kleine minderheid belandt op straat. Ze komen in Brussel in een vicieuze cirkel terecht, vertellen de twee sociaal werkers. De ouders gingen, net als hun kinderen, vaak niet naar school. Daardoor komen ze moeilijk aan werk, en zonder werk komen ze niet aan een woning. Vervolgens kunnen ze zich niet officieel inschrijven – en is werk vinden weer lastig.

Lees ook onze reportage uit Slowakije, waar politicus Marian Kotleba populair is. Hij verheerlijkt het nazi-verleden van Slowakije en noemt Roma „parasieten”.

„Wij houden van Brussel”, zegt een 28-jarige man die met vrouw en kind in de Nieuwstraat zit. Ze komen uit Boekarest. „De mensen zijn vriendelijk, al geven ze niet veel geld”, lacht hij. Een oudere man krijgt hier de medische hulp die hij thuis niet kan betalen. Hij is ernstig ziek, vertelt hij. Het geld dat hij overhoudt, stuurt hij naar zijn vrouw in Roemenië. Veel is dat niet, toont een vrouw verderop, terwijl ze een goed ingepakt baby’tje vasthoudt. 7 euro sinds vanochtend. Maar het is meer dan het kindergeld van 30 euro per maand dat ze in Roemenië krijgt.

Bertrand van Bruss’Help legt uit waarom een deel van de Roma naar Brussel trekt. „Deels hangt het af van wat er in andere West-Europese landen gebeurt. Is er meer repressie in Parijs of Londen, dan zien we hun aantallen hier toenemen. Brussel staat bovendien onder deze mensen bekend als een plek waar gemakkelijk geld verdiend kan worden.” Bedelen is er, in tegenstelling tot in Nederland, niet verboden. Ook met kinderen niet, tenzij ze actief meedoen. „Het parket grijpt enkel in als de kinderen echt in gevaar zijn. Zelfs dan gebeurt het zelden. Het parket is overwerkt en de families zijn zo mobiel dat ze vaak al verdwenen zijn voor ingegrepen kan worden.”

Instanties hebben de groep wel op de radar staan. Er lopen testen van Housing First om gezinnen aan een huis te helpen, er is een werkgroep die hun intrede op de arbeidsmarkt moet vergemakkelijken. Er lopen projecten om kinderen naar school te laten gaan.

Toch ligt hulp bieden niet voor de hand, legt Koen Geurts van integratiecentrum Foyer uit op een informatieochtend in Brussel. „Een deel van de bedelaars komt niet om te blijven, het zijn pendelaars. Soms komen ze zelfs met hele families met de bus om te bedelen. Daarna gaan ze terug.” Zoals de vrouw uit Slatina die met haar kleindochter op straat zit. Werk vinden ze als Roma niet in Roemenië, zegt ze. „We krijgen er 100 euro per maand uitkering. Onlangs ontving ik een elektriciteitsrekening van 400 euro. Om dat te betalen ben ik hier.” Blijven wil ze niet. „Hier kunnen we niets”, zegt ze terwijl ze gelaten haar schouders ophaalt. Hulp voor de langere termijn is in deze gevallen moeilijk te bieden en soms ook ongewenst, merken ze bij Foyer.

Lees ook: In 2016 moest een Roma-vrouw van een Deense rechter het land uit na herhaaldelijk te zijn opgepakt wegens bedelen.

Daklozenorganisatie Diogenes werkt vooral met de groep blijvers. Novac: „We weten dat ze stoppen met bedelen als ze op een of andere manier stabiele inkomsten krijgen.” Maar dat is niet simpel. Roma functioneren als gemeenschap, legt Novac uit. „Als ze naar Brussel komen, kennen ze hier vaak al een aantal mensen.” Dat biedt voordelen, vult collega De Bock aan. „Ze worden door de gemeenschap opgevangen. Anders dan veel andere daklozen zijn ze vaak getrouwd. Er is minder alcoholisme. Ze hebben een betere geestelijke gezondheid.” Maar er zijn ook nadelen. Het wantrouwen tegen buitenstaanders kan bijvoorbeeld groot zijn – de reden dat hulporganisaties Roma-bemiddelaars zoals Daniela Novac bij Diogenes in dienst nemen.

Gepest door andere kinderen

De vicieuze cirkel kan alleen doorbroken worden met een „integrale aanpak”, leggen De Bock en Novac uit aan de hand van een gezin dat in auto’s op een parkeerplaats woonde. Een organisatie hielp de kinderen naar school te gaan. Novac: „Maar ze konden niet worden gewassen, sliepen slecht, hadden honger en werden vervolgens gepest door andere kinderen. Al snel ging dat niet meer.” De Bock: „Ze moeten op weg geholpen worden naar een huis, opleiding én werk. Een van die drie voldoet niet om het probleem op de langere termijn te verhelpen.”

Tegen 2021 moet de Brusselse strategie voor de Roma-bevolking rond zijn, hoopt Bruss’Help. Op straat is het ondertussen soms moeilijk hoop te houden, vertelt een 26-jarige man vanachter een tot zijn kin dichtgeritste jas: „Ik ben twee maanden geleden aangekomen. Ik wilde werk vinden, dat is nergens gelukt.” Nu bedelt en slaapt hij op het matras waarop hij zit. Zijn vijf kinderen wonen in Roemenië.

„Dit is toch de hoofdstad van Europa? Als het ergens moest lukken om geld te verdienen, dacht ik dat het hier zou zijn,” zegt hij gefrustreerd, terwijl hij een hand met koperen muntjes toont.