De rechtspraak kan beter, maar de politiek ook

Invloed van rechters Experts mochten in de Tweede Kamer de prominentere rol van rechters in de samenleving en politiek toelichten. „Soms moeten we in de spiegel kijken en zeggen: de regels zijn gewoon duidelijk.”

De Tweede Kamer sprak in een hoorzitting over de prominentere plek van rechters in politiek en samenleving.
De Tweede Kamer sprak in een hoorzitting over de prominentere plek van rechters in politiek en samenleving. Foto Lex van Lieshout/ANP

Een verrassing: álle deskundigen die de Tweede Kamer maandag uitnodigde, zien dat de rechtbank een prominentere plek in de politiek en de samenleving heeft gekregen. Maar: is dat nu een goede of juist een slechte ontwikkeling?

Goed, zegt Barbara Oomen, jurist en mensenrechtensocioloog. Want veel van onze grondrechten waren lange tijd niet in wetten vastgelegd. „Nu wel, en doet de rechter gewoon zijn werk.”

Slecht, zegt rechtsfilosoof Andreas Kinneging. Rechtbanken zijn vooral zo prominent geworden door het activisme van de rechters die er zetelen, zegt hij. Hij omschreef het als een uitholling van de parlementaire rol.

Wordt de rechter te machtig? Met die vraag nodigde de Kamer een dozijn experts uit voor een hoorzitting. Aanleiding: een reeks recente uitspraken door verschillende rechtbanken, steeds met grote politieke consequenties. In december besliste de Hoge Raad in de Urgenda-zaak dat de staat verplicht is de CO2-uitstoot terug te dringen. De Raad van State maakte een einde aan de gaswinning in Groningen en het soepele stikstofbeleid. Een civiele rechter in Den Haag oordeelde dat de overheid zich moest inspannen om kinderen van IS-strijders terug te halen, al sneuvelde die uitspraak in hoger beroep.

De Kamer wil weten: schiet dat niet door? Wie heeft hier de macht?

Toen te traag, nu juist te snel

Kritiek op de rechter: je kunt er de tijdgeest aan aflezen. Al in 1974 liet Tweede Kamerlid Erik Jurgens, voorstander van referenda en vermaard om zijn gebruik van Latijnse uitdrukkingen in het parlement, optekenen dat „een democratie nog te prefereren is boven een dicastocratie oftewel een regering door rechters”. Progressieve partijen zoals Jurgens’ PPR vreesden dat een diep verankerde Grondwet de wensen van een snel veranderende samenleving in de weg zou staan.

Lees ook: Help, de rechter grijpt de macht

Dat ideologische verzet maakte in de jaren negentig plaats voor technocratische ergernis. ‘Juridisering’, de vertraging en vernietiging van politieke plannen door de gang naar de rechter, leidde er volgens een stoet aan bestuurders toe dat „de besluitvorming kan worden platgelegd door iedere student met een stencilmachine”.

Nu waait de wind vooral van rechts en luidt de kritiek niet langer dat rechters politieke verandering vertragen, maar juist dat ze voor het politieke debat uitlopen. Martin Bosma (PVV) heeft het al jaren over „D66-rechters” die stiekem politiek bedrijven. Volgens Thierry Baudet (FVD), die de term ‘dicastocratie’ nieuw leven inblies, duiden uitspraken zoals Urgenda op eigen agenda’s van rechters.

Eigen agenda’s? Dat gaat de meeste Kamerleden veel te ver. Steun krijgt Baudet alleen van John Laughland, uitgenodigd als deskundige maar ook actief als medewerker van de FVD-fractie in het Europees Parlement. Bij zijn andere werkgever, een vanuit Rusland gefinancierde denktank, publiceerde Laughland een rapport waarin hij rechters van het Europees Hof afschilderde als lakeien op de loonlijst van de Hongaarse zakenman en filantroop George Soros. Daardoor is de Europese wetspraktijk „gecorrumpeerd”, zegt hij.

Volgens Baudet is het in Nederland al even erg. Hij ziet een bewuste strategie van D66 en GroenLinks, partijen die veel steun zouden genieten onder rechters, om „hun visies opgelegd te krijgen aan de samenleving, zelfs als daar geen meerderheid voor is”.

Niets van waar, volgens Oomen. „Net zoals we in Nederland geen hoge bergen hebben, net zoals we geen flamenco-traditie hebben, hebben we geen dicastocratie.” Ze vreest dat de hoorzitting bijdraagt aan een „gevaarlijk debat” waarin rechters de zondebok worden en wijst erop dat Nederland al die Europese en andere verdragen zélf ondertekend heeft. Bevallen de regels niet, pas ze dan aan.

‘Het probleem, dat bent u’

Toch valt een breder ongemak te bespeuren – niet over eigen agenda’s van rechters, maar over de eigen machteloosheid. Rechters mogen niet toetsen aan de Nederlandse Grondwet, maar wel aan internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Niet zo gek, zegt de Duitse jurist Christopher Schönberger na afloop, Nederland is altijd gretig geweest in het omarmen van internationale verdragen. „Maar dit is dan ook het land van Hugo de Groot. Nederland heeft altijd vooropgelopen in het volkerenrecht.” Zo ver zouden die verdragen niet van ons af moeten staan, zegt hij.

Toch steekt het, ook bij VVD, 50Plus en SGP. „Wat kun je nou doen als wetgever”, verzucht Kees van der Staaij (SGP), „als je onvrede ervaart over de manier waarop het Europees Hof oordeelt?” Weinig, is het antwoord.

„Soms moeten we in de spiegel kijken en zeggen: de regels zijn gewoon duidelijk”, erkent Van der Staaij, die zelf jurist was bij de Raad van State. Hij denkt aan de stikstofuitspraak, waar de overheid eigen afspraken niet nakwam. „Maar soms zie je ook dat oude verdragen door de rechter steeds preciezer worden ingevuld, waarbij je denkt: was dat zo bedoeld?”

Als een aantal deskundigen voorstelt dat rechters ook aan de Nederlandse grondwet (constitutioneel) mogen toetsen, worden GroenLinks en D66 enthousiast, maar reageert VVD’er Tobias van Gent juist cynisch. „Constitutionele toetsing betekent toch nóg meer recht?”

Nog beter, zeggen de meeste experts, kan de Kamer eerst bij zichzelf beginnen voor ze naar rechters wijst. Rechtsfilosoof Kinneging kijkt de Kamerleden nog eens aan. „Het meest fundamentele probleem, dat bent u.” De Kamer laat het afweten, zegt hij, door fractiediscipline en dichtgetimmerde akkoorden. „En dan denkt de rechter: als het parlement gaat liggen, duiken wij in dat gat.”