Prijsval van olie raakt koers van Shell heel hard

Energie De winstuitkeringen van oliebedrijven staan onder druk door de lage olieprijs. Duurzame energie hoeft niet in gevaar te komen.

Foto Andrey Rudakov

Ben van Beurden van Shell heeft zijn gelijk sneller gehaald dan hij vermoedelijk wilde. Ruim een maand geleden hield de bestuursvoorzitter van het olieconcern nog een pleidooi voor een scherp kostenbewustzijn, ook al boekte Shell een winst van 16,5 miljard dollar (15 miljard euro) over 2019. Door het laag houden van de kosten zijn nieuwe projecten bij Shell al vanaf een olieprijs van 30 dollar winstgevend, zei Van Beurden.

Lees ook over de financiële discipline van Shell

Die 30 dollar kwam maandag wel heel snel in beeld. Na het mislopen van het OPEC-overleg met Rusland kelderde de prijs in één etmaal met een derde. In 2018 was de olieprijs gemiddeld 71 dollar, in het afgelopen jaar 64. Begin dit jaar was een vat nog meer dan 60 dollar waard, maandag was dat zo’n 36 dollar.

Die prijsval had maandag grote gevolgen op de beurs. Ook de koers van Shell werd ongekend hard getroffen. Bij de opening leverde het aandeel in Amsterdam 22 procent in. Enig herstel volgde, maar het aandeel sloot ruim 17 procent lager.

Dat Shell relatief hard wordt getroffen verbaast analist Jos Versteeg van zakenbank InsingerGilissen niet. Volgens hem leeft de vrees bij veel beleggers dat het olieconcern zijn dividend – jaarlijks ruim 15 miljard dollar – gaat verlagen. „Shell heeft zelf strenge normen wat betreft hun schuldpositie; bijlenen om het dividend te betalen zullen ze niet zo snel doen. Maar verlagen van dividend hebben ze nog nooit gedaan”.

De lage olieprijs zorgt vooral bij de producenten van schalie-olie voor problemen, omdat de kosten daar relatief hoog liggen. Er werden door verschillende oliebedrijven, ook door Shell, al miljarden afgeschreven op de schalieprojecten. „Bij een olieprijs van 70 dollar gingen de schalieprojecten nog goed, maar nu niet meer. Gelukkig voor Shell beschikt het ook over olievelden, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika, die al bij een olieprijs van 10 dollar rendabel zijn.”

Lees ook: Energiebedrijven maken minder winst, toch keren ze meer dividend uit.

Kosten besparen

Om kosten te besparen kan een oliemaatschappij minder uitgeven aan exploratie, het zoeken naar nieuwe olievelden. Dat ligt volgens Versteeg niet zo voor de hand. „Shell heeft voor slechts zes jaar oliereserves, dat is niet veel. ExxonMobil bijvoorbeeld voor veertien jaar.”

Saoedi-Arabië en Rusland hebben de kraan nu opengezet, met heel lage olieprijzen als gevolg. Dat zou negatief kunnen zijn voor investeringen in duurzame energie. Maar dat is niet waarschijnlijk, zeggen specialisten. „Duurzame elektriciteit is op veel plaatsen in de wereld zo goedkoop geworden dat de fossiele concurrentie daar geen schijn van kans heeft”, zegt directeur energietransitie Ron Wit van energiebedrijf Eneco.

Ook in Nederland zal de huidige daling van de olieprijs de verduurzaming niet gauw in gevaar brengen, denkt Wit. De wind- en zonneparken die nu vergund zijn, leunen nog bijna altijd op subsidie, op twee geplande windparken op de Noordzee na. Stel dat de elektriciteitsprijs lange tijd laag blijft doordat de olie- en gasprijzen structureel dalen, dan wordt dat prijsrisico afgedekt door subsidies. De komende jaren blijft dat nog zo. Wit: „Dan is alleen de belastingbetaler duurder uit.” Andere Europese landen, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, kennen een vergelijkbaar subsidiesysteem.

Aardgas nauwelijks goedkoper

Daar komt bij dat de prijzen van aardgas, elektriciteit en autobrandstoffen veel minder meebewegen met de olieprijs dan vroeger. Gas is een mondiale markt geworden met zijn eigen dynamiek. Aardgas was maandag nauwelijks goedkoper dan vóór het weekend. En het is vooral de gasprijs, niet de olieprijs, die de stroomprijs bepaalt.

Ook expert duurzame energie Sander Lensink van het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht „nauwelijks kans op een groot effect” van de huidige prijsdaling. Maar dat kan veranderen als de olieprijs lang laag blijft door een eventuele economische neergang. Die zal ook de gasprijs drukken, en dus de elektriciteitsprijs. Dat kan op termijn ongunstig zijn voor duurzame investeringen, redeneert Lensink. „Als de directie van een energiebedrijf ziet dat zijn zonne- of windprojecten structureel minder geld opbrengen dan verwacht, kan dat twijfel geven over toekomstige investeringen.”

Nog afgelopen donderdag waarschuwde onderzoeksbureau AFRY dat het verdienmodel van toekomstige windparken op de Noordzee onder druk staat. Een nog lagere stroomprijs kan dat risico versterken. Hetzelfde kan overigens gaan spelen in de warmtesector, zoals bij huizen of tuinbouwkassen. De aardgasprijs is nu al historisch laag. Als die verder inzakt, vergt duurzame verwarming steeds meer overheidssubsidie.