Analyse

Is wat we nu zien weer een crisis als in 2008 met Lehman?

Net als twaalf jaar geleden is er opnieuw wereldwijd paniek onder beurshandelaren – ditmaal door corona en oliemarkt. Toch zijn er verschillen met 2008.

Wallstreet maandagmorgen bij de opening van de handel.
Wallstreet maandagmorgen bij de opening van de handel. Foto TIMOTHY A. CLARY/AFP)

Rode schermen op de beursvloer. Paniek over recorddalingen die enkele seconden daarna worden verpulverd door nieuwe laagterecords. Beleggers die vluchten naar veilige havens, zoals Nederlandse, Duitse en Amerikaanse staatsleningen. Wall Street dat na opening wordt stilgelegd omdat er te veel verkooporders zijn.

Lees ook De hartslag van Lehman Brothers, een reconstructie van de val van de zakenbank

Het woord ‘crisis’ valt – en de herinnering dringt zich op aan de verwoestende financiële crisis van ruim tien jaar geleden. Lehman Brothers, oktober 2008.

Is wat we nu zien weer zo’n crisis? Er zijn grote verschillen. De vorige crisis was een financiële crisis die oversloeg op de economie van alledag. Hij begon in 2008 met paniek op de financiële markten, over risico’s in Amerikaanse hypotheekportefeuilles. Zakenbank Lehman viel om en wereldwijd droogde de kredietverlening op. Het gevolg: een bevriezing van het financiële systeem en een diepe recessie.

Nu crisis van échte economie

De huidige crisis is er een van de échte economie, die overslaat op de financiële sector. Covid-19 zorgde eerst voor economische problemen – een stokkend aanbod uit China, dalende vraag van ongeruste consumenten – en zorgt nu voor onrust op de financiële markten.

Lees ook: AEX sluit op 7,6 procent verlies, beurzen VS ook diep in het rood

De lont in het kruitvat van maandag was de olieprijs. Die kelderde de voorbije dagen al, gedreven door de snel verslechterde economische vooruitzichten, en kreeg maandag een verdere duw naar beneden. Dat laatste kwam door geopolitiek: Saoedi-Arabië ontketende een prijzenoorlog met concurrenten Rusland en de Verenigde Staten. Dat is geen déjà vu van 2008, maar juist een specifieke gebeurtenis van 2020.

Vraag en aanbod tegelijk omlaag

Een van de kenmerken van de coronacrisis is dat het bedrijfsleven worstelt én de consument zich terugtrekt. De aanbodkant en de vraagkant van de economie verslechteren tegelijkertijd. De laatste maal dat dit voorkwam was tijdens de oliecrisis van 1973.

Een extra complicatie: in 2008 onttrok China zich nog grotendeels aan de crisis. Nu is het economisch tweemaal groot als toen, en zit China in het hart van het probleem.

De wereldeconomie is de afgelopen decennia in snel tempo geglobaliseerd. Dat had grote voordelen: spullen werden daar gemaakt waar dit het voordeligst kon. Een fijnmazig netwerk van leveringen en vervoer, mede mogelijk gemaakt door de internetrevolutie, zorgde er voor dat alles overal precies op tijd kon zijn. Alles is meer gaan reizen: producten, diensten en ook mensen.

Nu blijkt hoe kwetsbaar dat systeem kan zijn. De snelheid, de schaal en de samenhang van de ontwrichting die Covid-19 teweegbrengt gaat net zo hard als in 2008. Met grote schade voor de wereldeconomie. En, net als toen, waarschijnlijk ook voor het financiële systeem.

Eén echo van ‘Lehman’: schulden

In dat financiële systeem is er één belangrijke echo van ‘Lehman’. Een enorm bouwwerk van schulden stortte destijds in. Het medicijn waarmee de wereldeconomie daarna weer op de been werd geholpen luidt, kort gezegd: méér schulden.

De kredietkraan werd na 2008 door centrale banken opengedraaid. De rentes werden verlaagd tot, in de eurozone, Japan of Zwitserland, onder nul. Met grootscheepse programma’s van de centrale banken werden overheidsschulden en andere schulden opgekocht die nog steeds op de balansen van de centrale banken drukken. Van de VS tot de eurozone.

Staatsschulden en bedrijfsschulden liepen op, en zijn in de grote delen van de wereld niet of nauwelijks afgebouwd. De VS hebben al een begrotingstekort van tegen de 6 procent van het bruto binnenlands product en China zit daar niet ver onder. En dat was nog voor het virus toesloeg.

De schuldenberg van na de crisis kan de financiële sector nog behoorlijk parten gaan spelen. Veel beleggers zijn de laatste jaren bijvoorbeeld in bedrijfsleningen van dubieuze kwaliteit gestapt.

Lees ook: Door de coronacrisis lijken al die schulden ineens wél gevaarlijk

Toen Lehman omviel, zat de wereld in een fort, waarvan de muren waren gebouwd van begrotingsruimte om te besteden, met daarop de kanonnen van de centrale banken. Daarmee kon de crisis uiteindelijk worden verslagen.

Anno 2020 zijn die begrotingsmuren laag en fragiel en is de munitie van de monetaire kanonnen bijna op.

Bedrijven helpen

Het Internationaal Monetair Fonds raadt overheden aan de ruimte die er nog is, te besteden aan maatregelen om vooral bedrijven te helpen: van het doorbetalen van werknemers die thuis moeten blijven, tot het verzachten van de voorwaarden voor rente en aflossing van kredieten. Want, zoals de Amerikaanse econoom Larry Summers vorige week zei: voor bedrijven staat de tijd nu economisch stil, maar financieel tikt hij ongenadig door.

Maar op termijn is dat niet genoeg. De Lehman-crisis leidde uiteindelijk tot de inzet van onconventionele maatregelen: negatieve rentes en grootscheepse geldschepping door centrale banken. De burger mag zich, als de coronacrisis écht uit de hand loopt, schrap zetten voor nieuwe ongebruikelijkheden die nu nog ondenkbaar zijn. Staatsschulden die stijgen richting Japanse proporties – 240 procent van het bruto binnenlands product. Of geldschepping door centrale banken die rechtstreeks in de zakken van de burger belandt: het zogenoemde helikoptergeld, dat nu nog science fiction lijkt. Maar dat waren de verregaande maatregelen na ‘Lehman’ ook.