‘In Zeeland gaat niemand verplicht van het gas af’

Regionale energiestrategie Als eerste energieregio heeft Zeeland zijn klimaatplannen klaar. Vooral het aantal zonnepanelen moet stijgen.

Zeeland levert in 2030 een twaalfde deel van Nederlands duurzame stroom, belooft de Regionale Energie Strategie.
Zeeland levert in 2030 een twaalfde deel van Nederlands duurzame stroom, belooft de Regionale Energie Strategie. Foto Hollandse Hoogte

Ruim 17 miljoen toeristische overnachtingen registreert Zeeland elk jaar, en een steeds groter deel van de bezoekers moet zijn elektrische of hybride auto tijdens zijn verblijf kunnen opladen. Hoe gaan we dat tijdens de zomerse piek voor elkaar krijgen?

Dat is zomaar één van de vraagstukken die in de Regionale Energie Strategie (RES) aan de orde komt. Zeeland komt als allereerste ‘energieregio’ van Nederland deze dinsdag met zo’n RES, en dit boekwerk van ruim honderd pagina’s laat zien hoe de provincie bijdraagt aan de nationale klimaatdoelen van 2030. Nederland wil onder meer de CO2-uitstoot halveren en de stroomproductie voor 70 procent verduurzamen. De 29 andere regio’s van Nederland hebben nog tot maart volgend jaar om met hun plannen te komen.

„Die laadpalen vormen een gigantisch vraagstuk”, zegt Jo-Annes de Bat (CDA), de Zeeuwse gedeputeerde die energie in portefeuille heeft. „Hoe gaan we dat goed organiseren als al die Duitse toeristen willen laden? Niet alleen bij hun vakantiehuisje, maar ook als ze in Middelburg, Goes of Hulst zijn. Dit soort opgaven houden niet bij één gemeentegrens op.”

Een concreet plan is er nog niet, maar de laadpalen laten volgens De Bat goed zien dat een regionale aanpak soms noodzakelijk is. „Dat geldt ook voor de manier waarop we in 2030 de stroomproductie regelen. Voor windmolens zijn bijvoorbeeld al gebieden aangewezen, zoals op Neeltje Jans [onderdeel van de Deltawerken]. Daardoor weet de gemeente Middelburg dat zij niet aan de slag hoeft met windmolens.”

Als enige in Nederland vallen de grenzen van de Zeeuwse energieregio en alle bestuurlijke grenzen – die van provincie, waterschap en netbeheerder Enduris – precies samen. In 2030 hoopt Zeeland 100 procent van zijn stroomvraag duurzaam te produceren. Dat betekent dat de windmolens op het Zeeuwse land over tien jaar een opgesteld vermogen moeten hebben van 700 megawatt, niet veel meer dan de huidige 570 MW. De opbrengst uit zonnepanelen moet de komende tien jaar meer dan verdrievoudigen. Dat vergt een flinke versterking van het netwerk van netbeheerder Enduris, zoals de RES laat zien.

Lees ook de zoektocht van netbeheerders naar kapitaal

Volgens de gedeputeerde realiseert Zeeland over tien jaar een twaalfde van de Nederlands doelstelling van 35 terawattuur aan duurzaam opgewekte stroom. „Dat lijkt mij een zeer redelijk aanbod aan de andere regio’s.” Zonneparken op land liggen gevoelig, omdat die al snel in plaats komen van agrarisch grond. „Ik ben ervan overtuigd dat we voldoende ruimte op daken hebben.”

Onbeantwoorde vragen

De eerste RES van Zeeland – elke twee jaar komt er een bijgewerkte versie – is op veel punten minder concreet dan bij de stroomproductie. Veel vragen blijven onbeantwoord. Welke van de 185.000 huizen in de provincie gaan bijvoorbeeld de komende jaren van het gas af? En op welke manier worden die huizen dan verwarmd?

Lees ook over de opties voor een gasvrije wijk

De RES is vooral een aanzet om de gezamenlijk uitvoering goed te organiseren. „Wat de verduurzaming van de huizen betreft, is de aanpak om snel te gaan isoleren het meest concreet”, zegt De Bat. Zo komen er (nog niet verplichtende) isolatienormen voor de meest voorkomende woningtypes. „Verder is het aan elk van de dertien gemeenten in Zeeland om volgend jaar met concrete warmteplannen voor hun wijken te komen. En dan komt het moeilijkste, dan ga je echt het gesprek met de burger voeren. Eén ding wat ik vanaf het begin roep: we gaan in Zeeland niemand verplichten van het gas af te gaan.”

Gemakkelijk wordt de warmtetransitie in Zeeland niet. De provincie heeft relatief veel vrijstaande huizen en een collectief warmtenet biedt daarvoor vaak geen oplossing. „Doel is dat in 2030 de verwarming van woningen en andere gebouwen 34 procent minder CO2 uitstoot. Het belangrijkste nu is dat we eerst draagvlak bij de bewoners creëren. Hoe we precies verder gaan, hangt voor een groot deel van de subsidieregelingen van het Rijk af.”

‘Provincies doen er weer toe’

Door de decentrale aanpak van het klimaatakkoord – de verdeling in dertig regio’s – krijgen provincies en gemeentes een centrale rol. Al blijft de verduurzaming van industrie, landbouw en verkeer vooral een nationale aangelegenheid. De Bat: „Iemand zei onlangs tegen mij: de provincies doen er weer toe. Je ziet hetzelfde bij het stikstofdossier. Ik vroeg hem toen, komt dat omdat wij het zo goed doen of omdat andere overheden het niet opgelost krijgen?” De gedeputeerde geeft zelf het antwoord. „Het lijkt een beetje op het laatste. Voordeel is hier gelukkig wel dat Zeeland een uitstekende schaal heeft voor dit soort projecten.”

Spannend is de vraag of de plannen van Zeeland concreet genoeg zijn voor een positief oordeel van het Planbureau voor de Leefomgeving. Het PBL heeft de taak alle regioplannen door te rekenen. Daaruit moet blijken of de dertig klimaatplannen bij elkaar voldoende zijn om de nationale doelen van het klimaatakkoord te halen.

Moet het relatief rustige en waterrijke Zeeland niet meer duurzame energie opwekken? „Bedenk dat al ons open water Natura 2000-gebied is en dat Zeeland een klein landoppervlak heeft.”

Over de gedegenheid van de plannen in een eerste versie van het Zeeuwse klimaatbeleid was het PBL volgens De Bat positief. „Ik ben wel van de school dat als we de wereld met modellen en berekeningen gaan besturen, het helemaal niets wordt. Wat PBL er ook van vindt, dit is wat we gaan doen. Dit is wat wij kunnen, dit is wat wij willen.”