IJsberen herken je aan hun littekens

Biologie Daalt het aantal ijsberen door de klimaatverandering? Dat is lastig tellen, en gevaarlijk, zelfs voor biologen. Maar wie goed kijkt ziet verschillen in kop, vacht en littekens.

Zijn dit drie verschillende ijsberen of is het drie keer dezelfde? Het laatste bleek het geval toen Groningse onderzoekers een nieuwe meetmethode gebruikten.
Zijn dit drie verschillende ijsberen of is het drie keer dezelfde? Het laatste bleek het geval toen Groningse onderzoekers een nieuwe meetmethode gebruikten. Foto’s Jouke Prop

Het leefgebied van de ijsbeer wordt kleiner. Maar komen er daardoor ook minder ijsberen voor? Om ijsberen te tellen, ontwikkelden Groningse wetenschappers een methode om individuele ijsberen te herkennen en onderscheiden – zonder dat de onderzoekers daarbij gevaar lopen. Ze publiceerden hun onderzoek 13 februari in PLOS ONE.

Het zee-ijs in het leefgebied van ijsberen smelt ieder jaar eerder en komt steeds later in het seizoen terug. Dat maakt het lastig voor ijsberen om op zeehonden te jagen en om geschikte plekken te vinden om jongen te werpen. De verwachting is dat dit gevolgen heeft voor de ijsbeerpopulaties. Toch is niet bekend hoe groot die effecten zijn. In 2018 schatten Canadese onderzoekers het aantal dieren op 23.315, met een grote foutmarge. Het konden ook achtduizend dieren meer of minder zijn. Door het ontbreken van voldoende data is het bovendien niet mogelijk om iets te zeggen over de grootte van populaties door de jaren heen.

Chippen is stressvol

Individuele ijsberen zijn lastig te herkennen omdat een duidelijke tekening in de vacht ontbreekt. Dat maakt gedrags- en populatieonderzoek moeilijk. „Er zijn een aantal dieren die van Noorse onderzoekers onder verdoving een chip hebben gekregen. Die chip kun je op één meter afstand aflezen, maar dat vind ik niet zo aantrekkelijk”, zegt Jouke Prop van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit van Groningen lachend. „Of je moet het dier opnieuw verdoven, maar dat levert de beer veel stress op.”

Prop komt al sinds de jaren ‘70 in het noordpoolgebied. Eerst voor onderzoek naar ganzen op de toendra, maar sinds een jaar of vijftien richt hij zich ook op ijsberen.

Prop en collega’s herkennen ijsberen op basis van een aantal kenmerken zoals de vorm van de kop, littekens en het haarpatroon. Ook op foto’s die ze op een paar honderd meter afstand nemen, zijn die kenmerken te zien. „Onze buitenlandse collega’s geloofden niet dat dit werkt en vroegen ons het wetenschappelijk te onderzoeken. Dat hebben we nu gedaan.”

Voor hun studie vroegen ze dierentuinmedewerkers foto’s van ijsberen te maken met een telelens. Vervolgens moesten vrijwilligers de foto’s beoordelen en de individuen onderscheiden op basis van de lijst kenmerken. Prop: „Dat werkte heel goed. Het maakte niet uit of de vrijwilligers wel eens ijsberen in de natuur geobserveerd hadden.” De methode is arbeidsintensief, het liefst zou de poolonderzoeker een softwareprogramma hebben dat de foto’s automatisch beoordeelt, maar dat is er niet.

Snorhaarpatroon

Een alternatief voor de aanpak van Prop is een Amerikaanse methode waarbij de onderzoekers kijken naar het snorhaarpatroon op de snuit. Dat is uniek per individu en voordeel is dat het patroon door de jaren heen gelijk blijft, in tegenstelling tot sommige kenmerken waar de Groningers naar kijken. „Dat is op zich een mooie methode”, zegt Prop. „Maar je moet het dier op maximaal 50 meter afstand fotograferen terwijl bij ons de alarmbellen afgaan als we een ijsbeer honderd meter verderop zien. Je gaat dan niet geconcentreerd foto’s nemen terwijl hij dichterbij komt.”

Van mei tot en met juli passen de Groningse onderzoekers hun methode weer toe als ze op Spitsbergen verblijven. In de loop van de zomer trekt het zee-ijs zich terug. Tot voor kort trokken de ijsberen mee met het ijs, naar het noorden. Maar een toenemend aantal beren blijft hangen.

Lees ook: NRC checkt: ‘Het gaat goed met de ijsbeer’

„Steeds vaker duiken er ijsberen in de dorpen op. In december gebeurde dat in het dorp Longyearbyen. Aanvankelijk dachten de inwoners dat het om één dier ging dat steeds terugkwam. Het dier is uiteindelijk doodgeschoten en kort daarna bleek dat het om meerdere dieren ging. Ook voor de inwoners kan onze herkenningsmethode nuttig zijn.”

Ganzeneieren

Op Spitsbergen eten de ijsberen onder andere ganzeneieren. Er zijn een paar honderd ganzen in de kolonie en ieder vrouwtje legt gemiddeld vier eieren. Prop: „We zien ijsberen mager aan komen lopen en na twee uur eten is hun buik letterlijk rond. Heel soms lukt het de beren om een gans te pakken, maar meestal zijn de vogels ze te snel af.”

Prop en collega’s willen de komende jaren onderzoeken hoe groot de kans is dat een beer terugkomt naar een plek, hoe vaak hij terugkomt en waarom. Heeft het bijvoorbeeld te maken met het foerageersucces? Ook willen ze weten of het de zwakkere dieren zijn die zuidelijker trekken. „Gevoelsmatig zou ik zeggen dat dat zo is, maar onlangs verscheen een studie die precies het tegenovergestelde liet zien. We hebben dus nog genoeg te doen.”