Het ergste: als je geen bijnaam krijgt

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: Hoe Trump de publieke debatten tussen presidentskandidaten persifleert.
Illustratie Eliane Gerrits

Super Tuesday is voorbij en de poppenkast van de Democratische voorverkiezingen reist verder naar de volgende voorstelling, met steeds minder poppen. Maar de poppenspeler blijft achter de schermen.

Donald Trump trekt aan de touwtjes, ook van de tegenpartij. Bij zijn rally’s speelt hij voor een joelend publiek de debatten na. De kandidaten zijn zonder zijn interpretaties maar saai. Maar als Trump hun de woorden in de mond legt, dan komen ze tot leven. Woorden zijn immers zijn specialiteit. „I know words. I have the best words.” Van commedia dell’arte tot Jan Klaassen en Katrijn, van Aesopus tot De Fabeltjeskrant: het publiek vraagt om de complexiteit van het leven in te koken tot herkenbare karikaturen.

De New Yorkse miljardair Bloomberg wordt zo Mini Mike die een zeepkist nodig heeft om naar adem happend boven de rand van de poppenkast uit te komen. Trump duikt letterlijk onder het podium om vervolgens z’n neus boven de lessenaar uit te steken. „Ach, ik ben Mini Mike en ik ben zielig, want ik word geslagen door Pocahontas.”

Pocahontas is Elizabeth Warren, neergezet als een enorme phony, want Trump heeft meer indiaans bloed dan zij, namelijk geen— niet dat hij het niet zou willen hebben, daar niet van. Warren wordt bij hem de typische angry woman die zich verslikt in haar betweterige verontwaardiging. Net als Katrijn doet met Jan Klaassen, geeft ze Mini Mike met een steelpan een welverdiend pak voor z’n broek.

Dan is er Sleepy Joe, de oude Biden, nu ineens de verrassende koploper. Hij wordt neergezet als een stotteraar in de debatten. „Argh, argh”, doet Trump hem na met een hand om z’n keel. Hij is een choker. Hij heeft geen woorden, een doodzonde. En als hij wat zegt, verspreekt hij zich. Een seniele opa, ook al is hij nu de jongste in de Democratische voorverkiezingen. „Hij weet niet eens aan welke race hij meedoet. Als hij wint, zetten ze hem in een bejaardenhuis voor de tv.”

O, kijk uit! Daar komt Crazy Bernie, de gekke oom Sanders. Alle poppen raken van de wijs van deze communist. Behalve de poppenspeler zelf natuurlijk.

Het ergste is als je niet eens een bijnaam waardig bent. Zoals Amy Klobuchar of die „andere miljardair” Tom Steyer. „Wie zijn dat? Wat hebben ze gedaan?” Of Pete Buttigieg, die zichzelf alvast handig had omgedoopt tot Mayor Pete. Maar Trump zette hem weg als een aspirant-karikatuur, nog te klein voor de poppenkast. Is het toeval dat al deze naamloze poppen als eerste de race hebben verlaten?

Maar Pocahontas is niet meer. Zelfs Mini Mike is weg. Want Bloomberg, die er prat op ging ook als een New Yorker te kunnen schelden, stond op het podium met zijn mond vol tanden. The New Yorker beeldde hem af met een klapsigaar uit eigen doos die in zijn gezicht uiteenspat, aangestoken met dollarbiljetten. Goede woorden zijn niet te koop, zelfs niet voor al het geld van de wereld.

Alleen de poppenspeler mag spreken, versterkt met een enorme geluidsinstallatie geleverd door Fox News. Hij heeft de beste woorden.

Reacties naar pdejong@ias.edu