Opinie

De prijs van (schijn)veiligheid

Lotfi El Hamidi

Gaziantep. Stad in Zuidoost-Turkije, een van de grootste pistacheproducenten van de wereld. Maar sinds 2011 vooral bekend als toevluchtsoord voor Syrische dissidenten en vervolgens vele vluchtelingen. De Turkse plaats herbergt inmiddels een half miljoen Syriërs – opvang in de regio in optima forma. Het werd ook de stad die als springplank fungeerde voor buitenlandse jihadisten, de laatste stop voordat zij de nabijgelegen Syrische grens overstaken.

Dat was voor de Turks-Nederlandse Emine (42) het begin van een op z’n zachtst gezegd vervelend ritueel op de Nederlandse luchthavens. Sinds de Syrische oorlog wordt ze op haar reis naar Turkije steevast onderworpen aan een stevige ondervraging door de Koninklijke Marechaussee. De reden? Op haar paspoort staat Gaziantep als geboorteplaats.

Nu mensenrechtenorganisaties een rechtszaak zijn begonnen tegen etnisch profileren door de marechaussee, wil Emine (achternaam bij de redactie bekend) ook haar ervaring delen. „Negen van de tien keer is het raak, maar wennen doet het nooit”, vertelt ze. Hoewel ze niets te verbergen heeft, stikt ze van de zenuwen. „De angst om niet snel genoeg antwoord te geven zorgt soms voor gestotter. Dat is dan weer verdacht en reden voor nog meer vragen.”

Vragen waar ze eigenlijk geen antwoord op wil geven, maar dat maakt het alleen maar ongemakkelijker. Door de zure appel heen bijten, is het devies. Emine maakt zich wel steeds meer zorgen om het effect op haar tienjarige zoon, die getuige is van deze praktijk. „Ik ben bang dat hij hierdoor een wantrouwen ontwikkelt tegen mensen in uniform. Dat zij in zijn ogen niet staan voor zijn veiligheid.”

Ergens begrijpt ze wel waar de alertheid vandaan komt, maar „hoe verdacht is het eigenlijk als je je geboortestad bezoekt? Als een blauwogige, blonde reiziger die richting opgaat lijkt me dat opvallender.” Ze plaatst ook vraagtekens bij de effectiviteit van dergelijke controles. „Een beetje terrorist loopt natuurlijk niet rond met een paspoort waar Gaziantep op staat. Of met een gewaad.” Schijnveiligheid, noemt ze het.

Maar het gaat Emine om het principe. Haar grondrechten worden geschonden – ze wordt immers structureel anders behandeld dan andere Nederlanders, puur vanwege haar afkomst. „Als dit de methode is om de veiligheid te kunnen garanderen, dan is de rechtsstaat in het geding. Mijn rechten worden met voeten getreden in naam van het algemeen belang. Dat maakt van mij een tweederangsburger.”

Hoe rationeel etnisch profileren soms ook wordt gerechtvaardigd, zegt Emine, de staat zou dat niet als middel mogen gebruiken. „We hebben bij de Belastingdienst kunnen zien waar het toe heeft geleid. Waarom zou dat bij veiligheidsdiensten anders uitpakken?”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.