Recensie

Recensie Beeldende kunst

De lijn was voor Matisse en Picasso een artistieke kwestie

Tentoonstelling De tentoonstelling ‘Beauty is a line’ in het Rijksmuseum in Twenthe laat zien hoe Picasso en Matisse in slechts lijnen een portret konden neerzetten dat niet langer de realiteit hoefde vast te leggen.

Pablo Picasso, ‘Der Stier’, 1946.
Pablo Picasso, ‘Der Stier’, 1946. Rijksmuseum Twenthe

Het verschil tussen een sierlijke en een aanstellerige lijn in de kunst is gevaarlijk dun, en kunstenaars weten dat. Neem een lijn met een golfje erin, wanneer is dat sensuele elegantie en wanneer wordt het aanstellerig? Of, om een heel andere lijn te noemen, de rechte streep, wanneer is deze betekenisloos en wanneer wordt het robuust of juist spiritueel? Het lijken futiliteiten maar in de moderne kunst, die van less is more, zijn dit sinds jaar en dag dilemma’s. Dat gold onder anderen voor Picasso en Matisse, de hoofdrolspelers in een groepstentoonstelling over lijnen nu in het Rijksmuseum Twenthe.

Geen gek idee, een tentoonstelling over lijnen. Net als vlakken, leegte of ruimte kon de lijn vorige eeuw een fundamentele artistieke kwestie worden dankzij de opkomst van de fotografie. Die bevrijdde de beeldende kunst van zijn hoofdtaak om de realiteit vast te leggen. Daardoor konden bijzaken – zoals discussiëren over lijnvoering – het zomaar tot hoofdtaak schoppen. Deze tentoonstelling laat zien hoe Picasso en Matisse beiden in slechts lijnen een lichaam of portret konden neerzetten, en tegelijk die lijnvoering een eigen zeggingskracht konden geven, een eigen beeldende kwaliteit, los van die verbeelde realiteit.

Henri Matisse, ‘Fee met glinsterende kap Aandenken aan Mallarmé’, 1933. Rijksmuseum Twenthe

Schoksgewijs

Het is interessant om ze zij aan zij te zien: Matisse die in een naakt in 1932 de borsten met precies zulke rondjes neerzet als Picasso wel deed – iemand heeft gespiekt – in een tekening die zo dun is dat je van veraf denkt dat het een leeg vel is. Picasso werkte meer bruusk. Met zijn kubistische achtergrond ontleedde hij hoofden of plaatste hij lijnen boven op vlakken. Van zijn Balzac uit 1952 met rondwapperende lijnen zou hij zelf geschrokken kunnen zijn – de moderne kunst kwam schoksgewijs tot stand, soms ook voor de makers.

Linksom of rechtsom leverde dit geëxperimenteer vorige eeuw nieuwe beelden op, waar lijnen bijvoorbeeld pure sierlijkheid uitdragen of paden vormen naar gene zijde. Zie Thorn Prikker, Jan Toorop en vooral Jacoba van Heemskerck: lijnen die zo niet-fotografisch zijn, zo niet-naturalistisch, transcendentale verbindingen met een veel spiritueler realiteit die we niet kunnen zien maar waarvan deze kunst ons belooft: ze bestaat, kijk maar.

Pablo Picasso, ‘Vrouw met halsketting’, 1947. Rijksmuseum Twenthe

Bevrijde kunst

Misschien was dat wel de ultieme belofte van de door fotografie bevrijde kunst, zo’n link met andere realiteiten dan de zichtbare variant om ons heen. Toch is dat een andere benadering dan die van Picasso en Matisse, en dat maakt de tentoonstelling soms wat onduidelijk. Decoratie naast symbolisme naast kubisme naast, o ja, Constant met zijn plexiglas toekomstvisioenen – dat is erg appels met peren, vergelijkingen die niet altijd overtuigen.

Maar dát er zo veel appels en peren kwamen, ook dat komt deels door de fotografie: bevrijd kon de kunst ineens alle kanten op en dat is hier te zien – het expressionisme van Kirchner, grafische posterkunst en een recent kinetisch object van Zoro Feigl die een zaalvullende lijn non-stop laat dansen. Alles mag. Dan is het aan de kijker om de parels te ontdekken en behalve Picasso of Matisse is dat vooral Van Heemskerck, met meerdere doeken vertegenwoordigd. Kleurige bomen in elkaar overlappende lijnen worden op haar schilderijen poortwachters van een heel andere wereld. Alles zo zinderend geschilderd, zijn ze een ultieme consequentie van wat kunst kan doen. Zulke beelden, dan is de bevrijding compleet. Hier heeft de fotografie het nakijken.