Opinie

De Israëlische scherpschutter is trots op zijn knieënrecord

De Grote Terugkeermars is mislukt, weet Carolien Roelants. Dat is mede het werk van de Israëlische scherpschutters langs het hek met de Gazastrook.

Dwars

Weet u nog, de Grote Terugkeermars? Door de inspirators bedoeld als geweldloze campagne van wekelijkse demonstraties aan het afscheidingshek tussen de Gazastrook en Israël, om de aandacht te vestigen op het Palestijnse recht op terugkeer. En concreet om de Israëlische blokkade van de Gazastrook opgeheven te krijgen. Eerste aflevering 30 maart 2018. „Kloppen op de deuren van de gevangenis om gehoord te worden in de wereld”, zei een van die inspirators, de Palestijnse schrijver Ahmed Abu Artema, in februari 2019 tegen de website Gaza Unlocked.

Het feit dat de Israëlische blokkade vandaag onverminderd voortduurt en het recht op terugkeer geen onderwerp van gesprek is, onderstreept dat de campagne is mislukt. Israëlische scherpschutters hebben het aanvankelijke enthousiasme van de jonge demonstranten gedempt – tussen 30 maart 2018 en eind december 2019 zijn 215 Palestijnen gedood en 8.000 gewond door scherpe munitie, aldus de telling van de VN-organisatie OCHA. De wereld hoorde niks, of wilde niks horen, want ja, er zijn zo veel acutere conflicten. Afgelopen december werd de Grote Terugkeermars geluidloos opgeschort door het fundamentalistische Hamasbewind in Gaza, dat vrij snel de regie had overgenomen om druk op de Israëlische op-afstand-bezetters uit te oefenen. Met als doel een staakt-het-vuren met Israël te bereiken en vervolgens betere voorwaarden af te dwingen. En met als stok achter de deur de geplande hervatting van de protesten komende 30 maart.

Maar waarom vind ik het nodig over die mislukte Terugkeermars te beginnen? Om een artikel dat vorige week in de bijlage van de Israëlische krant Haaretz stond onder de kop ‘42 knieën in één dag’. Het is de weerslag van interviews met zes van die scherpschutters, inmiddels allemaal uit het leger en onder gefingeerde naam. Het zijn geen dissidenten of spijtoptanten, ze staan nog steeds helemaal achter hun werk. „Als wij er niet waren geweest, hadden de terroristen geprobeerd het hek te passeren”, zegt een van hen. Lees voor terroristen: soms in het bezit van een benzinebom, maar veelal ongewapende jonge betogers.

Het artikel gaat alléén over de knieën, zesduizend woorden lang, niet over de 215 doden. Ook niet over (on)wettigheid van vuurwapengeweld tegen ongewapende betogers, waarover u bij de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem alle informatie kunt vinden. Het is een puur zakelijk verslag en daarom vond ik het zo schokkend, maar misschien is dat vrouwelijke onzin. Het is niet dat de schutters het lekker vinden; ze doen gewoon hun werk, soms onder druk omdat de bataljonscommandant opeens naast hen opduikt. Het is kennelijk wél lekker om véél knieën te raken: een van hen brak samen met zijn maat het knieënrecord, de 42 van de kop van het artikel. Dat was op de dag van de opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem, 15 mei 2018, met 58 dode Palestijnen de bloedigste dag van de Grote Terugkeermars.

In het artikel stond niet de andere kant van de medaille. Volgens B’tselem moesten van 155 van de aangeschoten betogers ledematen worden geamputeerd. Er zijn inmiddels onder andere met Qatarees geld nieuwe, specialistische klinieken geopend, maar in de door Israël afgeknepen Gazastrook zijn nog steeds onvoldoende artsen, medicamenten en apparatuur om toereikende zorg te bieden. Maar er is een voetbalelftal: De Krukken. Lees dat artikel.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.