Brieven

Brieven 9/3/2020

Özcan Akyol

Achter de woorden lezen

In zijn boekenweekessay haalt Özcan Akyol scherp uit naar het literaire deel van de boekenbranche (Özcan Akyol: elitaire boekenwereld wilde mijn Boekenweekessay verbieden, 3/3). Helaas neemt hij daarbij ook een student Nederlands mee, die het gepresteerd had om een scène waarin een lammetje wordt afgeslacht symbolisch te interpreteren. Dat had hij helemaal niet bedoeld, het waren just words on paper. Weg met die „geestdodende verhandelingen” van neerlandici. Maar dat is nou juist het mooie van de neerlandistiek: dat je achter die woorden leert lezen, en ziet dat dingen betekenis kunnen hebben, zelfs buiten de bedoeling van de schrijver om. En dat het de moeite waard is om zijn boeken academisch te lezen. Akyol schrijft literatuur: vlucht er niet voor maar omarm het!

openbaar bestuur

Niets beters te doen?

Alweer een bericht over ambtenaren die hen onwelgevallige conclusies in een rapport onder het tapijt proberen te vegen (Inspectie en ministerie pasten samen conclusies aan, 5/3). Als de tijd en energie die wordt besteed aan het verdoezelen en verdraaien van de feiten nu eens besteed zou worden aan het goed uitvoeren van de plannen.

Franse en duitse talen

Rijkdom aan ideeën

De focus op Engels versimpelt onze kijk op onze werkelijkheid, maakt ons eenkennig. Ons verleden is met meer verbonden dan de Engelstalige wereld. Scholen hebben het vaak over ‘out of the box’-denken, maar richten zich ondertussen alleen op Engels en science en tech, terwijl ze de humaniora veronachtzamen. Alsof alles is op te lossen met Engels en techniek. Haha, sure!

Met talenkennis de blik op de Franse en Duitse gemeenschap kunnen richten, zien dat ze daar met dezelfde vraagstukken worstelen, soms met dezelfde, soms met andere, oplossingen komen, begrijpen waarom dat zo is, je kunnen voeden met een rijkdom aan ideeën: genoeg redenen voor een herwaardering van Frans en Duits.

Klimaatwet

Beetje hypocriet

De reacties op de door Frans Timmermans gepresenteerde klimaatwet zijn ronduit negatief (Niemand is blij met klimaatwet Brussel, 5/3). Zo noemt Esther de Lange (CDA) het wetsvoorstel een „machtsgreep” van Brussel, die het parlement buitenspel zet, het bedrijfsleven en dus ook consumenten op kosten jaagt. In deze collectieve klaagzang stelt niemand de Franse ‘machtsgreep’ ter discussie: de kostbare, zinloze en klimaatonvriendelijke maandelijkse verhuizing van het Europarlement naar Straatsburg. De Europese Commissie, alle 705 parlementariërs, 2.300 medewerkers en verhuiskisten met dossiers gaan elke maand voor vier dagen heen en weer naar Straatsburg, per vliegtuig, auto of trein. Om draagvlak te creëren voor zijn wet, had Green Deal-Timmermans beter kunnen beginnen met deze onzin af te schaffen.

Managementjargon

Epibreren maar

Japke-d fileert het taalgebruik in een vacature van Vandebron (Dit is de taal waar HR-mensen warm van worden, 4/3) Zoals Simon Carmiggelt het zou zeggen: het hedendaags managementjargon moet nodig geëpibreerd worden.

Fair Practice code

De fik erin

Kunst beoordelen op eerlijkheid is vragen om laffe en lauwe kunst . De kunstwereld wordt te veel gepamperd. Zelfs kneusjes zijn welkom. De Fair Practice Code, die eerlijke beloning naar werk wil, is daar een goed voorbeeld van (Tweede Kamer: geen 20 miljoen euro voor ‘fair pay’, 5/3). Kunst gedijt in een wereld waar op het scherp van de snede wordt geconcurreerd. Maar het huidige subsidiesysteem beloont slappelingen. Hoe meer je je voegt naar subsidievoorwaarden, hoe groter de pot met goud. Ik zeg: steek de fik in de Fair Practice Code! Grote jute zak eromheen en dumpen in de Noordzee. Een waardig kunstenaar likt zich nergens in, en al zeker niet voor subsidie, maar breekt ergens uit. Dat is wellicht zuur voor de likkers maar goed voor de kunsten.