Televisie voor ongelukkige mannen in de marge van de relatiemarkt

Zap Op Internationale Vrouwendag verkende Tegenlicht de ‘manosphere’, de uitdijende gemeenschap van mannen die zich vermalen voelen in een feminiserende maatschappij.
Mannencoach Elliott Hulse in Tegenlicht.
Mannencoach Elliott Hulse in Tegenlicht. Beeld VPRO

Die dekselse dwarsdenkers van de VPRO ook altijd! Uitgerekend op Internationale Vrouwendag nam de omroep ons mee naar een bungalow in een bos waar een groep ongelukkige mannen verzameld zat rond een flipover, alwaar een van hen verzuchtte: „Als je vader een lul is, wat ben jij dan?”

Inderdaad, Tegenlicht verkende de ‘manosphere’, de uitdijende gemeenschap van mannen die zich vermalen voelen in een feminiserende maatschappij. Ze kruipen bij elkaar om een en ander te bespreken, met een traan en een oerkreet. Vrouwen willen zo veel: „Ze willen dat je in de mannelijke rol kan stappen én ze willen diepgang.” Later in de documentaire volgden observaties over hoe een man de liefde benadert als idealist (luister maar naar het ‘jij bent alles voor mij’ in oude liefdesliedjes), terwijl een vrouw de liefde veel opportunistischer aanpakt: zij kiest haar man op praktische toepasbaarheid. Vrouwen zien mannen als snoeprepen.

Ik wou dat ik meer geduld had met deze allesverzengende mannenernst. Voor ik er erg in had was ik naar het derde net gezapt. Daar zag ik beelden van een man en een vrouw, nog nagloeiend van de daad, althans dat had zo kunnen zijn als hij niet dadelijk een ondervraging was begonnen over zijn prestatie. Preciezer: over het orgaan waarmee hij een en ander had volbracht. Wat had zij van zijn lengte gevonden? En van zijn dikte? Had zij ooit eerder met zo’n grote…? Met name bij de stam was hij toch – maar de vrouw was al uit bed gestapt. „Je kunt hem toch gewoon een cijfer geven? Is dat te veel gevraagd?” riep hij haar vertwijfeld na.

Ik bleek in Nieuw Zeer gevallen, een serie van Niek Barendsen over het moderne leven. De NTR-reeks bestaat voor een fors deel uit scènes vol gestold ongemak waarin door Warringa gespeelde vrouwen op uiterst jufankse wijze hun eigen vooroordelen proberen te overschreeuwen. Ook zag ik een restaurantscène waarin twee kinderen zich rondrennend misdroegen tot een oudere man riep dat ze daar mee moesten stoppen. Vuur uit de ogen van de moderne moeders: „Wilt u dat ze net zo’n dichtgeslibde gevoelsarme man worden als u?”

Research gaat voor de satire, sprak ik mijzelf streng toe. Terug naar Tegenlicht. Daar had regisseur Nordin Lasfar zich niet beperkt tot het laten leeglopen van ongelukkige mannen. Er waren ook studieuze inzichten over de problemen die jongens hebben als ze zonder vader opgroeien, over hoe klassieke, fysieke ‘mannenberoepen’ worden weggemechaniseerd en hoe het toenemend belang van onderwijs in de postindustriële economie een voordeel is voor vrouwen, die flexibeler en geduldiger zijn – of zouden zijn. Ik zou zeggen dat maatschappelijke veranderingen van iederéén aanpassingen vragen, maar dat was de sfeer niet bij de nieuwe alfamannen.

„The leader of the home can’t be a nice guy” baste een sportschoolgoeroe. Intussen was duidelijk dat de meeste belangstellenden in de manosphere waren beland na Google-zoekopdrachten als „hoe krijg ik mijn ex terug”. Vooral mannen „in de marge van de relatiemarkt” zijn ontvankelijk voor de nieuwe mannelijkheid en krijgen van hun voormannen de troost dat hun eenzaamheid niet aan hen ligt, maar aan de maatschappij, of althans aan de vrouwelijke helft daarvan.

Terwijl de mannenkrachtmannen elkaar buiten de boshut in het gezicht schreeuwden alsof ze Heerenveen-Ajax hadden gezien en hun innerlijke Tadic wilden ontdekken, dacht ik terug aan Nieuw Zeer. Daar was de hele kluwen aan rolpatronen, twijfels en verwachtingen rondom la condition masculine teruggebracht tot die ene desperate zin: „Je kunt hem toch gewoon een cijfer geven?”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.