Ineens reed z’n busje een huiskamer in

Wie: Hendrik (42)

Kwestie: mishandeling, opzettelijke vernieling

Waar: rechtbank in Arnhem

De Zitting

Met piepende banden sjeesde een busje hun doodlopende straat in. Buurtbewoners die het achtuurjournaal zaten te kijken, hoorden een oorverdovend geraas. De witte bestelbus was tegen een luifel gebotst, op een garage geklapt, door een voortuin gereden en had een schutting geplet. En in plaats van toen te stoppen en uit te stappen, had de bestuurder een dot gas gegeven. De witte bus knalde in z’n achteruit, pats! boem!, de huiskamer aan de overkant binnen. Dwars door de voorgevel heen.

Was dit een ramkraak? Een aanslag zoals een van de gedupeerde bewoners uit Barneveld dacht?

Achter het stuur zat Hendrik (42). Hij moet zich verantwoorden voor een poging tot zware mishandeling, opzettelijke vernieling van twee huizen, een auto en een tuin, en voor verzet tegen arrestatie. Maar Hendrik kan zich amper iets herinneren. Een motorongeluk zorgde voor ‘niet-aangeboren hersenletsel.’ En alsof dat niet al lastig genoeg is: op de bewuste novemberavond in 2018 had Hendrik met zijn broer een lufka gerookt, bekende hij, één pijpje pure cannabis. Alleen zijn daarvan nooit sporen gevonden in het bloedonderzoek.

„Ik zat in een droom”, verklaart Hendrik.

Een hele boze dan, snuift de rechtbankvoorzitter. „De achterkant van de bestelbus stond twintig centimeter de huiskamer in. Een bewoonster denkt dat ze dit niet had kunnen navertellen als u recht achteruit was gereden. Omwonenden verklaren dat het leek alsof u geflipt was. Uiteindelijk heeft de politie u met meerdere mensen in bedwang moeten houden. Hebt u daar herinnering aan?”

Hendrik schudt zijn hoofd. Hij draait zich om naar de enige aanwezige huiseigenaar: „Ik heb spijt. Ik had dit nooit willen doen.”

Een psycholoog heeft de verdachte onderzocht. Na het motorongeluk werd Hendriks leven in de woorden van de rechter „de Alles is Anders Show”. Ineens zat hij zonder vrouw, zonder baan, zonder huis. Het hersenletsel leidde tot gedragsverandering, tot „impulsief en ontremd” gedrag. Als ik boos ben, legt Hendrik uit, „doe ik bozer dan ik wil. Net een hond. Als je die aanlijnt, gaat hij harder trekken.”

Het cannabisgebruik, schrijft de psycholoog, duidt op „beperkte zelfevaluatie”. Slachtoffers van niet-aangeboren hersenletsel krijgen tijdens revalidatie ingeprent van de middelen af te blijven. Maar Hendrik deed dat niet. Integendeel: hij stapte onder invloed zijn bestelbus in en raakte in paniek. Twee weken eerder had hij ook „zo’n akkefietje” gehad, herinnert een rechter. „Toen bent u onder invloed tegen een hek aangereden?” Hendrik: ,,Ja, pure stommigheid.”

De neuropsycholoog adviseert Hendrik de feiten verminderd aan te rekenen. Daar gaat de officier in mee. Maar waarom is Hendrik niet na de eerste botsing al uitgestapt? Vooral de poging tot zware mishandeling rekent hij de verdachte zwaar aan. Hij heeft „bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij bewoners om acht uur ’s avonds in de huiskamer zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen” De eis: 60 uur werkstraf, 55 dagen voorwaardelijke celstraf en een voorwaardelijke rijontzegging van een jaar.

Mijn cliënt was in paniek, benadrukt de advocaat. De twee bewoners zaten niet in de huiskamer, toen hij daar gedesoriënteerd binnenreed, zodat poging tot mishandeling niet aan de orde is. Sporen van cannabisgebruik ontbreken waardoor drugsgebruik niet vaststaat. Dan blijven vernielingen en verzet tegen de aanhouding over. Maar daarvoor beroept de raadsvrouw zich op ‘verontschuldigbare onmacht’: verdachte kon er door zijn niet-aangeboren hersenletsel niets aan doen dat hij chaos veroorzaakte. Dat betekent dat Hendrik in haar ogen moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Van poging tot mishandeling spreekt de rechtbank Hendrik vrij. De bewoners stonden in de tuin toen de bus hun woonkamer binnenreed. Voor opzettelijke vernieling en verzet bij aanhouding krijgt hij vijf dagen cel plus zestig uur werkstraf. ‘Verontschuldigbare onmacht’ gaat niet op. „De verdachte heeft zelf de keuze gemaakt om drugs te gebruiken voordat hij in zijn bestelbus ging rijden, ondanks het feit dat hij al eerder onder invloed een aanrijding heeft gehad.”