Reportage

In het Iraanse Shahre Qods vertrouwen de mensen elkaar niet meer

Armoede Nadat het Iraans regime eind vorig jaar volksprotesten keihard neersloeg, heersen nu angst en onzekerheid onder de bevolking.

Een blokkade op een kruispunt in Teheran, afgelopen november tijdens de protesten tegen de verhoging van de brandstofprijzen.
Een blokkade op een kruispunt in Teheran, afgelopen november tijdens de protesten tegen de verhoging van de brandstofprijzen. Foto EPA

Langs de rommelige hoofdstraat herinneren zwart geblakerde bankgebouwen en een nagenoeg verwoest winkelcentrum nog aan de gewelddadige rellen van afgelopen november. Die braken uit na een forse brandstofprijsverhoging en werden meedogenloos door het regime neergeslagen.

Op het geraamte van het winkelcentrum prijkt een grote afbeelding van een glimlachende generaal Qassem Soleimani, die in januari door de VS werd geliquideerd en sindsdien voor het regime een heilige is. Alsof Soleimani’s glimlach de pijn van de bloedige botsing tussen het regime en de bevolking zou kunnen verzachten.

Maar er heerst nu vooral angst in deze arme voorstad van Teheran, met zijn stoffige straten en vele gebutste auto’s. Hoeveel doden er precies in Shahre Qods vielen, is niet duidelijk: veertien, zeggen sommigen. Nee, zestig, beweren andere bewoners. De overheid zwijgt, net als over de aantallen slachtoffers die in die novemberdagen bij soortgelijke onrust elders in het land vielen.

Op een haar na geraakt

Nabestaanden hebben van de autoriteiten ingeprent gekregen hun mond te houden. Anderen zijn iets loslippiger. „Mijn man werd op een haar na geraakt, toen we samen over straat liepen en iemand plotseling begon te schieten”, vertelt een jonge vrouw in een woonwijk in Shahre Qods met een beige omslagdoek. Haar naam wil ze niet geven uit angst voor repercussies. „Een kogel scheerde langs zijn hoofd en van schrik viel hij languit in de goot.”

De 42-jarige Haider, die een paar straten verder een buurtwinkeltje dreef, had minder geluk. „Hij werd doodgeschoten, toen hij op de avond van 17 november bij de protesten ging kijken”, vertelt buurtgenoot Reza (27). Met een versleten winterjas aan drijft hij nu Haiders onverwarmde winkeltje. Hij verkoopt wat snoepjes aan kinderen en waspoeder aan vrouwen. Buurtgenoten zeggen dat Haider van de autoriteiten niet met de gebruikelijke ceremonie mocht worden begraven maar Reza ontkent dat. Meer wil hij er niet over kwijt. Haiders weduwe en kinderen zitten boven het winkeltje, maar ook zij willen in geen geval praten met een vreemdeling.

„We kunnen elkaar niet meer vertrouwen”, zegt een 32-jarige man die eveneens Reza heet. Hij is eigenaar van een slecht lopende makelaarszaak, een paar blokken verder. Ook hij geeft zijn achternaam liever niet. „De inlichtingendienst zit overal en wij zijn allen bang voor hen. Ik ook. Het zit hier vol ‘stillen’. Je weet niet eens meer of je mensen met wie je nauw bevriend bent, kunt vertrouwen.”

Een uitgebrand bankgebouw in een buurdorp van Shahre Qods. Foto Abedin Taherkenareh/EPA

Met enige aarzeling vertelt Reza het schokkende verhaal van de zoon van zijn buurman, die tijdens de onlusten van november werd opgepakt. „Mijn buurman zocht overal maar niemand bij de politie wilde wat zeggen”, vertelt hij. „Na een maand of twee zeiden ze: betaal maar een som geld en we zullen je iets vertellen. Tenslotte zeiden ze: huur maar een duiker en ga zoeken bij de dam in het meer bij Karaj (een naburige plaats, red). Daar vonden ze zijn lijk en de stoffelijke overschotten van vier of vijf anderen.”

De rellen en de keiharde onderdrukking door de regering hebben in het buitenland betrekkelijk weinig aandacht gekregen. Het Iraanse regime sloot direct na het begin het internet af, zodat er op dat moment weinig naar buiten kwam. Pas een week later, toen ze de toestand weer meester was en de schrik er bij de bewoners goed inzat, werden de communicatiekanalen heropend. Bovendien werden de rellen rap overschaduwd door de zo mogelijk nog dramatischer liquidatie van Soleimani begin januari. En dat werd weer meteen gevolgd door leugenachtige, dagenlange ontkenningen van de regering na het per ongeluk neerhalen van een Oekraïens verkeersvliegtuig door de Revolutionaire Garde.

In Iran zelf brachten de rellen van november wel direct een grote schok teweeg. Niet eerder sinds de islamitische revolutie van 1979 had de regering na het uitbreken van spontane protesten zo snel en met zulk bruut geweld opgetreden. Ruim twee jaar geleden waren er ook protesten, omdat ook toen de economische situatie van veel Iraniërs al slecht was. Weliswaar vielen er toen ook zo’n 25 doden maar dit keer lag dat aantal ten minste een factor 10 hoger.

Het persbureau Reuters, dat door de Iraanse autoriteiten uit het land wordt geweerd, probeerde telefonisch te reconstrueren hoeveel doden er landelijk waren gevallen en kwam uit op 1.500. Ook onafhankelijke bronnen in Iran achtten die schatting aan de hoge kant, maar er heerst consensus dat er zeker honderden doden vielen. Hoeveel mensen er nog worden vastgehouden is evenmin duidelijk. Duizenden, vermoedt de diplomatieke gemeenschap in Teheran.

Een keerpunt

„Ik beschouw het echt als een keerpunt”, zegt een analist die de gebeurtenissen in Iran al vele jaren volgt maar zijn naam niet wil geven. „De regering geniet nu echt geen enkel vertrouwen meer van de bevolking.” Dat kwam ook tot uiting bij de parlementsverkiezingen van 21 februari, die door miljoenen Iraniërs werden geboycot. Nog sterker dan voorheen willen jonge Iraniërs nu weg uit hun land. „Kun je ons niet meenemen naar Nederland”, oppert ook de broer van Reza de makelaar in Shahre Qods. „Kan ik beter naar Canada of naar Australië gaan?” informeert een vrouw in Teheran.

De regering wijst alle kritiek van de hand. Volgens haar greep ze pas in toen een deel van de betogers begon te plunderen. Met name banken en benzinestations moesten het ontgelden. Ook makelaar Reza zegt dat de plunderingen wel vragen oproepen. „Het was gek dat al die banken op precies dezelfde manier werden platgebrand, alsof het gecoördineerd was.”

Lees ook: Iraanse apotheker: ‘Ik moet zuinig zijn met mijn medicijnen’

Voor onzekerheid zorgde ook het feit dat volgens bewoners van Shahre Qods een deel van de schutters tijdens de rellen geen uniform droeg. Hardnekkige geruchten in Teheran willen dat groepjes Iraniërs door Saoediërs en Amerikanen in Turkije zouden zijn getraind in sabotage en andere ondermijnende activiteiten. Zij zouden meteen na het uitbreken van de protesten in actie zijn gekomen. Een andere lezing is dat de Iraanse regering hiervan vooraf op de hoogte was en daarom zo hard optrad. Welnee, roepen anderen, die plunderaars waren provocateurs die voor het regime werkten om onrust te zaaien, waarna het regime hard kon optreden tegen opstandige burgers.

Die onzekerheid over de identiteit van de schutters plaagt ook Gholam Hassan. Zijn 28-jarige zoon Sassan Fallah Hassan, een taxichauffeur, kwam op de avond van 17 november thuis, nadat hij wat spullen had vervoerd voor een garage. „Bij thuiskomst werd hij door een onbekende twee keer in het hoofd geschoten, waardoor hij blind werd”, vertelt Gholam geëmotioneerd op een rotonde in het centrum van Shahre Qods.

Hij trekt zijn geruite pet wat dieper over zijn hoofd en vervolgt: „Hij had niet eens betoogd. Maar toen hij uit het ziekenhuis werd ontslagen, werd hij eerst nog weer een dag door de politie gearresteerd en ondervraagd. We hebben daarna zelf een nieuwe operatie bekostigd, waarvoor mijn vrouw al haar gouden sieraden heeft verkocht, maar mijn zoon is nog steeds blind.” Nu rijdt de oude Hassan in de taxi van zijn zoon om wat geld te verdienen, ook voor zijn zoon en diens vrouw en hun vierjarige dochtertje.”

Shahre Qods. Foto NRC

Voor de Iraanse regering waren de rellen om meerdere redenen hoogst pijnlijk. Het feit dat ze zich genoopt zag de benzineprijs te verhogen (die tot dan zwaar was gesubsidieerd), gaf aan dat de financiële reserves uitgeput beginnen te raken. Zonder die noodzaak zou de regering niet snel zo’n maatregel hebben genomen op een moment dat de bevolking al naar adem hapte, ook onder invloed van de vergaande Amerikaanse economische sancties. Maar de rellen toonden ook aan dat vooral de armen al tegen de grens aanzaten van wat ze aan economische malaise konden verwerken.

Het was geen toeval dat de onlusten in november juist in de armere plaatsen het hevigst waren. En de nood is na de harde onderdrukking van de protesten alleen maar hoger geworden. „In een half jaar tijd is de prijs van waspoeder verdubbeld en zijn melkproducten met een derde in prijs gestegen”, zegt Reza in het winkeltje van de gedode Haider. „Alles gaat alleen maar slechter en alles wordt steeds duurder.”

Bijna iedereen heeft het zwaar

Zelfs mensen met iets meer inkomen hebben het zwaar, zoals Leila Mohammadi (32). Wandelend in een verdord parkje met haar man en dochtertje, legt ze uit dat ze het vergeleken bij anderen nog tamelijk goed hebben. Haar man werkt bij een bedrijf dat creditcards maakt en verdient alles bij elkaar zo’n 2,5 miljoen touman per maand (zo’n 180 euro). „Maar we hebben vorig jaar een woning gekocht van zestig vierkante meter en daarvoor hebben we een lening afgesloten waaraan we ook veel moeten aflossen. Er blijft per maand maar 400.000 touman over als huishoudgeld.”

Mohammadi was niettemin blij dat de regering de orde weer binnen een week wist te herstellen, al had ze op zichzelf sympathie voor de betogers. „Maar voor die plunderingen had ik geen begrip en ik prijs me gelukkig dat we in een land leven waar je je nog steeds veilig kunt voelen.”

Voorlopig hoeft ze niet bang te zijn voor nieuwe rellen. „Meer dan ooit is het regime moreel gesproken bankroet”, zegt de ervaren analist die niet met zijn naam in de krant wil uit vrees voor repercussies. „Niemand heeft meer enig vertrouwen in het islamitische regime en zijn ideologie. Bijna iedereen haat de geestelijkheid. Maar de schrik zit erin na die keiharde repressie en het regime zit vast in het zadel. Tot een nieuwe opstand zal het niet snel komen.”