De tribunes zijn alleen bij het schaatsen in Nederland goed gevuld

Schaatsen Met de wereldbekerfinale dit weekend werd het schaatsseizoen afgesloten. In Nederland, met een uitverkocht Thialf en veel tv-kijkers, is de sport nog altijd populair. Maar in het buitenland is de belangstelling een stuk minder.

Boven de tribunes in Thialf hangen tien portretten. Tussen de imposante zwart-witfoto’s van Sven Kramer, Ireen Wüst en Rintje Ritsma valt vooral het beeld van een vrouw met een kroontje op. Ze lacht, helt wat achterover en drukt met beide handen een tulp op haar borst. Schaatsfan Aly Letema (74) was overdonderd toen haar werd gevraagd of ze tussen de schaatsgoden plaats wilde nemen ter gelegenheid van de heropening van het ijsstadion in 2017.

Zelf vindt ze het een verschrikkelijke foto, vertelt ze in het café bij Thialf voorafgaand aan het laatste schaatsweekend van dit seizoen. „Ik moest een oranje trui dragen, maar toen besloten ze de portretten toch in zwart en wit af te drukken. Ik vond het allemaal honderd keer niks.” Ook dit weekend droeg Letema een oranje trui met op haar borst in witte letters ‘schaatsgekkie’. Ze had broches opgespeld van de volgende Olympische Winterspelen (in Beijing in 2022) en van het WK allround van vorige week in Hamar, Noorwegen.

Elke schaatser kent Letema, en zij kent elke schaatser. Sinds ze op twaalfjarige leeftijd voor het eerst Thialf binnenliep aan de hand van haar vader – „dat was toen nog gewoon een ijsbaan” – was ze er niet meer weg te krijgen.

Fanatici

Sindsdien is ze er elk toernooi bij. Mits het in Europa is, want Letema heeft vliegangst. Als je aan schaatsfans denkt, denk je aan haar. Maar fanatici als zij zie je op de Nederlandse ijsbanen nog maar zelden. „De ouderen hebben de overhand, maar die gaan straks vanzelf ook weer weg, natuurlijk. Ik hoop dat de jongeren zullen komen.”

Maar komen die ook? Voor het schaatsen is er serieus werk aan de winkel, zegt sportmarketeer Bob van Oosterhout. „Schaatsen is een microscopisch kleine sport wereldwijd. Maar in Nederland niet. De kijkcijfers zijn nog altijd fenomenaal.” Volgens cijfers die schaatsbond KNSB bijhoudt, keken vorig seizoen gemiddeld 873.000 mensen naar live-uitzendingen van het langebaanschaatsen. Tijdens het WK allround in Calgary zaten zelfs ruim 1,7 miljoen Nederlanders aan de buis gekluisterd. „Veel Nederlanders kijken de hele dag naar schaatsen, het is bijna behang”, zegt Van Oosterhout. „Het zit in ons bloed, onze cultuur, het is ook wel een stukje folklore.”

Vergrijzing als kans

Maar ook Oosterhouts kinderen zitten niet meer urenlang voor de tv te kijken naar hoe Sven Kramer zijn rondjes rijdt. „Als wij horen dat meer dan een miljoen mensen hebben gekeken naar de live-uitzending van de NOS, dan is er geen oververtegenwoordiging van tieners. Het schaatsen lijkt te vergrijzen.”


Dat is tegelijkertijd zowel een bedreiging als een kans voor de toekomst van het schaatsen, denkt hij. Een kans omdat het sponsoren kan trekken: juist instappen in tijden van vergrijzing kan een nieuwe beweging in gang zetten en de sport meer allure geven. Een bedreiging omdat „een heel circus” de wereld rondvliegt om een potje te schaatsen. „Vervolgens zie je op de tribunes slechts een handjevol diehard fans, wat vrienden en familie. Er zit bij de meeste wedstrijden bijna niemand. Dat draagt niet bij aan het algehele gevoel dat het schaatsen enorm in de lift zit. Dat is de grote uitdaging voor Jan Dijkema [voorzitter van de internationale schaatsbond ISU].”

ISU-voorzitter Dijkema ziet ook dat er wat moet veranderen. Zo besloot hij elk jaar 9 miljoen euro uit te trekken voor de ontwikkeling van de sport in landen waar schaatsen van oudsher niet in de cultuur verweven zit. „Op de Jeugd Olympische Spelen zagen we daar voor het eerst het resultaat van. Er stond een Spanjaard op het podium bij de 500 meter en een Colombiaan bij de massastart.”

Dijkema constateert dat de sport wereldwijd groeit en meer jong publiek trekt. „Er wordt gesproken van vergrijzing, maar niks is minder waar. Iedereen papegaait maar wat. De schaatssport vergrijst niet. Maar we moeten wel investeren in de jeugd. Dan zie ik de toekomst gunstig tegemoet.” Vorig week in Hamar spoorde Dijkema de voorzitter van de Noorse bond nog aan maatregelen te nemen om schaatsen meer aan te bieden op scholen. Volgens Noorse beleidsplannen wordt naast schoolzwemmen ook schoolschaatsen aangeboden. Dat gebeurt in de ogen van de ISU-voorzitter nog onvoldoende, terwijl dat van vitaal belang is voor de toekomst van de sport.

Ook wat Nederland betreft wijst Dijkema op het belang van schoolschaatsen om kinderen kennis te laten maken met de sport. Vroeger bond je als kind de schaatsen onder als de sloot bevroren was. Maar als die sloot niet meer dicht vriest, verwatert de schaatstraditie langzaam maar zeker. „Bij de KNSB is klimaatverandering een zorg. Daarom is de bond met programma’s begonnen gericht op de breedtesport.”

Het programma ‘IJSTIJD!’, een landelijk initiatief, moet meer basisschoolleerlingen aan het schaatsen krijgen. Herman de Haan, directeur-bestuurder bij de KNSB, weet nog niet hoe succesvol de campagne is. „Zelf woon ik in Gouda. Daar heeft een ijsbaantje rond het stadhuis gelegen. In een maand tijd kwamen er 35.000 bezoekers. Waar kinderen vroeger de slootjes op konden, doen we het nu zo. Als er lang geen natuurijs ligt, bestaat de kans dat het collectief geheugen misschien wat roestig wordt.” Een bedreiging voor de toekomst.

In opdracht van de schaatsbond onderzocht marktonderzoeker Nielsen Sports in 2019 hoe populair de sport in Nederland nog is. Daaruit bleek dat schaatsen de derde sport was – na voetbal en de Formule 1. „Die cijfers waren voor ons ook een verrassing”, erkent De Haan. „Mensen zeggen dat de sport vergrijst, terwijl als er natuurijs ligt 6,5 miljoen mensen gaan schaatsen. Ik hoop dat we het beeld kunnen kantelen.”

Sponsoren blijven weg

Het percentage schaatsfans tussen de 16 en 29 jaar is volgens Nielsen Sports tussen 2016 en 2019 gestegen van 25 naar 38 procent. Daarmee lijkt de schaatssport af te koersen op een rooskleurige toekomst. Schaatsen moest meer een evenement worden, zo wilde de KNSB. In vergelijking met een aantal jaar geleden lijkt die omslag een verandering teweeg te brengen. Dit schaatsseizoen was Thialf bijna elke keer stijf uitverkocht.

Maar waarom is het dan elk jaar opnieuw spannend of de commerciële ploegen sponsoren kunnen vinden? Dat is ook een „groot vraagteken” voor ISU-voorzitter Dijkema. „Dat geldt niet alleen voor die ploegen, maar ook voor ons. We hadden een hoofdsponsor, Essent. Je zou met deze cijfers zeggen dat er een heleboel Nederlandse bedrijven zijn die willen sponsoren. Maar dat is niet het geval.

Sportmarketeer Van Oosterhout heeft een deel van de oplossing. „In het schaatsen is er nul herkenbaarheid. Als ik bedrijven benader om Team Reggeborgh over te nemen, zeggen ze: wat is dat? In het schaatsen ben je fan van een schaatser, niet van een ploeg. Daarom zouden grote sponsoren weg kunnen blijven. Er is toekomst voor het schaatsen. Maar er moet wel serieus wat veranderen.”