Opinie

Als een speer

Marcel van Roosmalen

Na afloop van het Boekenbal stonden we op Amsterdam Centraal. De vriendin ging naar het toilet. Geschreeuw richting mij. Nee, niet nog een schrijver, dacht ik. Maar jawel, het was er een en nog een dwarsdenker ook. Erachteraan kwam zijn vriendin gestruikeld.

„Hee!”, schreeuwde hij. „Leuk gehad?”

„Hoe gaat het?”, vroeg ik.

„Als een speer! En met jou?”

Ik wist even geen superlatieven meer, ik denk dat ze op waren.

Altijd een slag om de arm, dat heb ik van huis uit meegekregen. Te vroeg vanwege jezelf juichen was het allerergste. Nee, wij keken altijd even of de anderen het ook hadden gezien dat de bal de doellijn had gepasseerd en staken dan voorzichtig een hand omhoog.

„Ik ga als een speer”, herhaalde hij.

„En je vriendin?”, vroeg ik.

„Als een speertje.”

Het speertje stond een paar meter verderop op de rand van het perron te kokhalzen.

Weer die vraag hoe het met mij ging.

Ik zocht naar een beter woord dan ‘speer’.

„Als een raket”, zei ik tenslotte. „En de vriendin ook, wij zijn twee raketten.”

Ik had niet gedacht dat ik mezelf nog kon overtoepen qua domme gesprekken die avond, maar het lukte op de valreep toch nog.

‘To the moon”, zei hij en hij trok met zijn arm een streep in de lucht. Geen idee waarom hij opeens Engels sprak. „I think so”, antwoordde ik, het werd niet ongrappig gevonden.

Het speertje kwam er nu ook bij staan. Ze gaf me drie kussen en zei daarna dat ze opeens heel bang was dat ze het coronavirus had en dat ze de hele avond iedereen besmet had, inclusief mij nu dus.

„Het lijkt me zo erg om de bron te zijn, dat iedereen nu doodgaat en dat het mijn schuld is.”

Als je zelfs het coronavirus rondom jezelf modelleert zit er geen rem meer op, ik wist niets zinnigs meer te zeggen. Ik zag dat de vriendin er alweer aankwam. Ik draaide me om, liep naar haar toe en we liepen maar gewoon weg, dat had iedereen die avond gedaan als een gesprek te lang duurde of te vreemd werd en dat was me eigenlijk prima bevallen.

„Wat gaan we snel”, zei ze.

„Als een speer”, antwoordde ik.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.