Opinie

Alleen nog sport met een mondkapje

Wilfried de Jong

Het openbare leven in Noord-Italië is stilgevallen. Veel bewoners hoopten de kille cijfers van het coronavirus even te vergeten met het bezoeken van een potje voetbal of een wielerklassieker over onverharde wegen in Toscane. Maar zelfs die tijdelijke troost is ze niet gegund.

Er bestaat alleen nog sport met een mondkapje.

Het spuug uit schreeuwende kelen van voetbalsupporters op de tribune daalt niet neer als nevel op achterhoofden. Voetbal moet het doen zonder publiek. De spetters worden thuis voor de televisie gesmoord in de mouwen van het shirt van de lievelingsclub. De roze krant is om achter te hoesten, niet om de opstellingen van de teams te bestuderen.

Terwijl miljoenen inwoners van Noord-Italië met klem wordt verzocht om minimaal één meter uit elkaar te blijven, zullen de voetbalprofs bij een corner hun tegenstander tot op de centimeter naderen en hun armen als slagbomen voor de vijandige torso’s laten zakken.

Wat te doen bij een doelpunt? Wat is vieren zonder een omhelzing, wang tegen wang, een zoen op het voorhoofd. En welk vuil vervoert het zweet dat na de wedstrijd over de douchevloer langs ieders voeten richting afvoerputje stroomt?

Wielerfans hadden afgelopen zaterdag gemarkeerd in hun agenda. Een rode cirkel om de woorden Strade Bianche, de jonge maar al zo traditioneel geworden wielerklassieker door de Toscaanse heuvels, met onverharde wegen waar de banden en de renners het zwaar te verduren hebben.

Maar nee, de Italiaanse wielerwedstrijden werden uit voorzorg afgelast.

Zou het kwaad kunnen, een peloton dat tussen een haag van cipressen door dendert met hier een daar een plukje tifosi langs de kant? In mijn naïviteit denk ik: ach, zou slijm uit de mond van een besmette renner zoveel kwaad kunnen in de open lucht?

Maar dan fantaseer ik er even op los: er staat een Italiaans meisje – laat ik haar Fabiana noemen – langs de kant met haar ouders. Ze is twaalf jaar en ziet de koplopers op een onverharde weg langs flitsen. Een renner neemt een slok en gooit zijn bidon weg, precies voor de voeten van Fabiana. Haar ouders kijken ondertussen naar de lange sliert wielrenners die voorbij zwoegen. Het meisje pakt de nog halfvolle bidon op. Wat zit erin? Nieuwsgierig duwt ze het tuitje in haar mond. Het spul smaakt een beetje zoetig. Ze gooit de bidon in de berm en kijkt met haar ouders de laatste volgauto’s na. Dagen later gloeit het voorhoofd van Fabiana.

Sport is als het leven zelf, is het afgekloven cliché. Hoop en vrees. Succes en teloorgang. Survival of the fittest. Winnen en verliezen. De strijd tegen het virus is gaande. De mens heeft nog geen groots antwoord op het woekerende corona. Daar veranderen de rijke sportbazen en de paus op dit moment niets aan.

Italië houdt de adem in, nu misschien wel het slimste om te doen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.