Opinie

Rutte verspeelt punten in Brussel

In Europa

De tijd is weer terug dat andere Europeanen aan je vragen: wat is er met Nederland aan de hand? Het is niet alleen dat Nederland keihard op de rem staat bij eurohervormingen, de Europese begroting, of de kandidatuur van Albanië voor het EU-lidmaatschap. Op die gebieden zijn we vaker lastig geweest: denk aan de drama’s over Europese begrotingstekorten en het euronoodfonds, dat perse bilateraal moest blijven, of het categorische nee tegen Servië als kandidaatlidstaat.

Maar het is nu niet alleen de inhoud. Het is ook de toon.

Zo zei premier Rutte in oktober op een top in Brussel dat hij spijt had dat Bulgarije en Roemenië waren toegelaten, omdat zij niet klaar waren. De Roemeense president en de Bulgaarse premier zaten erbij. Rutte maakte later excuses. Maar in die landen, zeker Bulgarije, heeft hij weinig krediet meer. Andere landen vonden het ook niet chic.

Bij de begrotingstop in februari was het nog erger. Veel landen gaan erop achteruit. De Europese begroting wordt, procentueel, lager dan ooit. Sommige landen verliezen bijna een kwart van hun landbouw- en cohesiegelden. Daar wordt, mede op Nederlands verzoek, fors in geschrapt. Spanje, net uit de crisis, raakt tien procent kwijt en moet extra betalen om het Brexitgat te vullen. Pijnlijk. En op zo’n moment komt Rutte binnen met een boek, en deelt mee dat hij zijn speciale korting wil houden en dat daarover niet te onderhandelen valt.

Veel regeringsleiders moeten thuis verkopen dat ze minder krijgen, en Rutte zegt: „Sorry, mijn parlement pikt dat niet.” „Alsof anderen geen parlement hebben”, merkte iemand deze week in Brussel op.

Rutte heeft zijn redenen. Hij wil de begroting hervormen. Maar zelfs bondskanselier Merkel, nooit vies van Europese bezuinigingen, was ontstemd door zijn houding. President Michel was furieus op de Nederlanders.

Over de versterking van de euro is Nederland ook bikkelhard. Minister Hoekstra vecht zo hard voor het Nederlandse belang dat zijn Duitse collega hem soms vertelt dat men het nu wel heeft gehoord. Aanvankelijk kwam die harde opstelling over de euro en de begroting Duitsland goed uit: zo hoefden zij geen nee te zeggen tegen Frankrijk, maar deed de Hanzeclub het. Maar nu gaat het starre Nederlandse standpunt, en het fanatisme waarmee dit soms wordt uitgedragen, zelfs de Duitsers te ver. Alles blokkeren? Zo wil Duitsland niet in Europa staan.

Na de kille jaren in de gedoogconstructie met de PVV, toen Nederland in Brussel niks kon en niks wilde, toonde Rutte tijdens het Nederlandse voorzitterschap in 2016 eindelijk wat interesse in Europese zaken. Mede door hem kwam de Turkije-deal er, over de vluchtelingen. Ook deed Nederland na het Brexitreferendum zijn best om nieuwe bondgenoten te vinden. Het haalde de banden met Parijs aan en activeerde de Benelux. Rutte noemde Europa niet meer alleen een markt, maar ook een ‘waardengemeenschap’. Hij zei dat Europa geopolitiek moet gaan denken. Zulke dingen had hij niet eerder gezegd.

Maar nu is dat harde toontje dus terug. Rutte werd, na de begrotingstop, in Brussel met David Cameron vergeleken. Dat kost hem punten.

In Den Haag wijst men erop dat er verkiezingen aankomen in Nederland. Dat gevestigde middenpartijen de PVV en FvD vrezen. En dat ze daarom eurosceptisch doen: uit angst om kiezers aan radicaalrechts te verliezen. En zo zit Nederland, een land dat ongelooflijk wel vaart bij de EU, ineens vol politici die net doen alsof dat niet zo is.

Zij denken dat de kiezer dit waardeert. Hakken op Ceta. Kankeren op de euro.

Een gevaarlijke dynamiek: Cameron weet er alles van. Kiezers prefereren namelijk niet de meewaaiers, maar het keiharde origineel.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.