Opinie

De verbeelding aan de macht

Tommy Wieringa

Toen de moderne roman geboren werd, kreeg hij oneindige ruimte als kraamcadeau. De romans van eerst Cervantes en later Melville, Conrad en Gogol zijn romans van de ruimte. De meseta, de oceaan, de Congo-rivier en de steppe zijn oningevulde gebieden waar Don Quichote, Ishmael, Charlie Marlow en Taras Boelba hun avonturen beleven.

In De kunst van de roman filosofeert Milan Kundera over die ruimte. Hij stelt zich de vraag wat er in de loop der tijd mee is gebeurd, en noteert een onomkeerbare krimp, een horizon die steeds dichterbij komt. ‘Don Quichote vertrok naar een wereld die zich wijd voor hem opende. Hij kon daar vrijuit intreden en naar huis terugkeren wanneer hij dat wilde. De eerste Europese romans zijn reizen door de wereld, die eindeloos leken.’

Waar Don Quichote kon kijken en reizen zover hij wilde (en zijn wanen de vrije loop kon laten) is bij Emma Bovary het tuinhek de grens van haar wereld geworden. ‘Wat is er na drie eeuwen dan toch gebeurd met het avontuur, dat eerste grote romanthema’, verzucht Kundera. Het antwoord laat zich raden. ‘De eenheid van de mensheid betekent: niemand kan waar dan ook ontsnappen.’

De menselijke soort is volgens een viraal verspreidingsmodel tot in de verste uithoeken van de aarde doorgedrongen. Overal heeft hij zijn gebouwen en wegen neergeplant en zijn ideeën opgelegd, die voor het overgrote deel neerkomen op taboes, beperkingen en verboden, vaak verborgen in de cadeauverpakking van de moraal. Gebrek aan fysieke ruimte heeft gebrek aan mentale ruimte met zich meegebracht.

Slauerhoff voorzag waartoe dit zou leiden. ‘Ik leef. Ik vrees alleen dat ’t web van wegen / Dat zich al nauwer om de wereld spant / Mij niet meer doorlaat naar het ver gelegen / Steeds wenkend en steeds wijkend wonderland.’

Pas geleden sprak ik op een internationale school in Tanzania met oudere leerlingen over literatuur. Iemand vroeg of je wel mag schrijven over groepen waartoe je niet zelf behoort, een sekse die je niet deelt, een kleur die je niet hebt. Een donkere jongen die scenarioschrijver wilde worden zei mismoedig: ‘Daar gaat het hier de hele tijd over’.

Ik mompelde dat ik als ouwe anarchist misschien niet de meest aangewezen persoon was om zoiets aan te vragen. De literatuur had me altijd een geschikt medium geleken om de heersende moraal te onderzoeken en zo nodig te bestrijden. Dat was veranderd. Nu werd de literatuur juist geacht een zuivere uitdrukking van de moraal te zijn. De schrijver was zo een ideoloog geworden, die de wereld niet beschreef zoals ze was, maar zoals ze zou moeten zijn.

Ze knepen ’m een beetje, daar in dat klaslokaal – de ruimte die het schrijven ze zou moeten bieden, was nog verder ingeperkt. Kwam Emma Bovary’s blik tot aan het tuinhek, de blik van deze studenten werd geacht niet voorbij hun eigen lichaam, hun eigen sekse en hun eigen kleur te reiken. Ze waren hongerig, maar werden in hun artistieke vraatzucht gestuit door een nieuwe, vervaarlijke vorm van puritanisme. Er was al zoveel schaamte, weerzin, ongeloof, tegenwerking en luiheid te overwinnen voordat je aan het schrijven toekwam, en daar kwam nu het benepen moralisme van de nieuwe puriteinen nog bij.

We hadden helaas geen tijd en denkkracht genoeg om dit probleem voor eens en voor altijd op te lossen, en kwamen er zo’n beetje op uit dat zolang je gewetensvol en gedegen onderzoek doet naar je onderwerp, je je alles mag toe-eigenen wat je wilt.

Maar dat gaat zo maar niet. In zijn scherpzinnige Kellendonklezing schrijft Arjen van Veelen over de cancel-culture, waarin aangekondigde boeken niet verschijnen en lezingen worden geannuleerd omdat de schrijvers van culturele toe-eigening of racisme worden beschuldigd. Het verschil tussen een racistisch boek of een racistisch personage is niet langer relevant: wat telt is de angst voor een lynchpartij op sociale media. Veiligheidshalve wordt in de Angelsaksische wereld steeds vaker voor annulering gekozen.

Te hopen valt dat de leerlingen de kracht hebben om die sociale tirannie te weerstaan, en in de grootst denkbare ruimte en vrijheid hun stem te laten klinken.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.