Opinie

De rechter kan zich in een toga ook verschuilen

De Rechtsstaat

Ooit sprak ik een ervaren civiele rechter die spijt had van haar benoeming in een gerechtshof. In al haar concepten corrigeerden de nieuwe collega’s consequent haar spelling, hoewel ze toch echt het Groene Boekje volgde. Reden: omdat we het hier ‘nu eenmaal’ anders doen.

Nu plegen alle rechters het ‘rechterlijk domein’ te verdedigen: de bevoegdheid om het werk zo in te richten als het hem of haar goeddunkt. Maar sommigen gaan daarin verder. Bij iedere verandering vragen zij zich af, wil ik dit? Die rechters houden liefst afstand tot protocollen, standaardteksten, best practices of collectieve afspraken. Aan bijscholing, interne evaluatie of feedback bestaat geen natuurlijke behoefte. Op management wordt neergekeken.

Ik sprak eens een IT-documentalist die was aangesteld om de vakbibliotheek van een gerechtshof digitaal toegankelijk te maken. Bij de kennismaking met een raadsheer kreeg ze dit te horen: „Je begrijpt natuurlijk wel dat wij niet bij dezelfde organisatie werken. Ik ben hier de rechter.” Het werd vriendelijk gezegd, maar de boodschap was helder. De rechter is van een andere orde. Toch lastig in een organisatie die professionaliseert, standaardiseert, automatiseert etc. Alles om de 24/7-maatschappij bij te houden.

Onlangs vertelde een inleider bij een symposium over dat ene gerechtshof dat een nieuw computerbesturingssysteem van de hand wees. Men vond het een inbreuk op de eigen werkwijze en daarmee dus op het rechterlijk domein. Dat Microsoft in Californië anders besloot en de hele wereld dus mee moest, ging er maar moeilijk in. Rechterlijke autonomie als schild tegen vernieuwing, het komt regelmatig voor.

Nu is het óók waar dat rechtsvinding autonoom denkende types aantrekt, die zich niet bekommeren om wat de wereld van ze denkt. Zij hebben immers ‘de plicht tot mishagen’, als het recht hen daartoe leidt. Ze zijn niet te intimideren, essentieel in een democratie. Anderzijds moet je er niet aan denken met zo’n rechter ooit een kampeertent op te moeten zetten. Daarbij is dienstbaarheid aan ontwerp, functie en materiaal voorgeschreven. De mislukte digitalisering van het civiele proces zou, naar verluidt, deels zijn toe te schrijven aan dit type inflexibiliteit. Ga toch weg, met je Groene Boekje of Windows Vista.

Hoe kom ik hierop? Onlangs verscheen een dissertatie over de vraag of drie rechters samen betere beslissingen nemen dan een rechter alleen. De Nijmeegse onderzoeker Reyer Baas lichtte daarmee een tipje van het ‘raadkamergeheim’ op. Heel verrassend is het onderzoek niet. Een beslissing wordt beter als er kan worden gediscussieerd en er ook tegenspraak is. Meer rechters op één zaak betekent meer kennis en meer inzicht. Het verhoogt de kwaliteit: men vult elkaar tactisch aan, bewaakt samen het overzicht, helpt de sfeer bewaren. Meervoudig zitten is leerzaam – het bevordert contact en genereert feedback. De ‘mk’ (meervoudige kamer) blijkt een informele leerplek. Opvallend: in de helft van de raadkamers bleek steeds een van de drie rechters weinig tot niks te zeggen. De overigen „namen stilzwijgend aan dat hij dan wel akkoord zou zijn”. Mag ik dat, oneerbiedig, nogal maf vinden?

Baas stelde verder vast dat rechters in hun overleg ontspannen en vrij met elkaar omgaan. Zelfs zó vrij, dat vrijwel al zijn adviezen voor meer structuur pleiten. Juist om groepsdynamische valkuilen te vermijden: geloofsvolharding, tunnelvisie en het bevestigingsvooroordeel. Ofwel het hoger aanslaan van informatie die ‘past’ bij wat je toch al dacht. En natuurlijk de neiging van de eenling om de meerderheid te volgen. Voorzitters moeten dus tegenspraak organiseren, en niet meteen gaan discussiëren. Maar eerst luisteren. Emoties inventariseren. Zodat die daarna van tafel kunnen. Een meer ‘diverse’ samenstelling zou goed zijn. Hoe meer visies uiteenlopen, hoe beter het gesprek. Deskundigen ‘van buiten’ toelaten, zoals met rechter-plaatsvervangers gebeurt, heeft ook voordelen. Baas zag nergens „autocratisch leiderschap”, waar „macht- en statusoverwicht”, de balans verstoorde. Dat stemt dan weer gerust.

Maar die ene consequent zwijgende rechter in de raadkamer, kan daar misschien even ‘boe’ tegen worden geroepen?

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.