Opinie

Zwagermans haat

Frits Abrahams

Voor degenen die Joost Zwagerman onvoorwaardelijk bewonderden, moet het een pijnlijk boek zijn: De langste adem van zijn ex-vrouw Arielle Veerman. Ze zullen geneigd zijn het al bij voorbaat te verwerpen als een subjectieve aanklacht. Dat zou jammer zijn, want het is het boek van iemand die goed kan schrijven en het recht heeft om aandacht te vragen voor haar kant van het (trieste) verhaal.

Arielle Veerman, die met Zwagerman drie kinderen kreeg, beschrijft openhartig haar leven met hem, van hun vriendschap op de middelbare school tot hun vechtscheiding na een huwelijk van bijna twintig jaar en de zelfmoord van Zwagerman. Gaandeweg kreeg ik er als lezer steeds meer begrip voor dat ze dit boek heeft willen schrijven.

Zwagerman was dankzij zijn boeken en, vooral, zijn tv-optredens een beroemde Nederlander geworden. Hij gebruikte zijn status tijdens de scheiding ook in zijn privéleven. Voor de rechter schermde hij met getuigenissen van bekende vrienden en ook buiten de rechtszaal sprak hij op grote schaal kwaad over zijn vrouw.

Zij voelde zich in de hoek gedreven, vooral ook na zijn zelfmoord waarvoor zij door sommigen aansprakelijk werd gehouden. Onverdraaglijk was het ook voor haar dat hij in alle postume hulde steeds als een ‘zeer toegewijde vader’ werd opgevoerd. „Had geen mens Joost dan echt gekend?” schrijft ze bijna wanhopig over de toespraken bij de begrafenis.

Zij beschouwt Zwagerman als een zieke man („Zijn haat was zijn ziekte”), die gekweld werd door „beschadigende obsessies” en ,,dwanggedachten die erop gericht waren anderen uit te schakelen omdat hij zich steeds meer bedreigd voelde”.

Haar beschrijvingen van zijn gedrag wijzen in de richting van zo’n stoornis. Tot diep in de nacht verstuurde hij verontwaardigde mails naar allerlei mensen met wie hij van mening verschilde. Zelf kreeg zij er duizenden, zó regelmatig en zó haatdragend dat ze het als een vorm van stalking onderging. „Alles wat dierbaar was moest ook weer stuk. Zijn creatieve krachten bleken destructieve krachten te zijn.”

Zij vindt dat hij ten aanzien van haar ‘karaktermoord’ pleegde en citeert een mail van een vriend waarin hij ‘de tien stappen om Arielle kapot te maken’ beschrijft. Tegelijkertijd moest ze ervaren dat hij de buitenwereld zo goed bespeelde dat hij een bewonderenswaardige persoon kon blijven. Waren zijn vrienden kritischer voor hem geweest, suggereert ze, dan had zijn leven misschien nog een gunstige wending kunnen nemen.

Overdrijft ze in haar beschrijvingen? Er zijn geen redenen om dat aan te nemen. Eerder schreef ik een column over de krankzinnige, nachtelijke polemiek destijds op internet tussen Zwagerman en Anil Ramdas. Twee mannen die elkaar in totale razernij kapot wilden schrijven. Pathologisch gedrag; beiden pleegden later zelfmoord.

Ook zelf heb ik meegemaakt hoe Zwagerman in ellenlange, steeds bozere mails zijn (in dit geval politieke) gelijk kon opeisen. Ik hield op met reageren en er trad een jarenlange stilte in. Maar opeens kwamen er uit het niets enkele korte, complimenteuze mails, de laatste op 15 mei 2015, vier maanden voor zijn dood. Was hij tegenover zijn ex ook maar wat verzoenender geweest.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl