Recensie

Zoektocht naar een dode wetenschapsfilosoof

Recensie Alfred Elsbach had een grote toekomst voor zich, maar verkoos de dood. Wie was deze Nederlandse wetenschapsfilosoof?

In januari 1932 werd in het Merwedekanaal bij Weesperkarspel het stoffelijk overschot aangetroffen van de Utrechtse privaatdocent wetenschapsfilosofie Alfred Coppel Elsbach. Zelfmoord. Zijn publicaties zijn nu vergeten, maar destijds vond Albert Einstein ze de moeite van het bespreken waard. Elsbach was pas 35 jaar oud. Tragisch. Welke inzichten heeft het genie ons onthouden met zijn zelfgekozen einde? Welke baanbrekende publicaties bleven ongepubliceerd?

Elsbach leek op weg naar een glanzende carrière. Hij schreef een lijvig boek over Kant, Einstein en de algemene relativiteitstheorie, publiceerde over de grondslagen van wetenschap, werkte mee aan het Encyclopaedisch handboek van het moderne denken, was lid van het door Paul Ehrenfest nieuw leven ingeblazen dispuut Christiaan Huygens. Niettemin was zijn leven een mysterie, omdat er weinig persoonlijke gegevens bekend zijn.

Dankzij de Amsterdamse historicus en filosoof David Wertheim is hij alsnog aan de vergetelheid ontrukt. Tien jaar lang is de directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor Joodse Studies in Amsterdam op zoek geweest naar „de waarheid achter Elsbach”. In zijn onlangs verschenen boek Verloren in de tijd van Einstein doet Wertheim op persoonlijke, originele wijze van die meerduidige zoektocht verslag. De reden waarom Wertheim studie van Elsbach gemaakt heeft is omdat hij daarvoor is gevraagd door de uitvoerder van het testament van een familielid van Elsbach, die daartoe ook geld had nagelaten.

Biografische snippers

Vertrekpunt van Wertheim was een dun mapje, aangelegd door een neef van Alfred. Veel was het niet: biografische snippers en een enkel artikel. Wertheim ging aan de slag en voor hij het wist had hij zich vastgebeten in een moeizame speurtocht „naar de tragiek van deze in de mist van de geschiedenis zoekgeraakte wetenschapsfilosoof”.

Alfred Elsbach, ontdekte Wertheim, had zich na een studie wis- en natuurkunde in Leiden ontwikkeld tot Utrechts filosoof, met als belangrijkste wapenfeit een boek waarin hij Kants kennisleer aan de hand van het werk van Ernst Cassirer dacht te verzoenen met Einsteins algemene relativiteitstheorie. Nota bene Einstein zelf kwam met een recensie. Die was kritisch maar, zo liet een opgetogen Elsbach in 1924 weten, hij zou met Einsteins aanmerkingen „voor zover de grenzen van mijn kunnen dat toestaan, woekeren”. Hartstocht speelde daarbij geen rol: voor Elsbach bestond de werkelijkheid uit formules. Wanneer een landschap ontroerde viel dat, zo meende hij, ten diepste terug te voeren op een mathematisch instrument: zwaartekrachtspotentialen uit Einsteins veldvergelijkingen van 25 november 1915 over gekromde ruimtetijd.

Bericht van vermissing van Elsbach, geplaatst door de familie. Foto uit besproken boek

Hoe meer naspeuringen Wertheim verrichtte, hoe meer vragen zich aandienden. Elsbachs joodse jeugd in Oss, zijn studentenjaren in Leiden, zijn academische positie in Utrecht, zijn persoonlijke leven, zijn getourmenteerde ziel: ze bleven goeddeels in nevelen gehuld. Eén foto wist hij te achterhalen. Zie daaruit eens een mens van vlees en bloed te destilleren, te achterhalen wat de ongelukkige ertoe dreef zich in de Vecht te werpen. Elsbach had in 1914 het Leidse dispuutgezelschap Christiaan Huygens de rug toegekeerd na een ruzie over vierdimensionale ruimtetijd. In 1927 had hij tevergeefs gepoogd de Groningse psychisch monist Heymans op te volgen. Kort voor zijn wanhoopsdaad beklaagde Elsbach zich over „misdadige laster”: hij zou anoniem beschuldigd zijn van seksueel wangedrag. Inmiddels was hij behandeld voor vervolgingswaanzin.

Vergeefse zoektocht

Intrigerende feiten, maar te weinig voor een biografische schets. Het mysterie bleef. Het kansloze van zijn missie onder ogen ziende, richtte Wertheim de blik op zichzelf. Was het najagen van waarheid, fysisch dan wel historisch, geen „vergeefse zoektocht naar houvast, naar controle, in een wispelturige, onvoorspelbare wereld?” Van de nood een deugd makend, boog hij frustratie om in een existentieel zelfonderzoek.

Aldus is Verloren in de tijd van Einstein uitgedraaid op een persoonlijk verslag van de zoektocht zelf, inclusief de vele vragen die hij opwierp. In korte stukjes geeft Wertheim weer wat hij over Elsbach te weten is gekomen, afgewisseld met scènes waarin hij naar beste weten gebeurtenissen uit het verleden reconstrueert. Soms schetst hij bij gebrek aan harde gegevens mogelijke gebeurtenissen. In een knappe compositie smeedt hij ervaringen tot een systeem en construeert hij een beeld van Elsbach. Een verzonnen gesprek bewaart Wertheim voor de epiloog: een nachtelijke telefoonstem met Brabants accent, toebehorend aan een stokoude dame en tijdgenoot van Alfred Elsbach, lost de mysteries alsnog op.

Verloren in de tijd van Einstein doet denken aan het leven van een andere ‘geniale outsider’: Hugo Tetrode (1895-1931). Deze leeftijdgenoot publiceerde al op zeventienjarige leeftijd in Annalen der Physik, ontvouwde verbluffende inzichten, en was tegelijk zo mensenschuw dat hij zijn dienstbode „meneer ontvangt niet” liet zeggen toen Einstein en Ehrenfest op de stoep stonden. Tetrode overleed aan tbc. Ook van dat leven waren grote stukken zoek. Een publicatie van Hendrik Casimir uit 1984 in NRC Handelsblad leverde aanvullende informatie op. Hoop voor Wertheim.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl