Reportage

Zij doet alles thuis – opvoeden, koken, wassen

NRC portretteert de L-flat in Zeist. Vandaag een Marokkaans-Nederlandse vrouw die in haar eentje haar gezin draaiend houdt.

Foto Daniel Niessen

Lees de online versie van dit artikel op nrc.nl/flat

Dit stukje gaat over een Marokkaans-Nederlandse vrouw die woont in de L-flat. Haar naam, bekend bij de redactie, wil ze bij nader inzien niet laten publiceren.

Voor elke geïnterviewde, altijd, is publicatie spannend. Ook voor L-flatbewoners. Een Hollandse vrouw die pepperspray bij zich draagt als ze om de flat wandelt, trok zich terug uit vrees voor onveiligheid.

Het komen tot een interview alleen is vaak al lastig. Vooral, blijkt na maanden flat-ervaring, bij bewoners van niet-westerse komaf. Pogingen bij tien bewoners liepen op niets uit. Een Soedanese bewoner zei ja en heeft het sindsdien te druk. Een enthousiaste Marokkaanse Nederlander beantwoordt verzoeken niet meer. Een Eritreeër, aangedragen door Vluchtelingenwerk, appte: „ik heb taal probleem”, gevolgd door stilte in alle talen.

Zestig procent van de mensen in de L-flat is van niet-westerse komaf. Een portret van de flat is in disbalans als hun stemmen er te weinig in doorklinken. De journalistieke vreugde was dan ook groot toen een Marokkaans-Nederlandse flatbewoonster na een goed gesprek instemde met publicatie onder voorwaarden. Die scherpte ze later aan. Ook haar voornaam niet. Ook niet hoeveel kinderen ze heeft. En nee, tóch geen onherkenbare foto. De fotograaf heeft gepraat als Brugman.

Dit is het portret van Anonyma.

Ze spreekt af in het inloophuis van de flat want thuis, dat wil ze niet. Anonyma draagt een djellaba en een hoofddoek die breed uitloopt onder haar hals. Haar tienerdochter, in spijkerbroek en sneakers, is mee als vertaler. Anonyma spreekt Nederlands maar noemt haar niveau „slecht”. Ze zat in Marokko een paar jaar op school en toen moest ze eraf. Eenmaal getrouwd volgde ze haar man naar Nederland.

Ze heeft een kinderrijk gezin. Haar dochter vertelt dat ze haar huiswerk noodgedwongen in de woonkamer maakt, met oortjes in. ‘Havana, ooh na-na’, hoort ze, blokkend op wiskunde en grammatica. ‘Half of my heart is in Havana, ooh na-na.’

De vrouw maakt ontbijt voor iedereen, elke ochtend. Brood met kaas of abrikozenjam, of Marokkaanse pannenkoeken. Dan brengt ze haar kinderen naar school. Vervolgens gaat ze terug naar huis en ruimt ze op. Nee, ze heeft geen afwasmachine. In de middag bereidt ze lunch en avondeten voor haar man en kinderen. Haar man is ziek – meer vertelt ze niet.

Anonyma haalt de kinderen op uit school. Ze gaat met hen naar de tandarts. Naar de oudergesprekken op school. Naar de supermarkt. Naar de voedselbank.

Tussendoor volgt ze in de wijk lessen Nederlands. Als het past. Eerst het huis aan kant, dan haar uitdrukkingsvermogen.

Ze heeft geen auto en geen fiets. Ze kan niet fietsen, vertelt ze. Kan ze niet leren fietsen? Jawel. Sterker, dat wil ze. Ze weet precies waar ze kan lessen. Maar ze is al eens onderuit gegaan, zegt ze. Ze vreest voor een echt harde val. Voor gebroken botten. „Wie helpt dan mijn kinderen?”

Dan is het gesprek klaar. Moeder en kind verlaten het inloophuis. Tijd voor het hervatten van de dagelijkse, anonieme vlijt.

Hierna: Grada Lammers (88) flatbewoner sinds 1972. Zie nrc.nl/deflat en de Achterpagina van dinsdag