Twijfels bij Tefaf: zijn oudheden op kunstbeurs legaal?

Archeologie Op kunstbeurs Tefaf wordt veel archeologische kunst aangeboden. Is dat allemaal legaal opgegraven? „In twee dagen onderzoeken we alleen de kwaliteit en echtheid.”

Een man stofzuigt kort voor de Tefaf-editie van 2019.
Een man stofzuigt kort voor de Tefaf-editie van 2019. Foto Oliver Berg/EPA

Een krachtige gespierde torso, een mysterieus gesluierd vrouwenhoofd, een bonte sarcofaag. Ook dit jaar zijn er veel prachtige Romeinse, Griekse en Egyptische oudheden te zien op de Tefaf, de kunstbeurs die dit weekeinde weer in Maastricht begint. Al deze objecten, ook de precolumbiaanse kunst en de archeologische voorwerpen uit Azië, zijn van te voren gekeurd door (buitenlandse) academische experts. Archeologen die zich bezighouden met de illegale handel in oudheden vragen zich echter af of er bij de keuringen op de Tefaf wel genoeg wordt gelet op een mogelijke illegale herkomst. Meer dan eens zijn op de Tefaf illegaal opgegraven of geroofde oudheden in beslag genomen. Dat roept ook de vraag op of je als archeoloog wel in zo’n keuringscommissie moet gaan zitten.

Geen denken aan dat Christos Tsirogiannis in zo’n commissie gaat zitten. Ethisch verwerpelijk, zegt de Griekse forensisch archeoloog. Hij is aan het Institute of Advanced Studies van de Universiteit van Aarhus (Denemarken) bezig met onderzoek naar de handel in illegale oudheden. Zelfs een bezoek aan de beurs zit er niet in. „Dan voel ik me alsof ik een slachthuis betreed.”

Witwassen van oudheden

Maar Egyptoloog Christian Loeben van het Museum August Kestner in Hannover, vorig jaar op de Tefaf expert in de keuringscommissie voor de sectie Ancient Art, ziet alleen maar goede kanten aan het keuringswerk. „Hierdoor zie ik nieuwe dingen en krijg ik te horen naar welke collecties objecten gaan. Zonder de officiële beurzen en handel verdwijnen voorwerpen in het illegale circuit, en dan weten we helemaal niet waar ze zijn en kunnen we ze helemaal niet onderzoeken.” Loeben, ook verbonden aan de Universität Göttingen, zit ook al jaren in de keuringscommissies van twee kunstbeurzen in Brussel en Bazel. „Door dit werk bouw ik ook een vertrouwensband met de handelaren op. Soms vragen ze me van tevoren advies over een mogelijke aankoop. Als ik het niet vertrouw, waarschuw ik ze: blijf ervan af! Dat speelt zich dus allemaal nog voor een beurs af.”

Loeben weet dat meer collega’s zijn keuringswerk afkeurenswaardig vinden. „Vorig jaar ben ik bijna geroyeerd als lid van de International Association of Egyptologists. Volgens hun code of ethics mag je niet bij de handel in oudheden betrokken zijn. Ik heb ze duidelijk kunnen maken dat deelname aan de keuringscommissie geen witwassen van illegale oudheden betekent. Sterker, we corrigeren de handelaren. Op de laatste jaarvergadering is in de statuten opgenomen dat de leden wel in keuringscommissies mogen plaatsnemen.”

Kwaliteit en echtheid

De Tefaf, die sinds 1988 bestaat, heeft zich lang vooral bekommerd om kwaliteit en echtheid. Bij de keuringscommissies, die tot vorig jaar nog voor een groot deel bestonden uit handelaren die zelf ook op de beurs stonden, was er weinig aandacht voor herkomst en verzamelgeschiedenis. Dat leidde meer dan eens na tips van outsiders tot de inbeslagname van gekeurde kunstvoorwerpen die toch een illegale herkomst bleken te hebben. Enkele voorbeelden: een grote verzameling Nigeriaanse Nok-beelden in 2000, in 2007 een kleitablet uit Irak, in 2008 een marmeren Griekse vaas, in 2017 een Achaemenidisch reliëf uit Persepolis op Tefaf New York, in 2018 een Indiase boeddha en een Egyptisch beeldje van Ny-Kau-Ptah in Maastricht en een Etruskisch votiefhoofd in New York. De vaas en het votiefhoofd zijn geïdentificeerd door Tsirogiannis. „Op basis van catalogi en foto’s van archeologen die de beurs wel bezoeken.”

Lees over het gestolen Egyptische beeldje: De illegale handel in de grafgiften van Ny-Kau-Ptah

Egypte is een uitzondering

Is het nu beter? Sinds vorig jaar wordt de keuring door academische experts als Loeben gedaan. En sinds 2018 heeft de Tefaf in Nanne Dekking een nieuwe voorzitter. In de catalogus van vorig jaar noemde hij transparantie fundamenteel. Daarin zei hij ook dat de zogeheten provenance de grootste waarde van een kunstwerk bepaalt. Provenance is de historie van eigendom van een voorwerp. Maar in de openbare richtlijnen voor de keuringen speelt provenance bij de archeologische voorwerpen alleen een expliciete rol bij de sectie Ancient Art en niet bij precolumbiaanse kunst en de Aziatische archeologische voorwerpen.

En nergens staat aangegeven wat een goede provenance is, behalve voor objecten uit Egypte: zij moeten schriftelijk bewijs hebben dat ze al voor 1983, toen Egypte bij wet de uitvoer van oudheden verbood, dat land hebben verlaten. In algemene zin wordt wel gezegd dat elke handelaar zich moet houden aan bepaalde verdragen, zoals de Unesco Conventie van 1970 inzake illegale handel in culturele goederen. Die bepaalt onder meer dat ieder kunstobject dat een land verlaat een uitvoervergunning moet hebben. De internationale museumwereld hanteert daarom 1970 als een grens: musea kopen niets meer aan zonder documentatie die bewijst dat het object voor 1970 het land van oorsprong had verlaten.

Niet gecontroleerd

Bij de Tefaf wordt die grens niet getrokken. De conventie heeft geen terugwerkende kracht en daarom is een kunstobject in Nederland, dat pas in 2009 heeft geratificeerd, al legaal als er een aantoonbare herkomst van voor dat jaar is.

Bij de keuring van archeologische voorwerpen wordt nog steeds niet gecontroleerd op de provenance en verzamelgeschiedenis, zegt Loeben „Daarvoor is geen tijd. In twee dagen onderzoeken we alleen de kwaliteit en echtheid. Zo heb ik een Egyptisch beeldje afgekeurd omdat het vals was. Ik vertrouw de handelaren, allen lid van een internationale organisatie met een code of ethics. Voor mij is daarom een object onschuldig tot zijn schuld is bewezen.”

Daarmee kon je in de jaren vijftig wegkomen, maar nu niet meer

Christos Tsirogiannis forensisch archeoloog

„Daarmee kon je in de jaren vijftig wegkomen, maar nu niet meer”, reageert Tsirogiannis. „We beschikken nu over polaroid-archieven, die in de jaren negentig bij illegale handelaren in beslag zijn genomen. Op de foto’s zijn tienduizenden oudheden te zien die op dat moment net illegaal waren opgegraven. En diezelfde oudheden worden de laatste jaren teruggevonden bij handelaren, verzamelaars, veilinghuizen en kunstbeurzen als de Tefaf.”

Op basis van catalogi en foto’s genomen op de Tefaf durft hij een schatting aan: „Minstens 30 procent heeft geen goed gedocumenteerde verzamelgeschiedenis en is daarom minstens verdacht.” In de catalogus van dit jaar geldt dat onder meer voor een Romeinse torso uit ‘Collection Louis Maury, Geneva’, zonder vermelding van wie en waar het is gekocht op 13 februari 1982. Op zijn eigen website vermeldt de betreffende handelaar veilinghuis Drouot in Parijs.

Veder gaat het om een Chinees Tang-beeldje zonder provenance, een bronzen Chinees wijnvat uit 1300-1046 voor Christus uit ‘een privéverzameling’ en een ‘Vikingbijl’ uit een Britse privéverzameling en ‘verworven op de Duitse kunstmarkt voor 2000’. „Heeft de handelaar als eerste stap van due diligence navraag gedaan in het land van herkomst, vooral Italië en Griekenland, die de polaroid-archieven beheren?”, vraagt Tsirogiannis zich af.

Geroofde oudheden

Zeker drie van de dertien handelaren in oudheden op de Tefaf hebben geroofde oudheden aan een land van herkomst moeten teruggeven, en minstens vijf andere zijn op een andere manier in verband te brengen met de handel in illegale oudheden. Tsirogiannis: „Dus wanneer wordt een handelaar van de beurs geweerd? Een van hen heeft op de website van de Tefaf zelfs nog een foto van zijn galerie staan met daarop de marmeren vaas die illegaal opgegraven bleek te zijn.”

Tsirogiannis zet ook vraagtekens bij minstens twee leden van de keuringscommissie van de sectie Ancient Art. Ze lijken zich in elk geval in het verleden weinig om herkomst en verzamelgeschiedenissen te hebben bekommerd: ze hebben onder meer tientallen oudheden zonder enige provenance in museumcatalogi gepubliceerd en daarmee respectabiliteit verleend. Een van de twee, klassiek archeoloog en tot voor kort conservator van het Michael C. Carlos Museum van Emory University, was in 2005 betrokken bij de publicatie van bronzen vazen uit de collectie van Shelby White en Leon Levy. „Intussen is van enkele van die oudheden ook echt bewezen dat ze illegaal waren opgegraven; die zijn teruggegeven aan Griekenland en Italië.” De klassiek archeoloog heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar.

Gestolen boeddha

Tussen de uitersten van Tsirogiannis en Loeben is nog wel een academisch ‘middenveld’. „Ik ben niet uit principe tegen kunstbeurzen als Tefaf”, zegt Lynda Albertson, directeur van ARCA (Association for Research into Crimes against Art). Zij is degene die in 2018 de gestolen boeddha op de Tefaf heeft ontdekt. „Maar laat de handelaren wel alle documentatie voor de verzamelgeschiedenissen al ruim voor de beurs opsturen, zodat er genoeg tijd is om ze te onderzoeken.”

Egyptoloog Daniel Soliman van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden, eerder betrokken bij een project van het British Museum tegen illegale handel en van een jongere generatie dan Loeben, zat vorig jaar voor het eerst in de keuringscommissie van de PAN-kunstbeurs in Amsterdam. „Het museum doet dat uit traditie. Wij proberen nu de richtlijnen voor de provenances aan te scherpen, maar dat gaat niet van de ene op de andere dag.”

Correctie 10 maart: in een eerdere versie van dit artikel stond dat er in 2017 een Assyrisch reliëf uit Persepolis op de Tefaf in New York in beslag is genomen. Dat klopt niet, het gaat om een Achaemenidisch reliëf. Persepolis was de hoofdstad van het Oud-Perzische of Achaemenidische Rijk (tussen 550 en 300 V.C).