Kamer kritisch over plannen nieuwe lessen

Kamerdebat Onderwijsvernieuwing Voor het eerst mocht de Tweede Kamer zich uitspreken over de plannen voor een nieuw curriculum op de basis- en middelbare school. Veel partijen willen er niet zomaar mee verder.

Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) is nog enthousiast over het onderwijsvernieuwingsproject curriculum.nu, de Tweede Kamer veel minder.
Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) is nog enthousiast over het onderwijsvernieuwingsproject curriculum.nu, de Tweede Kamer veel minder. Foto Vincent Jannink

Er kwam scherpe kritiek los donderdag, de eerste keer dat de Tweede Kamer debatteerde over de geplande onderwijsvernieuwing curriculum.nu. „Wat mij betreft stopt curriculum.nu hier in deze vorm”, zei Kamerlid Paul van Meenen (D66). En Peter Kwint (SP): „Zonder heldere probleemanalyse gaat de SP nooit toestemming geven hiermee aan de slag te gaan op scholen.”

Anderhalf jaar hebben negen teams van docenten en schoolleiders gebrainstormd over nieuwe inhoud van vakken voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Dit leverde een boekwerk op met ‘bouwstenen’: basale omschrijvingen van wat kinderen moeten weten per leergebied. Op basis daarvan moeten straks concrete leerdoelen geformuleerd worden.

Maar eerst mocht de Kamer reageren. „lk heb twee jaar lang op het puntje van mijn tong moeten bijten”, zei Van Meenen, waarna hij de plannen „een bak Lego, een bak Meccano en een bak Knex door elkaar gegooid” noemde.

De reacties liepen bepaald niet langs traditionele politieke lijnen. Coalitiepartners D66 en CDA waren, met oppositiepartijen SP en PVV, het scherpst in hun aanmerkingen, terwijl minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) het vernieuwingsproject steunt.

In het regeerakkoord is de curriculumvernieuwing opgenomen, maar volgens Van Meenen is destijds afgesproken dat coalitiepartijen vrij zijn in hun oordeel over de voorstellen van de ontwikkelteams.

Lees ook: Destilleer hier maar eens een curriculum uit

VVD en GroenLinks vonden elkaar juist in een positievere beoordeling – tot hilariteit van PVV-Kamerlid Harm Beertema.

Kritische noten

Ondanks die verschillen waren de Kamerleden opvallend scherp. Ze hadden duidelijk geluisterd naar de vele kritische noten van wetenschappers, docenten en vakverenigingen bij de voorstellen.

Eppo Bruins, partijgenoot van Slob, benadrukte dat er over onderwijs veel verschillende meningen zijn en dat Den Haag „moedig voorwaarts” moet met de vernieuwing. Maar hij noemde ook zeven punten die in een nieuw curriculum zouden moeten voorkomen, zoals op kennis gerichte leerdoelen en „geen brede, 21ste-eeuwse vaardigheden die ronduit onwetenschappelijk zijn”.

CDA en D66 willen dat er snel een onafhankelijke, permanente curriculumcommissie komt die de voorstellen tegen het licht houdt. De Onderwijsraad heeft geadviseerd dat er zo’n commissie komt: curriculum.nu heeft „te weinig scherpte en richting”, aldus de raad in 2018.

In het vervolg van het debat zorgden de antwoorden van Slob voor verwarring. „Ik vind het heel fijn om eindelijk eens over dit onderwerp te kunnen spreken”, begon Slob, waarna hij een uiteenzetting hield over het historisch verloop van de vernieuwing. Daarmee leek hij vooral te willen zeggen dat de Kamer de condities waaronder curriculum.nu van start ging, zelf heeft geschapen.

Het ging mis toen Slob vertelde hoe het vervolg van het proces er volgens hem uit moet zien. Kamerleden moesten vaak interrumperen om hem te begrijpen. Voor de zomer moet er een heldere opdracht voor het formuleren van de leerdoelen liggen, dan gaan scholen in pilots met de voorstellen aan de slag, én er komt met spoed een curriculumcommissie.

Verwijt van Kamerleden

Kamerlid Michel Rog (CDA) vroeg wat de bedoeling was. „Het is me totaal niet duidelijk. Gaan we nou door op dezelfde weg? Of gaan we, zoals een deel van de Kamer vraagt, een permanente commissie aan het werk stellen die met mogelijke aanpassingen komt?”

Allebei, blijkt. De minister wil vasthouden aan het principe dat vooral docenten de inhoud van het curriculum bepalen, maar vindt ook dat een nieuw ingestelde commissie met wetenschappers naar de voorstellen moet kijken.

Dat leidde tot het verwijt van Kamerleden dat Slob niet op hun kritiekpunten inging. „Het begint een gênant debat te worden”, zei Beertema. Van Meenen (D66): „Het is vrij helder wat de Kamer wil. Maar de minister houdt een verhaal dat nauwelijks een relatie heeft met wat de Kamer zegt. Het lijkt erop dat we gewoon doorgaan op de ingeslagen weg.” 

Slob zei „naar eer en geweten” antwoord te hebben gegeven op vragen. „Ik zoek de verbinding.” Binnenkort is er een vervolgdebat, waarin partijen moties zullen indienen. Het is afwachten hoe de partijlijnen zich dan zullen aftekenen.