Het einde van de spelersmakelaar voor 544,50 euro

Voetbalmakelaars Sinds iedereen zich voor 544,50 euro kan laten registreren als spelersmakelaar, is de markt geëxplodeerd. De FIFA wil weer strengere regels, tot woede van de intermediairs. „Er komen megaclaims.”

De zaakwaarnemer van Frenkie de Jong stond voor 2015 niet bij de KNVB geregistreerd als spelersmakelaar.
De zaakwaarnemer van Frenkie de Jong stond voor 2015 niet bij de KNVB geregistreerd als spelersmakelaar. Foto Joan Monfort / AP

Open de poorten van de goudmijn en op een dag zal het er wemelen van de gelukszoekers. Ongeveer dat gebeurde er toen wereldvoetbalbond FIFA vijf jaar geleden de markt voor spelersmakelaars vrijgaf. In plaats van examen te doen, met in Nederland een gemiddeld slagingspercentage van tien procent, kunnen zaakwaarnemers zich bij de KNVB laten registreren voor 544,50 euro per jaar en een verklaring van goed gedrag. Of zoals directeur Louis Everard van spelersvakbond VVCS altijd zegt: „Iedereen, behalve een pedoseksuele badmeester, kon spelersmakelaar worden.”

Gevolg: een wildgroei van zaakwaarnemers. Alleen in Nederland is hun aantal verdrievoudigd, blijkt uit de meest recente registratielijst van de bond. Tot 2015 waren er circa 150 intermediairs, nu zijn dat er 476. Meer dan in Duitsland (326), Frankrijk (125) én meer dan het aantal eredivisiespelers (468).

Lang niet allemaal zijn het fulltimers. Tussen bekende namen als Mino Raiola en Rob Jansen staan advocaten, kroegbazen, een artiest (Ali B) en een misdaadverslaggever (Peter R. de Vries). Sommigen doen het om bij te verdienen, anderen boeken bescheiden succes in een niche, bijvoorbeeld door goede Nederlandse amateurs naar profcompetities in bijvoorbeeld Albanië, Letland of Servië te brengen.

Voetbalclubs merkten de toename ook. Ze treffen vaker intermediairs met minder kennis van contracten, terwijl de jacht op hun talenten intensiveerde via appjes en belletjes waarin zaakwaarnemers jonge spelers voor zich pogen te winnen. „Clubs merken dat het uit de hand is gelopen”, zegt Rob Jansen, die met zijn kantoor onder anderen Ronald Koeman en Dennis Bergkamp bijstaat, en voorzitter is van de Nederlandse en Europese vakbond voor intermediairs. „Wij zeiden vijf jaar geleden al: het wordt chaos.”

Vijf jaar na de vrijgave van de markt wil de FIFA weer een licentiesysteem invoeren, met aangescherpte regels. Het examen wordt (met terugwerkende kracht) heringevoerd, er komt een provisie-plafond en voortaan moet het merendeel van de transacties via de FIFA lopen. In januari stuurde de bond een raamwerk van het systeem naar betrokken partijen, maar het is de vraag of de maatregelen er doorheen komen nu de makelaars weigeren met de FIFA te communiceren.

Wie zijn oor te luisteren legt bij betrokken partijen bespeurt een sluimerende onvrede bij zowel de beleidsbepalers als de dealmakers in het voetbal. De FIFA vindt dat makelaars buitensporig veel geld verdienen en wil hervormen; spelersvakbonden en clubs ergeren zich aan de nieuwe mores onder makelaars; makelaars vinden het onterecht dat zij overal de schuld van krijgen en storen zich aan de FIFA, clubs én aan elkaar.

„Door de deals van de zogenoemde super agents denkt iedereen dat wij miljoenen verdienen”, zegt Guido Albers, wiens kantoor Players United onder anderen Donny van de Beek en Frank de Boer bijstaat. „Men vergeet dat er nog een hele markt onder zit. Dat wij ook jaren langs de lijn staan bij jeugdspelers die nog niet betaald krijgen. Zoveel super agents zijn er niet. Noem er maar eens vijf op.”

Nieuwe regels

Als de FIFA de regels wil aanscherpen, waarom zijn die dan ooit versoepeld? Volgens KNVB-jurist Mark Boetekees omdat de toenmalige regels nauwelijks werkten. Op papier moesten alle zaakwaarnemers over een licentie beschikken, in de praktijk werd circa driekwart van alle transfers afgehandeld door intermediairs zonder licentie, concludeerde de FIFA. „De oude regels werden door de FIFA niet nageleefd”, zegt een medewerker van de internationale spelersvakbond FIFpro. „Intermediairs, clubs en spelers werden niet disciplinair gestraft als ze de regels overtraden.”

Zaakwaarnemers in Nederland klaagden destijds dat het licentie-examen te theoretisch was; van de kandidaten slaagde ruim negentig procent niet. Onder wie Guido Albers, die op dat moment al jaren in het voetbal werkte. „Wij hebben de zoon van Rob Witschge de toets laten doen. Hij werkte voor ons. We wisten dat het examen werd afgeschaft, dus we hebben er zelf geen tijd meer ingestoken.”

Dankzij de nieuwe regels kon Albers zich in 2015 alsnog laten registreren bij de KNVB. Alleen: de kans bestaat dat hij uiteindelijk toch examen moet doen. En hij niet alleen. Naast Albers stonden bijvoorbeeld ook Ali Dursun (Frenkie de Jong) en Winnie Haatrecht (Ryan Babel) voor 2015 niet bij de KNVB als makelaar geregistreerd. Albers: „Ergens zou ik het raar vinden, maar regels zijn regels.”

De verscherpte reglementen zijn vooral bedacht om de macht van zaakwaarnemers in te perken en meer transparantie te creëren. Volgens de FIFA lekt er te veel geld weg uit het voetbal: tussen 2013 en 2018 verdienden zaakwaarnemers gezamenlijk 1,9 miljard euro. Toppunt is de geschatte 49 miljoen euro die Nederlander Mino Raiola verdiende bij de overstap van Paul Pogba van Juventus naar Manchester United in 2016.

Raiola verdiende bij die transfer het dubbele van wat Nederlandse clubs over het seizoen 2017-2018 aan zaakwaarnemers betaalden: 24,5 miljoen euro. Ook dat bedrag is gestegen. In 2015-2016 keerden Nederlandse profclubs samen nog geen tien miljoen euro uit aan intermediairs, berekende de KNVB.

„Het gaat de verkeerde kant op”, oordeelde FIFA-baas Gianni Infantino in 2018 over de toegenomen commissiegelden in het voetbal. „Maar dat is ook een kwestie van het ecosysteem in het voetbal. Er gelden geen regels. Iedereen kan doen wat hij wil.”

De zaakwaarnemer van Matthijs de Ligt, Mino Raiola, wordt beschouwd als een van de ‘super agents’.

Foto Wallace Woon/EPA

Ergernissen

Sinds zich meer intermediairs op de markt begeven, is de onderlinge sfeer verhard, merkt Guido Albers. „Mijn spelers worden continu benaderd door andere zaakwaarnemers of ze willen overstappen. Grote en kleine kantoren uit binnen- en buitenland die beloven dat ze de speler naar een buitenlandse club kunnen brengen tegen hoge salarissen. In zulke berichtjes staan vaak nog typfouten ook. Dat zijn de goudzoekers.”

Binnen belangenclub ProAgent is er discussie geweest over het benaderen van elkaars spelers. Dat gebeurt vaker nu er meer intermediairs op de markt actief zijn, en zou extra in de hand worden gewerkt door het feit dat ze jeugdspelers maximaal twee jaar aan zich mogen binden.

Een voorbeeld: zaakwaarnemer A contracteert een speler van 15,5 jaar en volgt trouw diens wedstrijden op het jeugdcomplex. Zaakwaarnemer B duikt twee jaar later op en vertelt de speler en zijn ouders dat hij een overstap naar Chelsea of Manchester United kan regelen. Gaat de familie met zaakwaarnemer B in zee, dan is het werk van zaakwaarnemer A voor niets geweest. Maar de ouders weten niet dat Engelse clubs bereid zijn om zaakwaarnemer B met vijf ton commissie te belonen voor het aandragen van de speler, meer dan de betreffende speler in drie jaar zou verdienen.

Om dit soort praktijken te stoppen, wilden makelaars binnen ProAgent in 2019 afspreken dat ze hoogstens één keer elkaars spelers mogen benaderen voor een overstap. De onvrede kwam vooral voort uit de werkwijze van het kantoor SEG International, dat het merendeel van de spelers van het Nederlands elftal vertegenwoordigt en op andermans talenten zou azen. Niet veel later trok SEG zich terug uit het bestuur van ProAgent en uit de vakbond zelf.

Een andere onderlinge ergernis is dat lang niet alle spelersmakelaars zich daadwerkelijk bij de KNVB hebben laten registreren voor 544,50 euro. Sommigen doen alleen het veldwerk en laten een advocaat op kantoor de daadwerkelijke deals sluiten. Zij worden als loopjongens gezien. „Zolang het mag, wat is er dan mis mee?” zegt een van hen. „Ik werk gewoon als freelancer op provisiebasis.”

Minder verdeeldheid is er in de ergernis over de reputatie van de beroepsgroep. Waarom worden zij allemaal over één kam geschoren als ouders van minderjarige spelers met dubieuze makelaars in zee gaan? Waarom treden clubs daar niet harder tegen op? En is het de schuld van makelaars dat clubs hun zoveel commissie willen betalen?

„Moreel heb ik soms ook mijn vraagtekens bij sommige bedragen, maar het is niet illegaal”, zegt Rob Jansen. „En wie is er gek: de makelaar die het bedrag vraagt of de club die het betaalt?”

De meeste makelaars verdienen helemaal geen miljoenen, benadrukt Jansen. Enkele jaren geleden liet de European Football Agents Association, waarvan hij voorzitter is, onderzoek doen naar de verdiensten van circa tienduizend makelaars. Het gemiddelde jaarinkomen bedroeg 30.000 euro bruto.

Bemoeienis van de FIFA

Toch wil de FIFA zich nadrukkelijk gaan bemoeien met de geldstromen in de branche. Naast de herinvoering van het examen is de FIFA van plan een zogenoemde ‘Clearing House’ in te voeren: een vehikel waarin onder meer commissiegelden en solidariteitsbijdragen binnenkomen. In plaats van de clubs zou dit Clearing House de bedragen uitbetalen.

Ingrijpender is de voorgestelde begrenzing van commissiegelden. De FIFA wil dat intermediairs maximaal tien procent van de transfersom kunnen innen wanneer zij de verkopende club vertegenwoordigen. Ook zouden ze maximaal drie procent van het salaris van een speler mogen krijgen. Nu ligt dat percentage tussen de vijf en zeven procent, wat bij het salaris van ’s werelds best verdienende voetballer Lionel Messi neerkomt op een bedrag tussen de 4 en 5,6 miljoen euro per seizoen.

De FIFA stelt dat deze beperkende maatregelen in overleg met intermediairs zijn bedacht. „Dat is een farce”, zegt Jansen. „Ze hebben met intermediairs gesproken, maar dat lijkt vooral voor de show. In de top van de FIFA zitten mensen die nog nooit een transfer hebben gedaan.”

Jansen vindt het prima dat de FIFA de markt wil ordenen door herinvoering van het licentie-examen, maar is het oneens met het provisie-plafond. Geleid door het waanidee dat iedere makelaar goud geld verdient, aldus Jansen, zou de FIFA onterecht een vrije markt willen begrenzen. Intermediairs en hun vakbonden hebben aangekondigd tot in de rechtszaal te vechten voor behoud van hun inkomsten. Jansen: „Er zullen megaclaims komen.”

De European Football Agents Association, waarbij zo’n duizend intermediairs zijn aangesloten, heeft onlangs besloten om de FIFA te negeren, in formele dan wel informele setting. „Niemand van ons zal nog met de FIFA in gesprek gaan”, schreef het EFAA-bestuur half februari aan zijn leden. „We gaan pas weer met de FIFA in gesprek als de gesprekken over regelgeving van voor af aan beginnen.”