Reportage

Supermarktklanten over hun vleesgedrag: ‘Wie hard werkt grijpt niet naar rauwe wortel’

In de supermarkt In Wijhe, thuisbasis van vleesbedrijf Stegeman, domineren de vleeseters. Maar ook supermarktklanten in Den Bosch en Amsterdam laten het vlees zelden staan. „Never nooit niet. Ik hou niet zo van groenten.”

Klant Mirjam van der Ven in de EkoPlaza in Den Bosch. Vlees eet ze eens in de twee weken.
Klant Mirjam van der Ven in de EkoPlaza in Den Bosch. Vlees eet ze eens in de twee weken. Foto Merlin Daleman

„Heb je wel eens gebakken selderijknol op brood gegeten? Dat is beter dan rosbief!” Anja Klein Wassink, 65 jaar, bloemenrok en roodgeverfde krullen, leunt op haar boodschappenkar in de Albert Heijn van Wijhe en oreert over groenten. Ze houdt van koken, laatst stond haar bietenrisotto in de Allerhande. „Daar zitten gebakken paddenstoeltjes op.” Maar met haar enthousiasme over selderijknol-achtigen is ze niet representatief voor de mensen hier. Wijhe, naast Olst en vlak bij Zwolle, is echt een vleesdorp. „De mensen waren hier altijd arm en ze werkten hard. Twijgsnijden, dijken matten. Als je hard moet werken, dan grijp je naar worst en spek, niet naar rauwe wortel.” Bovendien: „Vroeger werkte iedereen in Olst en Wijhe in de vleesindustrie. Ze zijn opgegroeid met worst.”

Inderdaad is Stegeman, het vleesbedrijf aan de rand van het dorp, nogal zichtbaar in Wijhe – de (oud-)werknemers lopen overal rond. Voormalig productiedirecteur Ben Harbers (73) doet boodschappen in de Albert Heijn met zijn vrouw. Hij is gek op biefstuk en eet misschien twee keer per jaar vegetarisch: „Een kaassoufflé of een vegaburger.” Frans Hollegien (58), al veertig jaar werkzaam in de „rokerij en kokerij” van Stegeman, staat op het punt een pak kippendijen te kopen. Vega-dingen vindt hij niks, maar aan vlees zitten ook nadelen, weet hij vanwege zijn rook- en kookwerkzaamheden. „Ik weet dus wat er in al dat vlees zit. Olie! Ja, dan kan ik ook een fles daar nemen…” (hij gebaart naar het olieschap) „… en die naar binnen werken”.

Ook in de Boni, de goedkopere supermarkt iets verderop, doen Stegeman-werknemers hun boodschappen. Een van hen, een man van 53, vertelt dat hij er de vrachtwagens met varken en kip leeghaalt. Nonchalant: „Ik trek 20, 30, 35 ton vlees naar binnen.” De vegaproducten die Stegeman ook maakt vindt hij niks: „De bite die erin zit, kun je niet vergelijken.”

Gigantische rosbief

Hoewel vegetarisch eten in opkomst is, neemt de vleesconsumptie niet af, zeggen onderzoekers Hans Dagevos en Muriel Verain van Wageningen Economic Research. Waarom vinden mensen het zo moeilijk om afstand te doen van vlees en vis? En áls ze vegetarisch eten, wat maken ze dan? NRC vroeg het mensen in zes supermarkten: de Boni en Albert Heijn in Wijhe, de Jumbo en Dirk van den Broek in Amsterdam-Noord, en de EkoPlaza en Aldi in Den Bosch (respectievelijk in het centrum en de wijk De Schutskamp). In totaal vertelden ongeveer honderd mensen over hun eetgedrag.

Het eten van vlees roept bij veel supermarktbezoekers enthousiasme of zelfs trots op. Neem Bas (31, vrolijke kop, pilotenbril), maker van epoxy tafels. In zijn pauze kan hij, gekleed in een zwarte werkbroek met witte vegen, tartaartjes en varkensfiletsteak inslaan in de Amsterdamse Jumbo. Hij eet een halve kilo à een kilo vlees per dag, vertelt hij. „Loop eens mee?” Bij het vleesschap wijst hij op een gigantische rosbief. „Dit eet ik om de twee, drie dagen. Dat braad ik dan. Het is goedkoper dan biefstuk, maar wel lekker. Ja, er zijn heel wat dieren voor mij om het leven gebracht.”

Even verderop lopen Agustin Bruges en Lilian Bruges-Haije, grijzende zestigers met vrolijke brillen. Ze wonen in Alkmaar en komen hier speciaal voor de ‘foodmarkt’: deze grote Jumbo heeft marktachtige kraampjes met brood, vlees, vis en groenten . Of ze wel eens vegetarisch eten? Lilian: „Never nooit niet. Ik hou niet zo van groenten.” Waar ze wel van houdt? Agustin: „Van mij.” Lilian bevestigt dat; verder houdt ze van kip. Agustin lust graag „een goeie biefstuk, een T-bone, entrecôte.” „En karbonaadjes”, voegt Lilian toe.

„Ik ben een vleeseter”, zeggen veel mensen, of: „Ik ben een echte carnivoor.” Vooral in de Boni in Wijhe is de vleeseter omnipresent. „Ik doe overal vlees in, moet ik zeggen”, zegt Sylvia Koekkoek (50). „Spaghetti daar doe je gehakt in, wraps daar doe je kip in.” Het is nu lunchtijd, ze gooit saucijzenbroodjes in de kar. Karin Kluinhaar (52) gaat vanavond roerbakgroenten met kip eten. Haar hele familie is carnivoor, vertelt ze. Haar ogen beginnen te glimmen. „Ik hou van kip, van varkensvlees… eigenlijk van alles.” Even verderop pakken de 24-jarige broers Dave en Edwin van Zeventer aanbiedingen uit de bak met eurotoppers. 600 gram kipshoarma en 900 gram kipfilet, beide voor 5 euro. Dave en Edwin willen best eens vegetarisch eten, maar wat doe je dan op brood? Dave wijst zijn favoriete broodbeleg aan: „Kalkoenfilet… cervelaat… ham… ossenworst…”

Lees ook over de vleesverknochte flexitatiër

De enkele afgeprijsde vleesvervangers moeten het in vijf van de zes supermarkten opnemen tegen grote hoeveelheden vlees in kortingbakken. „Het wordt tijd dat we meer aan het vegetarische gebeuren gaan doen”, zegt Younes el Bannani (30), supermarktmanager in de Dirk. Zelf eet hij één of twee keer per maand vegetarisch, „als we een vegaburgertje in de aanbieding hebben”.

Opvallend veel vrouwen zeggen zélf best minder vlees te willen eten, maar dit helaas niet te kunnen doen vanwege hun man. „M’n man zou het heel ernstig vinden”, zegt mevrouw De Jonge (55) uit Den Bosch. Ze is op kipjacht in de Aldi. „Dat is vaak hè, dat mannen het niet willen. Die moeten hun vlees hebben.”

Duurzaamheidstraining

Mensen die bijna of helemaal geen vlees eten zijn ver in de minderheid.

Matthijs Hulsbosch stopte zes jaar geleden met vlees eten. Hij en zijn vrouw zijn daar vrienden aan kwijtgeraakt. „Ze vonden ons te extreem in onze keuzes.” Foto Merlin Daleman

Je treft ze vooral in de EkoPlaza, waar 30 procent van de klanten vegetariër is en 5 procent veganist, vertelt een winkelmanager. In de laatste categorie valt Matthijs Hulsbosch (43), die in hardlooptenue het schap met kiemgroenten leegtrekt. Ruim zes jaar geleden deed hij een duurzaamheidstraining met een holistische benadering. „Toen ben ik cold turkey gestopt, ik wilde niet meer meedoen aan het systeem.” Aan dierlijk eten mist hij niks, tips voor vegan koken vond hij in Facebookgroepen. Zijn vrouw en hij zijn sinds hun transformatie wel vrienden kwijtgeraakt. „Ze vonden ons te extreem in onze keuzes, zeiden ze. Ik denk dat ze het gewoon te confronterend vonden.”

Flexitariërs zijn er meer: veel mensen eten geregeld vlees- en visloos. Maar voor de meesten blijft het bij één avond per week, zoals onderzoekers Dagevos en Verain ook vaststellen, en vaak geschiedt het vegetarisch eten eerder per ongeluk dan uit principe.

Hoe bewust mensen met vlees eten bezig zijn, is sterk locatieafhankelijk. „Als je straks naar de Jumbo gaat, tref je hele andere mensen”, zegt een jonge vrouw met neuspiercing en legerjas, zelf een bijna-vegetariër, in de Amsterdamse Dirk. Normaal gaat zij ook naar de Jumbo. „Daar vind je meer vegetariërs. Meer… hoe zal ik het noemen… Ik denk dat ze daar meer te besteden hebben. Het is een wereld van verschil. Ik heb ook veel vrienden die hier niet heengaan. Hier komen… mensen met een klein budget.”

In de Jumbo in kwestie, pal achter de Dirk, hebben vegetariërs meer keus. Er is een heus vega-eiland met tofu, nepvlees, broccoliburgers en vleesloze kant-en-klaarmaaltijden. Mevrouw Vonk-Noordegraaf, al 26 jaar „pescotariër” (in haar geval: geen vlees, twee keer per maand vis), is opgetogen over de recente ontwikkelingen. „In het begin at ik alleen tahoe. Maar de laatste tijd wordt het makkelijker. Ik hou van nepkipnuggets, en burgers met feta en spinazie.”

Marieke Rikken (39, lang blond haar, blauwe ogen, grijze sjaal) staat te tobben bij de koeling. Toevallig is ze net gestopt met vlees eten, terwijl ze er wél van houdt. „Maar ik wil het niet meer eten, vanwege de dieren en de aarde en omdat er heel veel troep in zit.” Het probleem is: ze kan nog niet goed vegetarisch koken. „Soms denk ik gewoon: ik wil kip of gehaktbal. Ik had het er gisteren nog over met m’n vriend: misschien moeten we een kookworkshop doen. We hebben het meteen opgezocht, maar alle workshops vegetarisch koken zitten vol.”

Incidenteel Frans worstje

Anderen hoef je over vegetarisch koken niets uit te leggen. Neem Margriet van de Ven (73) en Jaap Kuyl (bijna 69) uit Den Bosch: al sinds eind jaren 90 eten zij nauwelijks vlees, op een incidenteel Frans worstje na. Wat ze dan maken? Jaap: „We kunnen prima met groenten en noten terecht.” Margriet: „Gisteren aten we tagliatelle met kappertjes, zongedroogde tomaatjes, gerookte zalm… ja die kopen we hier in de Aldi, voortréffelijk is die. Toe hadden we een perentaartje met feuilletédeeg. Tarte tatin, weetjewel?” Ook houdt ze erg van een goede soufflé. „En jij? Zeg jij eens wat.” Een vrolijk schopje in de lucht richting haar man. Jaap, die heeft plaatsgenomen op een vriesvak: „Dat met die rooie besjes…” Margriet: „Oh ja, de besjes met sumak. En gebakken uien. Tzatziki erbij…” Bouillon maakt ze zelf, hartstikke makkelijk. „Met knolselderij en rode puntparika… venkelknollen, dun gesneden, gebakken, chop chop chop, staafmixer erop.”

Maar wat vooral opvalt: de meeste mensen zijn niet zo creatief met eten. Op vegetarische dagen eten ze „een prutje”, brood met sla, en verrassend vaak een ei met spinazie. Vaak schrappen ze simpelweg vlees of vis uit het palet. En aangezien Nederlanders nog steeds vooral ‘AVG’ (aardappelen, vlees, groente) koken, bestaat het eten dan uit groenten met aardappelen, of misschien rijst. In de woorden van Jappie (38) uit Amsterdam: „Groente, groente, groente. Aardappelen met een sausje erbij, dan ben ik tevreden.”

Alternatieven zijn bijvoorbeeld pannenkoeken of simpelweg „een broodmaaltijd met jam of kaas”, zoals de Bossche Betsie van Meurs (63) het noemt. Mevrouw Russchen (50) uit Wijhe doet ook niet moeilijk op de vegetarische dagen: dan eet ze „gewoon een bak sla, beetje husselen, soep vooraf, klaar”. Hetty Zantman (61) uit Den Bosch, al veertig jaar vegetariër, windt er geen doekjes om: „Ik eet saaie dingen. Gekookte aardappelen met groene sla.”

Jongere mensen zijn iets creatiever: ze eten vaker uitheemse gerechten als curry’s en noedels. Ook mensen met een migratieachtergrond hebben minder last van de AVG-doctrine. Voor Miloud (44) en zijn gezin is vlees niet essentieel; ze eten dat zo’n drie keer per week. „De andere dagen eten we linzen, kikkererwten, tajines met groenten.”

„Nederlanders koken bonen en aardappelen en doen ze dan op een bord. Droog. Bij ons is het anders”, zegt Nuray (53, vrolijke hoofddoek) die haar scootmobiel bestijgt voor de Aldi in Den Bosch. „In de Turkse cultuur doen we er saus bij. We maken bijvoorbeeld prei in tomatensaus.” Instructies volgen: „Prei in dunne plakjes, bakken in een pan, tomatenpuree erbij, stomen, beetje rijst erin, water erbij, zout, beetje citroensap.”

Voor anderen blijft het tobben. Voor Bas bijvoorbeeld, de maker van epoxy tafels die zo trots een rosbief liet zien. Onze omgang met dieren noemt hij „absurd”, dus misschien wordt hij ooit wel vegetariër. Bij het idee schiet hij in de lach. „Ik zou niet eens weten hoe ik moet beginnen. Ik heb drieduizend, vierduizend calorieën per dag nodig voor werk en sporten, dus ik kan niet alleen maar sla eten.”