Opinie

Pak eens een boek dat níet door DWDD is aanbevolen

Boekenweek Niemand verbiedt het publiek om gemakzuchtige boeken te lezen, maar opkomen voor bestsellers vergt geen grote durf, stelt vast.
Illustratie Jet Peters

Nederland is vanouds een leesland. Boeken en schrijvers staan hoog in de culturele hiërarchie en tot voor kort stond er in vrijwel elk huis een boekenkast, liefst aan de straatkant, zodat voorbijgangers konden zien wat voor mensen er woonden. Boeken vormden een statussymbool. Sinds de eeuwwisseling zijn in veel huishoudens de boeken naar de zolder verhuisd of gewoon weggedaan, als teken dat lezen een kleinere plaats in ons leven is gaan innemen. Onze cultuur is materialistischer geworden en de behoefte aan culturele verheffing die veel babyboomers eigen was, is in latere generaties minder geworden. Je merkt het in de collegebanken, je merkt het in de boekhandel.

Er worden in ons land nog steeds veel boeken gekocht, maar we zijn minder avontuurlijk gaan lezen. We kopen veilig wat iedereen leest. De cijfers van de CPNB, die ook de Boekenweek organiseert, laten zien dat boekhandels en uitgeverijen voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van een steeds kleiner aantal bestsellers.

Andere titels verkopen slecht, niet noodzakelijk omdat ze zoveel slechter zijn dan de succesvolle boeken, maar omdat niemand van hun bestaan weet. Er worden steeds minder boeken in de kranten besproken, terwijl het grote publiek een boek alleen gaat lezen als het op tv is geweest. Zonder een prijs of tv-exposure breekt een auteur nooit door, reden waarom er zoveel verdriet was toen VPRO Boeken van het scherm werd gehaald, en kort daarna bekendgemaakt werd dat De Wereld Draait Door er ook mee stopt. De manier waarop het publiek in aanraking kwam met nieuwe literatuur was al niet geweldig. Nu blijft er weinig meer over.

Lezen zonder schrijver

Onlangs gaf schrijfster Niña Weijers (van onder meer De consequenties) in Nijmegen een Frans Kellendonk-lezing. Ze vertelde hoe „literatuur een ervaring is die een op een plaatsvindt tussen de lezer en de tekst. De schrijver […] is daarbij niet aanwezig en heeft er in wezen weinig mee van doen.”

De lezing werd twee weken geleden in NRC afgedrukt, anders had ik gedacht dat het een observatie was van minstens vijftig jaar terug. Zo lezen lezers in deze eeuw niet meer. Zo las mijn vader. Die nam mij soms mee wanneer hij ’s zaterdagmiddags een boek ging kopen. Ik was rond de tien jaar oud en keek wat er gebeurde. In de winkel pakte hij een boek uit de kast en begon te lezen. Een op een, zoals Weijers zegt. Een paar pagina’s lang gebeurde er helemaal niets en dan liet hij het boek inpakken of hij pakte hij een andere titel.

Lees ook: De boekenmarkt heeft bestsellers steeds harder nodig

Het wonderlijke was dat hij las waar vreemde mensen bij waren, terwijl lezen – ik ben het eens met Weijers – een nogal intieme gebeurtenis is.

Iedereen leest iets anders in een boek en creëert zo het verhaal opnieuw. Die ernstig lezende mannen waren de jaren zestig. Nu heeft elke boekhandel lekkere zitjes of zelfs een koffiebar, maar daar heb ik nog nooit iemand zien lezen. Mensen die ’s zaterdags in een boekhandel komen zijn aan het shoppen. De manier waarop boeken zijn opgestapeld, moedigen hen aan snel een boek te pakken en naar de kassa te gaan.

Dit winkelmodel is ontworpen door marketeers die ook over supermarkten en tuincentra gaan. We kopen in een impuls, omdat iemand die onze smaak niet kent op tv heeft gezegd dat we dat boek moeten kopen. Ondertussen gebeurt een groot deel van de boekverkoop online, waar niemand eerst rondkijkt. Je drukt direct op de koopknop.

Massaproduct

Literatuur is een massaproduct geworden. Dat zou op zich goed nieuws zijn, hoe meer zielen hoe meer vreugd. Er is alleen veel verloren gegaan. Want we lezen niet meer één op één. We lezen wat de buren lezen, aangespoord door dezelfde mediaprikkels. Zelfs als we het boek uiteindelijk niet zo geweldig vinden, lezen we liever een bestseller omdat we dan niet alleen lezen. Niets is zo beschamend, kennelijk, als een boek lezen dat niemand anders leest op dat moment.

De staat van ons onderwijs helpt ook niet. Diezelfde babyboomers met al die boeken in huis hebben het literatuuronderwijs dermate uitgehold dat achttienjarigen nu van school komen en geen idee hebben hoe je een roman te lijf gaat. Ze kunnen geen boek vinden zonder de hulp van een tv-panel of een interview, zodat onze literaire beleving steeds meer verschraalt en er nu zes titels van Lucinda Riley in de CPNB bestseller top 60 staan, meer dan een miljoen verkochte exemplaren van een schrijfster die nauwelijks het niveau van de Bouquetreeks ontstijgt.

In deze context moet het Boekenweekessay van Özcan Akyol, Generaal zonder leger, worden gelezen. Akyols debuutroman, Eus, was een razend succesvolle schelmenroman over de manier waarop de schrijver zich aan het migrantenmilieu ontworstelde, en in veel opzichten is Akyol een ouderwetse volksverheffer. Behalve dat het 2020 is en de laatste volksverheffer het land der levenden allang heeft verlaten, in de gedaante van Joost Zwagerman, die bij DWDD praatte over beeldende kunst.

Lees ook: Boekenweek 2020: wie is de echte dwarsdenker en wie speelt er rebel voor de bühne?

Akyol is meer een volkstribuun, die het publiek de laagdrempeligheid geeft waar het zich thuis bij voelt en dat afficheert als een heldendaad. Zo ontrukte hij Levi Weemoedts melige gedichten aan de vergetelheid, in een tijd waar spannende eigentijdse dichters elkaar van het podium dringen.

Echtheid

Akyols tirade bij DWDD over het incestueuze wereldje van de hedendaagse literatuur was schokkend geweest als het niet een vast nummer was in onze literatuur. Er is altijd wel een schrijver die meent dat hij een betere kijk heeft op het echte leven. Alleen is Akyols polemiek geen pleidooi voor een betere literatuur. Door in te haken op de vooroordelen over elitaire grachtengordel-schrijvers geeft hij vooral de niet-lezers gelijk.

Niemand verbiedt het publiek om gemakzuchtige boeken te lezen, maar opkomen voor bestsellers vergt geen grote durf. Het zou goed zijn als Akyol eens terugkeek naar Reinbert de Leeuw, die zonder vrees pleitte voor muziek die ver boven de pet van de kijkers ging. Toch keken mensen graag want hij meende het. Zo verruimde hij de blik van zijn publiek. De Leeuw was echt. Wie bij de vaste-gastencarroussel van DWDD zit en klaagt over incestueuze connecties, kan geen echtheid claimen.

Lees ook de column van Christiaan Weijts: Rebel met mediatraining

We leven in de beste tijden ooit. We mogen zelf uitmaken wat we lezen, hoog, laag, pretentieus of banaal, niemand houdt ons tegen. Elk boek dat ooit is geschreven, het maakt niet uit hoe obscuur, is binnen een paar minuten te vinden en we hoeven er niet eens de deur voor uit, al zal elke boekhandelaar of antiquaar ons met open armen ontvangen. We zijn niet veroordeeld om in het eeuwige nu van de talkshows te leven.

We hoeven niet uitsluitend hippe nieuwe boeken te lezen. Het is net zo opwindend om de Odyssee te herontdekken of de hemelbestormende late romans van Dickens of de onlangs ontdekte oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis. Literatuur is de slimste tijdmachine die ooit is uitgevonden. Dankzij onze boekenkast, die gewoon beneden in huis hoort, kunnen we in elke tijd leven, één op één, en dan blijven we nog steeds modern, want niemand heeft ooit eerder al die weelde gehad.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.