Nederlandse gezinnen hanteren nog steeds traditionele rolverdeling

Man/vrouw In slechts 10 procent van gezinnen zijn de zorg- en arbeidstaken gelijk verdeeld. Het CBS onderzocht alleen heteroseksuele stellen.
Een zwangerschapsmodeshow tijdens de Negenmaandenbeurs.
Een zwangerschapsmodeshow tijdens de Negenmaandenbeurs. Foto Sem van der Wal/ANP

Heteroseksuele ouders in Nederland hanteren nog steeds een ouderwetse rolverdeling. In slechts 10 procent van de gezinnen zijn de zorg- en arbeidstaken gelijk verdeeld. In 40 procent van de gezinnen doen de vrouwen meer aan het huishouden, terwijl hun partner meer tijd besteedt aan betaald werk. In een kwart van de gezinnen werkt de man meer, maar zijn de zorgtaken wel gelijk verdeeld. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag.

Het CBS onderzocht voor een overzichtsstudie twee generaties vrouwelijke dertigers met elkaar. De eerste groep was tussen de 30 en 35 jaar tussen 1985 en 1995, de tweede groep bereikte die leeftijd tussen 2005 en 2015. Het statistiekbureau onderzocht alleen vrouwen die een heteroseksuele relatie hebben.

Hoewel vrouwen dus nog altijd vaker de traditionele rol hebben in het huishouden, is hun opleidingsniveau sterk toegenomen. Jonge vrouwen zijn gemiddeld zelfs hoger opgeleid dan mannen. Ook zijn meer vrouwen door mannen gedomineerde studies gaan volgen, zoals economie, rechten en technische opleidingen.

Lees ook: ‘Bij ons thuis is er geen traditionele rolverdeling’

Ook jongeren denken in traditionele patronen

Verder is een stijging te zien in het aantal uren dat vrouwen werken. Vooral moeders zijn vaker en meer uren gaan werken. Toch heeft nog altijd de meerderheid van de vrouwen een parttime baan en is de zogenoemde economische zelfstandigheid van vrouwen nog steeds minder dan die van mannen. Onder mannen is geen duidelijk verandering waar te nemen in het aantal uren dat zij werken.

Het CBS ziet dat mannen en vrouwen langzaamaan dichter bij elkaar komen op het vlak van huishoudelijke taken, opleiding en onderwijs, maar voorziet nog geen ultieme gelijkheid in de nabije toekomst. Meisjes (12 tot 25 jaar) denken over het algemeen nog steeds aanzienlijk minder te gaan werken als zij kinderen krijgen. Jongens verwachten nog steeds meer te zullen werken dan hun toekomstige, vrouwelijke partners.