Opinie

Nederland, help de slachtoffers in Hawija

In 2014 was het plan om slachtoffers van Nederlands militair ingrijpen te compenseren. „Maak dat waar”, zegt .
Foto Evert-Jan Daniëls/ANP DANIELS

Het is een warme nacht in Al Hawija op 2 juni 2015. Abdullah Mahmoud (49) komt laat thuis. Voordat hij naar bed gaat, kijkt hij nog even bij zijn kinderen. Hij wil zijn jongste zoon van zes maanden een knuffel geven. Hij doet het niet om het kind niet wakker te maken. Mahmoud heeft een slecht voorgevoel. Een uur later, rond middernacht, wordt hij uit bed geslingerd. Een poosje ziet hij alleen rook en zand. Als hij weer iets ziet gaat hij naar de kamer van zijn kinderen. Zijn dochter van acht vindt hij uit elkaar gereten. Mahmoud verliest bij het bombardement vijf kinderen en zijn echtgenote.

Nu is het bijna vijf jaar later. NRC en NOS hebben eind 2019 onthuld dat het bombardement op Hawija door Nederland is uitgevoerd. Zeker 70 burgers zijn gedood, maar waarschijnlijk veel meer. Ook twee villa’s in Mosul blijken door Nederland te zijn gebombardeerd. Basim Razzo (60) woonde daar met zijn vrouw en dochter. Hij verloor hen en raakte zelf zwaargewond.

Uit een defensienota van 2014 Procedure minimaliseren/melden burgerslachtoffers, die onlangs publiek werd, blijkt dat het ministerie al ruim voor de bombardementen op Hawija en Mosul had nagedacht over hoe om te gaan met burgerslachtoffers: „Indien er sprake is van CIVCAS (civilian casualties) door NLD worden er compensatieregelingen vastgesteld. Er is geen verdrag met Irak waarin mogelijke schadeclaims zijn opgenomen, noch is er de verwachting dat er een verdrag gaat komen.”

Burgers moeten zich maar in Irak melden

Maar als de bommen op Hawija en Mosul vallen, en burgers omkomen, zwijgt het ministerie van Defensie. De Tweede Kamer wordt niet geïnformeerd. De slachtoffers wordt geen hulp geboden. De minister zei onlangs publiekelijk nog dat burgers zich in Irak moeten melden. Juridisch is dat onjuist en het ministerie heeft dat dus zelf ook al lang geleden erkend: Den Haag is verantwoordelijk voor zijn eigen bombardementen.

Ook nu wel bekend is dat Nederland de bombardementen op Hawija en Mosul heeft uitgevoerd, wordt er vooral gezwegen over de slachtoffers. Het Haagse debat is volledig naar binnen gekeerd. Het gaat er vooral over wie wat wanneer wist. Als het gaat over de slachtoffers komt het ministerie niet verder dan bij herhaling te zeggen dat „er welwillend zal worden gekeken naar de mogelijkheden voor een vrijwillige vergoeding”.

De eerste negen maanden deed het ministerie zelf onderzoek

Wat zou het ministerie van Defensie wel moeten doen? In 2005 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de fundamentele beginselen voor slachtoffers van schendingen van het oorlogsrecht aangenomen. Ook indien uiteindelijk niet wordt vastgesteld dat Nederland aansprakelijk is voor de bombardementen, moet het minimaal snel en effectief onderzoek doen naar mogelijke schendingen van het oorlogsrecht. Dat onderzoek moet onafhankelijk zijn, het kan niet door het ministerie zelf worden uitgevoerd, zoals hier de eerste negen maanden het geval was. Pas daarna werd de zaak voorgelegd aan het OM. Dat is veel te laat om het onderzoek naar juridische maatstaven nog als effectief aan te merken.

Effectief onderzoek betekent daarnaast dat de slachtoffers moeten worden geïnventariseerd en hun schade in kaart moet worden gebracht. Het onderzoek en de uitkomsten daarvan moeten transparant zijn en met de slachtoffers worden gedeeld. Ten slotte: als Nederland aansprakelijk is, moet het de materiele en immateriële schade van de slachtoffers compenseren.

Basim Razzo heeft zich in een interview in het Algemeen Dagblad afgevraagd waarom hij nog niks van Nederland heeft gehoord. Het blijft gissen naar de motieven van de opstelling van Defensie. Het ministerie geeft vaak als reden dat het moet kiezen tussen de belangen van individuele militairen en andere belangen zoals die van burgers. Zolang geen gedetailleerde informatie over de piloten wordt vrijgegeven, is dat een schijntegenstelling.

Lees ook deze reconstructie: De Nederlandse ‘precisiebom’ op een wapendepot van IS

Meer openheid dient ook de belangen van militairen. De F-16-vlieger die de missie op het huis van Razzo heeft uitgevoerd, heeft bij Een Vandaag gezegd dat hij misselijk wordt bij de gedachte dat hij met zijn bombardement burgerdoden heeft veroorzaakt. Onlangs stuurde een militair me een brief waarin hij schreef dat tijdens het kerstdiner van de luchtmacht in Breda in 2015, waarbij ook de luchtmachttop aanwezig was, filmpjes van live bombardementen werden getoond met kerstliedjes erbij gemonteerd.

Ook voor militairen is openheid beter

Er werd hard gelachen en gejuicht. „Nu alle nieuwsfeiten bekend zijn en welke ellende dit allemaal heeft veroorzaakt heb ik hier enorm last van.” Zijn naam zet hij niet onder de brief: „ivm de onveiligheid binnen de Defensieorganisatie”. Ook individuele militairen dragen de last van de oorlog met zich mee. Transparantie en betere omgang met schadelijke gevolgen van oorlog is ook in hun belang. Dat de rijen gesloten worden gehouden, dient vooral het belang van de top van het ministerie.

Een belangrijke reden voor onze deelname aan de oorlog tegen IS is onze eigen nationale veiligheid en die van bondgenoten. Maar de Nederlandse inzet is ook gericht op het beschermen van de burgerbevolking in Irak en Syrië. In het kader van de bevordering van de internationale rechtsorde, wil Nederland bijdragen aan het beëindigen van mensenrechtenschendingen door IS. Als we dan zelf slachtoffers veroorzaken, kunnen we hen niet negeren.

Abdullah Mahmoud heeft na de aanval waarbij zijn gezin omkwam een dossier samengesteld en ingediend bij wat wordt genoemd de ‘Lokale Compensatie Commissie in Baghdad’. Hij heeft er nooit iets van vernomen. Inmiddels maakt hij een dossier voor Den Haag. Het recht maar ook fatsoen vragen dat het ministerie zijn zaak onderzoekt en netjes met hem afhandelt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.