Kunnen dieren uit verschillende landen elkaar verstaan?

Durf te vragen Door tal van oorzaken kan miscommunicatie ontstaan bij dieren. En verschillende hondenrassen blaffen anders.

Foto Getty Images

Stel: een herdershond uit de Verenigde Staten blaft tegen een herdershond uit Griekenland. Of een Japanse kat emigreert met zijn baasje naar Brazilië, en miauwt mee met de buurtkatten. Kunnen die dieren elkaar verstaan?

In principe wel, zegt gedragsbioloog Claudia Vinke van de Universiteit Utrecht. „Wij doen veel studies naar hondengedrag, en daarin zie je dat honden uit verschillende landen een universele taal spreken – deels verbaal, en grotendeels non-verbaal. Denk aan staarthouding, oorhouding, mimiek van de kop... Om die taal te begrijpen, moet de hond de taal in de eerste levensfase wel voldoende geleerd hebben. Van de moeder, of van nestgenootjes tijdens het spelen.”

Hinder in de communicatie

Straathonden zijn vaak expressiever dan andere honden. „Die hebben van jongs af aan in roedels geleefd en spreken de taal tot in details.” Doorgefokte schoothondjes daarentegen ondervinden soms hinder in de communicatie, bijvoorbeeld omdat ze geen staart hebben. „Soms zijn hun uiterlijkheden zo extreem dat die tot misverstanden leiden bij ontmoetingen met andere honden.”

Ook door andere oorzaken en bij andere soorten kan miscommunicatie ontstaan. Kees van Oers, hoogleraar Animal Personality bij het Wageningse NIOO-KNAW: „Een vink heeft een heel herkenbare zang, maar toch verschilt die van regio tot regio. Vaak vanwege een geografische barrière die ervoor zorgt dat dieren niet verhuizen.” Zo zullen vogels op verschillende eilanden hun eigen dialect hebben. „Als vrouwtjes dan steeds meer voorkeur hebben voor hun eigen dialect, zal er uiteindelijk geen reproductie meer plaatsvinden tussen regio’s. Zo herkennen verschillende soorten dat ze niet met de ander kunnen paren.”

Het accent is bij vogels vaak grotendeels aangeleerd, voegt hij toe. „Als we jongen van een soort in een nest van een ander laten opgroeien passen ze zich aan. Net als bij mensen, waar geadopteerde baby’s ook de taal en accenten van de pleegouders leren.”

Bij huisdieren zit dat anders. Van Oers: „Pups van een herdershond die verspreid over de wereld bij baasjes worden geplaatst, zullen geen verschil vertonen in hun blaf.” De blaf tussen rassen kan wel verschillen. „Toch houdt dat honden van verschillende rassen niet tegen om met elkaar te paren. Het blijft één soort.”

Akoestisch ‘klikdialect’

Ook in het wild vertoont dierentaal soms regionale verschillen. Mauricio Cantor deed aan de Canadese Dalhousie University onderzoek aan potvissentaal. „Verschillende groepen hebben hun eigen akoestische ‘klikdialect’. Maar het is onduidelijk of de potvisgroepen elkaar begrijpen”, schrijft hij per mail. „Uit ander onderzoek is wel bekend dat bultruggen soms de zang van andere bultruggen – nieuwkomers in het gebied – kopiëren. Dat doet vermoeden dat er wel enig begrip is.”

Ook bij mensapen is wederzijds begrip mogelijk, zelfs tussen verschillende soorten: Britse onderzoekers ontdekten dat chimpansees en bonobo’s elkaar kunnen ‘verstaan’, omdat ze grotendeels dezelfde armgebaren gebruiken – bijvoorbeeld om aan te tonen dat ze gevlooid willen worden.

Filosoof Eva Meijer noemt in haar boek Dierentalen diverse voorbeelden van dierendialecten: van papegaaien in grensgebieden die tweetalig zijn tot koolmezen die in Oost-Europa een ander dialect spreken. Toch hoeft dat de communicatie niet altijd in de weg te staan. Begrip overstijgt soms zelfs soorten, laat Meijer weten in een e-mail. „Dieren die leefgebieden delen verstaan elkaar vaak wel. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij gedomesticeerde dieren en mensen.”