Recensie

Recensie Boeken

Is een kakkend konijn een ‘goed voorbeeld’?

Iedereen leest Wekelijks schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week: het negende deel van De waanzinnige boomhut. Zit er dan toch méér achter de lolbroekerij?

Waarom lopen Nederlandse kinderen toch massaal weg met de bestsellerboekenserie De waanzinnige boomhut? Het antwoord is: rebellie. De echte dwarsdenkers vind je deze Boekenweek in de boom. Elk boek zetten de Australiërs Andy Griffiths, schrijver, en Terry Denton, illustrator, weer dertien nieuwe verdiepingen bovenop hun reuzenboomhut – waar hun cartooneske alter egootjes dan bijna vierhonderd pagina’s doorheen wandelen, waarna ze dáárover een verhaal schrijven en tekenen. De woorden ‘knotsgek’ en ‘superflauw’ zijn evenzeer op hun plaats als de woorden ‘non-conformistisch’ en ‘postmodern’. Het is grappig en alles kan, kinderen vreten het.

Ook het kersverse negende deel, De waanzinnige boomhut van 117 verdiepingen, begint – na een rondleiding over de nieuwe verdiepingen, waaronder ditmaal een ‘reuzenvechtrobotarena’, een ‘eet-zoveel-je-wilt-ook-het-meubilairverdieping’ en een ‘Onderbroekmuseum’ – weer met een verhaaltje van niks. Illustrator Terry vindt dat híj nu weleens de regie over het boek mag hebben, in plaats van verteller Andy.

Lees ook: Wat is het geheim van ‘De waanzinnige boomhut’?

Vooruit maar. Terry begint met een ‘stippenverhaal’ (precies wat je denkt dat het is), dat een vreemde-vormen-verhaal wordt, waarna de boel ontploft tot nachtmerrieachtige abstracties en Terry in paniek besluit dat het allemaal maar een dróóm was. Dan staat de ‘Verhaalpolitie’ voor de deur: „We zijn getipt over een stom stippenverhaal met een illegaal het-was-maar-een-droom-einde.” Daar komen Andy en Terry niet mee weg.

Er barst een achtervolging los die het grootste deel van het boek duurt, waarbij onderwijl alle vaste irritante grappen langskomen. Zo probeert Terry, schrapend met een lepel, een tunnel te graven – tien repetitieve bladzijden lang. Vertrouwde onzin, die je kunt afdoen als platte kul. Maar in die strijd met de Verhaalpolitie valt ook het literaire programma van de Boomhut-bouwers te lezen. Hun beginselverklaring. De reeks is niet alleen kindvriendelijk in z’n anything goes-mentaliteit (als het grappig is, is het goed), maar heeft een kind ook iets te leren. Nog afgezien van de tafel van dertien.

Lees ook Kinderboeken, aangeraden door groep 4

Want om het pleit tegen de Verhaalpolitie te maken, halen Andy en Terry de schrijvers van drie klassieke kinderboeken van stal – Dr. Eland, van het boek De spat met de hoed, Beatrix Potje van Het verhaal van Pietertje Kaknijn en Boris Zandzak van Fax en de faximonsters. Een heus intertekstueel spel, met variaties op Maurice Sendak, Beatrix Potter en Dr. Seuss (‘Dr. Moose’ dus – vertaler Edward van de Vendel moet hebben zitten zweten. Die faximonsters zijn een vondst.)

Is een kakkend konijn een ‘goed voorbeeld’? Volgens de Verhaalpolitieagent „verdienen de kinderen van deze wereld iets veel beters”. Aan die schoolmeesterigheid hebben de klassiekers een broertje dood – en dus blijven ook non-conformisten Andy en Terry de regels hartstochtelijk breken.

En dan nu: een reuzenrobotgevecht!

Gelijk hebben ze natuurlijk. De vrijheid van de verbeelding is voor een opgroeiend mens een primaire levensbehoefte.

Reacties: boeken@nrc.nl