Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

‘Ik was kwaad dat hij er zo makkelijk over dacht’

Hulp Saskia van de Ven-Vink (39) stond er alleen voor toen haar man twee jaar geleden zelfmoord wilde plegen. Hij ging in therapie, maar zij wist niet hoe ze door moest met haar gezin. „Voor de kinderen is waarmee hun vader kampt ongrijpbaarder dan de dood.”

In 2019 schrijft de man van Saskia van de Ven-Vink (39) haar een brief. ‘Het zou veel beter zijn een einde aan mijn leven te maken dan nog meer problemen te veroorzaken of fouten te maken’. Hij heeft het gevoel dat alles wat hij doet verkeerd gaat, schrijft hij, dat hij een loser is. Hij had boven op een flatgebouw in Alphen aan den Rijn gestaan, op de rand, klaar om te springen.

Hij sprong niet. Daarna voelde hij zich „nog meer een mislukkeling omdat hij zelfs dit ene laatste ding niet kon”, vertelde hij haar later.

In Rijnsaterwoude zit Saskia van de Ven-Vink een beetje onderuitgezakt op de bank met een kop thee. Haar man is niet thuis, hij vindt het niet nodig dat zij een interview geeft. Zij wel, om anderen te helpen. Want terwijl haar man direct ondersteuning kreeg, miste zij informatie over hoe je als gezin verder leeft na zo’n doodswens.

Na het bewuste moment ging papa van de een op de andere dag niet meer naar zijn werk. Hij was veel thuis, en ook veel weg; Saskia bracht hem naar therapie en dagbesteding. Als oma dan weer eens kwam oppassen, vroegen de meisjes (nu 7 en 4) waar hun ouders telkens naartoe gingen.

„Soms was hij star of chagrijnig tegen de kinderen, passief, had een kort lontje. De oudste zei dan: ‘Papa is stom’. ‘Ja, papa doet even stom’, zei ik dan maar. Ik wilde eerlijk tegen ze zijn, maar wel op hun niveau, in hun taal. ‘Papa is in de war’, zei ik ook weleens. We willen de kinderen natuurlijk niet alles vertellen, maar je moet er toch iets over zeggen, ze voelen dat er iets is.”

Bij de crisisdienst van de GGZ had ze gevraagd of er ook iemand was om haar en de kinderen bij te staan. „Maar een gezinsplan was er niet. Ik moest het zelf uitzoeken.” Ze heeft steun gehad aan het boek dat Femke van der Laan schreef na het overlijden van haar man Eberhard van der Laan, voormalig burgemeester van Amsterdam. In Stad vol ballonnen schrijft zij over het eerste jaar na zijn dood en dat ze het verdriet van de kinderen het moeilijkst vindt. „Dat herken ik”, zegt Van de Ven-Vink. „Maar mijn man leeft nog. Voor onze kinderen is waarmee hij kampt ongrijpbaarder dan de dood.”

Hij is er, maar is niet altijd zoals ze hem kennen.

De man met wie ze 12,5 jaar geleden trouwde, was „lief, zorgzaam, enthousiast en overal voor in”. Hij is nooit een initiatiefnemer geweest, zegt ze, maar de laatste jaren kwam werkelijk alles op haar neer: het huishouden, uitjes organiseren, vakanties regelen, naschoolse activiteiten van de kinderen plannen. Zij regelt het, naast haar werk als dirigent. Nu ze terugblikt, ziet ze dat haar man ’s avonds steeds meer in zichzelf was gekeerd en minder praatte. „Maar dat ging heel geleidelijk. Ik had niet door dat hij zo ongelukkig was.”

Natuurlijk wist ze dat er dingen speelden. Ze hadden vaker ruzie, over kleine, dagelijkse dingen. De berg wasgoed, de kruimels op het aanrecht. Hij vond de badkamer vies, zij vond dat hij dan een doekje kon pakken. Er waren ook financiële zorgen – door een weekendje Center Parcs en een kapotte auto stonden ze tijdelijk rood. En haar man had stress door zijn werk, hij was hoofd ict bij een grote organisatie. „Hij werkte drie jaar aan een project dat één jaar zou duren. Ik heb vaak gezegd dat hij met zijn leidinggevende moest bespreken dat hij ondersteuning nodig had, maar dat heeft hij nooit gedaan.”

Hij plande de sprong, bepaalde de datum, koos een flatgebouw uit en moest van zichzelf een maand erover nadenken. Als hij het dan nog steeds wilde, mocht hij het doen vond hij. Waarom deed hij het toch niet? „Hij zegt dat de balustrade te hoog was”, zegt ze. Vaak genoeg vroeg ze naar de echte reden, maar een ander antwoord kreeg ze niet. „Ik weet niet wat er écht in zijn hoofd omgaat. Dat wist ik toen niet en dat weet ik nog steeds niet.”

Bij de crisisdienst heeft hij zes weken acute dagopvang gehad. Dit was geen individuele therapie, maar meer „bezighouden, een zinvolle dagbesteding bieden zolang er nog geen diagnose was”. Intussen kwam hij op een wachtlijst te staan voor een persoonlijkheidsonderzoek, om te kijken waar de problemen vandaan kwamen en of er onderliggende stoornissen waren. „Dat wachten duurde maanden. In de tussentijd was er geen hulp en bleven de problemen. Dat was zwaar voor hem, maar ook voor ons.”

‘Tijd heelt alle wonden niet’, zingen Veldhuis & Kemper in een van hun nummers. Zo ervaart Van de Ven-Vink het ook.

Is ze boos op haar man geweest? Dat hij haar wilde achterlaten met de kinderen? „Ik was kwaad dat hij er zo ‘makkelijk’ over dacht – hij had uitgezocht dat de hypotheek vrij zou vallen, de levensverzekering zou uitkeren en hij zei dat de kinderen jong genoeg waren om het te vergeten. Onzin natuurlijk, maar hij zag het zo. Ik ben ook boos geweest dat hij niet eerder naar de huisarts was gegaan, of mij had betrokken bij zijn angsten en zorgen.”

Ger Ceelen (67) werkt als vrijwilliger bij zelfmoordpreventielijn 113. Lees ook het interview met haar: ‘Het zijn mensen zoals jij en ik, met vaak helemaal niet zulke uitzonderlijke problemen’

Hoe is het leven van het gezin nu? Haar man is niet de hele dag somber, maar veel dingen ontgaan hem. Hij toont geen initiatief, is soms weinig enthousiast. „De meiden brengen een vrolijke noot in ons dagelijks leven, ze kunnen hilarische dingen zeggen. We kunnen er alleen niet altijd allebei om lachen.” Met de drukte van de kinderen – „vooral de jongste is een stuiterbal” – wil hij soms niks te maken hebben. Maar hij kan ook vol overgave een uur met robots spelen of iets van lego bouwen met ze. Als de kinderen in bed liggen, kijken Saskia en haar man Heel Holland Bakt en Wie is de mol?.

Nu hebben ze een afspraak: als zij twee keer achter elkaar belt, móét hij opnemen

Soms wordt ze overvallen door een vraag. Wat is de toegangscode van zijn telefoon eigenlijk? „Gisteren vroeg ik hem: had je die ergens voor me opgeschreven?” Ze wist ook niet hoe hij begraven wilde worden. „Dat heb ik hem laatst gevraagd.”

Met de kinderen gaat het prima, zegt ze, hun leven – school, sporten, lunchen bij opa en oma – gaat door. Van de Ven-Vink zelf is angstiger geworden, en bang dat dat gevoel overslaat op de kinderen. Ze schrikt van onverwachte geluiden, is bang om alleen achter te blijven. Bij mijlpalen van de kinderen – afzwemmen, een dansuitvoering, de kaarsjes op een verjaardagstaart uitblazen – denkt ze: hier had ik alleen kunnen staan.

Als ze de straat in rijdt en de auto van haar man ziet staan terwijl hij naar een afspraak zou zijn, denkt ze: die vind ik zo dus hangend in het trapgat. Op teletekst zag ze vorig jaar staan: ‘Man in Alphen met kind van flat gesprongen’. „Ik raakte in paniek, belde hem. Hij nam niet op. Even later bleek hij gewoon bij de zwemles.” Nu hebben ze een afspraak: als zij twee keer achter elkaar belt, móét hij opnemen.

Aan scheiden heeft ze gedacht, voordat hij op de flat stond en ook erna. „Maar dat maakt me intens verdrietig. Ik heb nachten wakker gelegen van hoe ik dat de kinderen zou vertellen. Het idee dat hij alleen zou wonen, beangstigt me ook. Ik heb nog altijd de hoop dat het ooit beter gaat. En weer zo gezellig en fijn gaat worden als vroeger.”

Ze hebben nu een gezinscoach, na lang aandringen bij de gemeente. Met haar praten ze om de week over de kinderen en opvoeding. Suggesties waar ze wat aan hebben, zoals: als de jongste honderdduizend keer iets vraagt, kan je dat ook negeren. „Mijn man vindt: als ze iets vraagt, moet ik antwoorden. Nu leert hij dat het niet hoeft.”

Haar man heeft niet nog eens op het punt gestaan er een eind aan te maken, maar wel uitgesproken dat hij zelfmoord nog steeds ziet als een uitvlucht. „Voor als zijn werksituatie niet verbetert, de financiële problemen niet worden opgelost, hij de kinderen extreem druk blijft vinden en onze ruzies niet minder worden.”

Hij heeft een jaar niet gewerkt, nu is hij weer vier dagen op kantoor. Maar binnen afzienbare tijd moet hij weg bij zijn huidige werkgever en op zoek naar een nieuwe baan. „Die onzekerheid brengt weer veel spanning met zich mee.”

Lees ook: Na de dood van Noa: hoe help je een tienermeisje dat niet meer wil leven?

Hij heeft nog therapie. Van de Ven-Vink praat ook met een psycholoog en heeft haar ervaringen van het eerste jaar opgeschreven. De columns zijn gebundeld en in eigen beheer uitgegeven. Het boek heet Gezin in de wachtkamer. Met haar verhaal hoopt ze anderen met een suïcidale of depressieve partner te helpen en ook hulpverleners duidelijk te maken dat er begeleiding voor het gezin moet zijn.

Afgelopen maand waren ze 12,5 jaar getrouwd. Met de kinderen gingen ze een nachtje naar een sporthotel in Mierlo. „Met een zwembad en glijbanen. Blijer kunnen we de kinderen niet maken.”