Europees plasticpact ontbeert harde afspraken

Afval Europeanen willen minder plastic, maar produceren er steeds meer van: zo’n 26 miljoen ton per jaar. Een ‘plasticpact’ van lidstaten en bedrijven moet dit reduceren, maar op vrijwillige basis. Milieugroepen zijn teleurgesteld.

Foto Getty/iStock

De ochtend voordat klimaatactivist Greta Thunberg in Brussel demonstreert, wordt haar naam veelvuldig genoemd in een zaaltje met tientallen bestuursvoorzitters van Europese bedrijven. Er is geen beter symbool dan Thunberg als het gaat het om actie voor steviger klimaatbeleid en de roep om groene maatregelen van de nieuwe generatie.

En het terugdringen van plastic, de reden waarom men deze ochtend in Brussel bijeen is, is bij uitstek een thema waar je mensen warm voor krijgt. Deze vrijdag lanceerden Nederland en Frankrijk het European Plastic Pact, waarin 17 overheden en 73 bedrijven beloven zich in te zetten voor betere recycling.

Polderen met plastic

Dit nieuwe plan is gebaseerd op nationale pacts zoals die al eerder in onder meer Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk werden gesloten. Bedrijven spreken via zo’n overeenkomst af zich in te zetten voor beter hergebruik, terwijl overheden beloven hen hierbij te ondersteunen. Zo is afgesproken dat in 2025 al het plastic herbruikbaar of te recyclen moet zijn, en dat tenminste 30 procent van de nieuwe verpakkingen in dat jaar gerecycled is.

Het pact is een polderoplossing, erkent minister Stientje van Veldhoven (D66, Wonen en Milieu). Een vrijwillige overeenkomst zonder verboden of sancties. „Maar op deze manier kan je soms verder gaan dan je met wetgeving zou kunnen. Hiermee brengen we een groep voorlopers samen, en hopen we de rest mee te krijgen.”

De nadruk deze ochtend in Brussel: plastic is soms noodzakelijk, dus de oplossing ligt vooral in betere recycling. De vlaggetjes op de tafels tijdens de borrel zijn van papier. Maar het hoesje van de circa honderd badges die voor de deelnemers klaarliggen is van plastic.

Veel ergernis verpakkingen

Dat veel bedrijven zich graag aan ‘plasticpacts’ verbinden is ook omdat ze er maatschappelijk goede sier mee kunnen maken. Waar de opgave van de klimaattransformatie gigantisch en angstaanjagend is, is het plasticprobleem tastbaar, ook voor burgers die verder weinig milieubewust zijn.

Dit bleek deze week weer uit een Eurobarometer: gaat het om milieukwesties, dan maakt de Europeaan zich grote zorgen om plastic – meer nog dan om klimaatverandering. De ergernis over de hoeveelheid plastic verpakkingen wordt maatschappelijk breed gedeeld. Net als zorgen over in de oceanen drijvend plastic afval, of door plastic rietjes doorboorde schildpadden.

In Brussel bestond dit besef al langer. Eurocommissaris Frans Timmermans, verantwoordelijk voor klimaatbeleid, benadrukt in interviews graag hoe hij overtuigd raakte van het succesvol mobiliseren van burgers voor milieu- en klimaatbeleid toen hij werkte aan Europese wetgeving rondom plastic. Ook vrijdag zei hij dat nog eens, in een boodschap aan de bedrijven: „Burgers vragen hier om!”

Lees ook het interview met Timmermans over de klimaatplannen van de Commissie

In 2018 presenteerde hij namens de Europese Commissie wetgeving om het gebruik van wegwerpplastic bij producten als rietjes en wattenstaafjes te verbieden. Lidstaten en Europees Parlement gingen akkoord, en het verbod moet volgend jaar worden doorgevoerd.

Plasticberg blijft groeien

Tegelijkertijd zijn de cijfers over plastic in Europa op zijn best ontnuchterend, of zelfs ronduit deprimerend. Jaarlijks produceert het continent circa 26 miljoen ton plastic, waarvan minder dan een derde wordt gerecycled. De hoeveelheid plasticverpakkingen groeit nog altijd.

Dat is de reden dat milieuorganisaties uiterst kritisch zijn over de ‘plasticpacts’, zoals die al eerder in landen en nu ook op Europees niveau worden gesloten. De nadruk ligt te veel op recycling en veel te weinig op het terugdringen van afval. Een schijnoplossing, noemde Greenpeace het, verwijzend naar het nog altijd groeiend aantal plastic verpakkingen. Alleen strengere normen en verboden zouden daadwerkelijk helpen.

Plastic is niet altijd te vervangen, we moeten vooral zorgen dat het niet meer in het milieu terechtkomt

Stientje van Veldhoven Milieuminister

„Dit is niet het antiplasticpact”, zegt minister Van Veldhoven. „Plastic is niet altijd te vervangen, we moeten vooral zorgen dat het niet meer in het milieu terechtkomt. En als we hiermee bereiken dat er 20 procent minder plastic afval is, is dat volgens mij al een enorme winst.”

Toch zal Europese regelgeving uiteindelijk cruciaal zijn om het plasticprobleem aan te pakken. Bijvoorbeeld in de precieze uitwerking van het verbod op wegwerpplastic. Milieu-organisaties vrezen dat de industrie bij de implementatie van de regels allerlei uitzonderingen zal kunnen bedingen. Bijvoorbeeld dat zogeheten ‘bio-plastics’ nog wel worden toegestaan in wegwerpmateriaal.

Strategie Europese Commissie

Komende week presenteert de Europese Commissie een strategie voor de circulaire economie, waarin ook strengere normen voor gerecycled plastic moeten komen te staan.

Ook bij plastic is de hamvraag uiteindelijk: hoe streng willen Europese lidstaten werkelijk zijn? Het is daarmee een typisch voorbeeld van een Europa dat weliswaar groen wil worden, maar waarin niet alle partijen even hard willen lopen.

De klimaatwet die Brussel deze week presenteerde moet het doel van een CO2-neutraal continent duidelijk vastleggen. Maar de weg daar naartoe zit vol hobbels – elke aanscherping of nieuwe wet zal tot nieuwe discussie leiden. En de kritiek op de ‘plasticpacts’ toont dat het tempo volgens veel mensen nog lang niet hoog genoeg ligt.

Lees meer over de nieuwe klimaatwet van ‘Brussel’ in het vragenstuk

De circulaire economie, zo benadrukte Timmermans deze week, is een cruciaal onderdeel van de Europese ‘Green Deal’. Ook omdat het enthousiasme dat loskomt bij het terugdringen van plastic een voorbeeld moet zijn voor de bredere strategie van het Europese klimaatbeleid.

Maar vooral ook omdat het tot stand brengen van de circulaire economie volgens de Commissie de helft van de noodzakelijke emissiereductie kan betekenen. Zelfs sceptici en pessimisten als Thunberg zouden daarmee overtuigd moeten worden, denkt Timmermans. „Wat we met de circulaire economie kunnen bereiken, is veel groter dan de verwachting die Greta heeft.”