Reportage

‘Alsof wij er niet toe doen: dat irriteert’

Staatsbezoek aan Indonesië Haliks vader werd in 1947 gedood door een Nederlander. „Wie fouten maakte, moet degenen die pijn leden excuses aanbieden.”

Abdul Khalik.
Abdul Khalik. Foto Adek Berry / AFP

Abdul Halik is begin tachtig en nog steeds gaat zijn stem trillen als hij op de plek staat waar zijn vader is neergeschoten. Het was in 1947, Halik was negen jaar. Nederlanders namen zijn vader en acht anderen mee in een laadbak. Hij heeft het zelf niet gezien gebeuren, zijn broer wel. Die ging op zijn paard achter de vrachtwagen aan.

Dáár moesten ze op een rijtje staan. Hij wijst naar een strook land in de achtertuin van een rijtje huizen. Kippen scharrelen rond tussen bamboe en bananenplanten, was hangt aan de waslijn. Die huizen stonden er toen nog niet. „Je kon zó van de weg hier het land in rijden, zoals de Nederlanders deden.” Achter elke Indonesiër stond een Nederlandse schutter.

Abdul Halik lijkt fragiel, maar hij is scherp en grappig. „Mijn binnenwerk is van Duitse makelij, zo sterk.” Halik heeft al jaren een rechtszaak in Nederland lopen. Die draait om de vraag of kinderen van slachtoffers van het Nederlandse geweld tijdens de onafhankelijkheidsoorlog, zoals hij, recht hebben op een schadevergoeding.

Weduwen van slachtoffers kregen eerder wel zo’n vergoeding. Ook de weduwen uit zijn dorp, Bulukumba in het zuiden van Sulawesi, waar de beruchte kapitein Raymond Westerling in 1947 tekeer ging. „Mijn vader was onschuldig.” De troepen van Westerling executeerden links en rechts Indonesische jongens en mannen. Ook als ze helemaal niet zeker wisten of het wel onafhankelijkheidsstrijders waren.

De koning is niet welkom

Nu gaat het erom dat koning Willem-Alexander (en koningin Máxima) naar Indonesië komt. Met enkele andere nabestaanden schreef Abdul Halik hem een brief. Wat hen betreft is de koning, die dinsdag aan zijn staatsbezoek begint, niet welkom zo lang Nederland de Indonesische onafhankelijkheidsdatum, 17 augustus 1945, niet juridisch erkent. „We vragen om erkenning van die datum en om excuses. Wie fouten heeft gemaakt, hoort excuses te maken aan degenen die pijn hebben geleden.”

Lees ook: De handel met Indonesië lonkt, maar het verleden leeft voort

Abdul Halik vertegenwoordigt een relatief klein deel van de Indonesische bevolking. Dat ziet hij zelf ook. De meeste Indonesiërs houden zich helemaal niet bezig met hun koloniale geschiedenis, of preciezer, met de onafhankelijkheidsoorlog van 1945 tot 1949. Toen pas gaf Nederland de oude kolonie op.

De generatie die direct bij die strijd betrokken was, sterft nu eenmaal uit, zegt Halik. En de volgende generatie weet er te weinig van. Hij vindt het Indonesische geschiedenisonderwijs niet goed genoeg. „Het gaat alleen over algemeenheden, nooit over wat er precies is gebeurd. Misschien vinden mensen het wél belangrijk als ze er meer over zouden horen.”

Zijn eigen neef is er een illustratie van. Anto Harianto Syam, in de twintig, wist tot een half jaar geleden ook niet precies hoe het zat met de onafhankelijkheidsoorlog. Pas toen de oude Halik hem er op aansprak, ging hij zich erin verdiepen. Nu vindt Harianto dat de Indonesiërs die in 1945 de onafhankelijkheid uitriepen, ‘voor lul’ staan zo lang Nederland die onafhankelijkheid niet erkent.

Harianto is bezig jongeren op de been te krijgen voor demonstraties, op die plaatsen in het land waar Willem-Alexander en Máxima langsgaan. „Ik weet dat onze opa’s en oma’s Nederland pas vergeven als ze excuses hebben gekregen. En als het erkennen van onze onafhankelijkheidsdatum en de schadevergoeding zijn geregeld.” Nog niet alle weduwen in Bulukumba hebben de schadevergoeding waar ze recht op hebben, ook echt al gekregen. Harianto verdenkt Nederland ervan de boel te vertragen. „Negen vrouwen zouden nog een vergoeding krijgen, maar daar zijn er nu nog maar twee van in leven.”

Historische last

In het algemeen zijn Indonesiërs veel minder met Nederland bezig dan andersom, zegt de Indonesische historicus Bonnie Triyana. „Er zijn natuurlijk uitzonderingen: historici, activisten, nabestaanden. De meeste mensen kan het weinig schelen. Het is al 75 jaar geleden allemaal.” Triyana vertelt dat hij alleen van Nederlandse journalisten verzoeken voor interviews krijgt over het koloniale verleden. Indonesische media vragen hem naar heel andere periodes uit hun geschiedenis.

Vanuit de Indonesische regering zou nooit een verzoek voor excuses of erkenning van de onafhankelijkheidsdatum komen, zegt Bonnie Triyana. Ze gaan potentiële spanning of controverse liever uit de weg. President Joko Widodo vindt een goede handelsrelatie belangrijker. „En, ik wil niet arrogant klinken, maar Indonesië is een groot land, met 270 miljoen inwoners. Het adagium gaat op dat geschiedenis door de overwinnaar wordt geschreven.” Misschien is de behoefte aan excuses gewoon niet zo groot, wil Triyana maar zeggen.

Toch denkt hij wel dat excuses en erkenning van ‘17 augustus’ vanuit Nederland de „historische last” tussen de twee landen zou kunnen verlichten. Hij zou het persoonlijk een mooi gebaar vinden. „Die twee, excuses en erkenning, gaan hand in hand.”

Lees ook een reportage: In Rawagede was de rivier rood van bloed

In Bulukumba zijn ze het daar helemaal mee eens. Aan Abdul Halik kun je merken dat hij zijn verhaal vaker heeft verteld. Hij is gewend de details te geven: zijn vader werd op een vrijdag neergeschoten, rond het middaguur. Maar Halik wordt er niet moe van het te vertellen, omdat het verhaal nu eenmaal verteld moet worden. Hij heeft al vaker brieven geschreven, aan zowel premier Rutte als aan de koning, antwoord kreeg hij nooit. „Alsof wij er niet toe doen. Dat irriteert me.”