Australië tweede westerse land zonder nationaal persbureau

Persbureaus Het grootste Australische persbureau AAP houdt eind juni na 85 jaar op te bestaan. Wat betekent deze sluiting voor de positie van andere persbureaus zoals het ANP?

Redacteuren van onder meer The Sydney Morning Herald verklaarden zich deze week solidair met persbureau AAP.
Redacteuren van onder meer The Sydney Morning Herald verklaarden zich deze week solidair met persbureau AAP. Foto Joel Carrett/EPA

Het belangrijkste Australische persbureau Australian Associated Press (AAP) sluit eind juni na 85 jaar definitief de deuren. De aandeelhouders kwamen tot die conclusie nadat twee grote media-organisaties het contract met AAP onlangs opzegden. Daarmee is Australië na Nieuw-Zeeland het tweede westerse land dat geen nationaal persbureau meer heeft. Door de sluiting verliezen 180 journalisten en honderden andere werknemers hun baan.

AAP levert dagelijks honderden artikelen, foto’s en video’s aan zo’n tweehonderd kranten, radio- en tv-zenders en websites. Het persbureau kwam steeds verder onder druk te staan doordat het aantal klanten al jaren afnam, onder meer nadat vrijwel alle Australische kranten in handen kwamen van twee grote mediabedrijven. Daardoor verloor het persbureau talloze contracten en werd het steeds afhankelijker van een klein aantal concerns. Ook in Nederland zijn veel kranten nu in handen van twee grote uitgevers: DPG (de Volkskrant, AD, Trouw en veel regiotitels) en Mediahuis (NRC en De Telegraaf).

AAP-directeur Davidson sprak van een „zware beslissing” die vooral genomen werd op basis van „financiële overwegingen”. Davidson noemde onder meer de afgenomen bereidheid om te betalen voor journalistiek, doordat platformen als Google en Facebook online steeds meer „gratis nieuws” verspreiden. Premier Scott Morrison uitte in het parlement zijn zorgen over de sluiting: „Als een belangrijk instituut als het AAP verdwijnt, is dat een zorgwekkende situatie.” Oppositieleider Anthony Albanese sprak van een „tragedie voor de Australische democratie”.

In Nieuw-Zeeland stopte de New Zealand Press Association in 2011 na 134 jaar, nadat de enige overgebleven uitgever de banden met het bureau verbrak. Zo werd Nieuw-Zeeland het eerste westerse land zonder nationaal persbureau.

Directeur Martijn Bennis van het Nederlandse persbureau ANP uitte bij het 85-jarig bestaan van het bedrijf eind januari al zijn zorgen over de toekomst van westerse persbureaus. „Het is als drinkwater uit de kraan: je begrijpt vaak pas hoe bijzonder dat is als de toevoer begint te haperen. Het eventuele verdwijnen van een persbureau is niet alleen een bedreiging voor de bestaande nieuwsuitgevers, maar ook voor de kwaliteit van de democratie.”

Volgens Bennis is het tijd om na te denken over alternatieve financiering, zoals subsidie, om het persbureau ook in de toekomst levensvatbaar te houden. In Frankrijk is de belangrijkste klant van persbureau AFP nu bijvoorbeeld de Franse overheid. De AFP-statuten verbieden weliswaar directe overheidssteun, maar door de afname van veel diensten van het bureau wordt dit beschouwd als een verkapte vorm van subsidie.

Maatschappelijke rol

Het ANP werd in 1934 opgericht door de Nederlandse dagbladpers als „onafhankelijke dienst die zonder winstoogmerk objectieve informatie verstrekt”. In 2001 werd het ANP – ingegeven door het veranderende medialandschap – een BV, waarna het in handen kwam van investeerders. Sinds 2018 is het bedrijf eigendom van Talpa. ANP levert dagelijks onder meer nieuwsberichten, radionieuws en foto’s aan Nederlandse media en verkoopt ook zakelijke informatie aan bedrijven en overheden. NRC gebruikt tegenwoordig – naast nieuwsfoto’s – vooral de ANP-agenda, de berichten en het persalarm voor de eigen nieuwsplanning.

Bennis geeft telefonisch aan „geschrokken” te zijn van de sluiting van AAP. „We betrekken het niet meteen op onze eigen positie, maar het gaat hier natuurlijk wel om het tweede westerse land dat nu geen persbureau meer heeft. Het roept de vraag op wat het verdwijnen betekent voor de samenleving. Ik denk dat een persbureau naast een economische, ook een belangrijke maatschappelijke betekenis heeft. In Australië zijn ze nu vooral geschrokken omdat die rol verdwijnt.”

Hoe groter de consolidatie in de media, hoe kwetsbaarder de persbureaus, zegt Bennis. „Momenteel zie ik onder Nederlandse uitgevers geen reden te stoppen met de samenwerking. Ze maken nog steeds uitvoerig gebruik van onze berichten, foto’s, radiobulletins en nieuwsagenda. Maar als één grote uitgever eruit stapt, kom je direct in de gevarenzone terecht.”