Pieter van der Does, oprichter van Adyen, dat een deel van het online betaalverkeer afhandelt van bedrijven als Uber en Facebook.

Foto's Lars van den Brink

Interview

Adyen-topman Pieter van der Does: ‘Ja maar jongens, hoe gaaf is dit wat ik nu doe?’

Pieter van der Does Het Amsterdamse online betaalbedrijf Adyen is een van de meest succesvolle techbedrijven van Nederland. Oprichter Pieter van der Does bouwt sobertjes verder. „Hoe minder afleiding, hoe beter.”

‘Het ergste komt nog”, zegt Adyen-oprichter Pieter van der Does (50) op de vraag of het interview hem is meegevallen. „Als dit stuk straks in de krant staat.” Van der Does houdt niet van interviews, zegt hij aan het einde van het gesprek, in het Amsterdamse hoofdkantoor van de leverancier van betaaltechnologie. Hij praat één keer per jaar met journalisten, omdat dat nu eenmaal bij zijn baan hoort. „We laten zien dat er niks geheim is aan wat we hier doen. Maar voor mij persoonlijk heeft dit een negatieve return. Het leidt tot veel ruis.”

Het leidt af, zegt hij, van Adyen. Van der Does begon het bedrijf in 2006 met Arnout Schuijff en John Caspers. Adyen is een Nederlands ‘fintech’-bedrijf dat een deel van het betaalverkeer afhandelt van bedrijven als Uber, Spotify, De Bijenkorf, Facebook en McDonalds. Wie z’n bankafschriften nakijkt, komt de naam Adyen tegen na een online bestelling. Daarnaast nestelt het bedrijf zich nu ook in kassa’s van gewone winkels.

Met 1.200 medewerkers en kantoren van San Francisco tot Mumbai, is Adyen een van de succesvolste jonge Nederlandse techbedrijven. Sinds de beursintroductie in juni 2018 verdrievoudigde de waarde tot zo’n 25 miljard euro. Op papier zijn twee van de oprichters miljardair. Ook Van der Does, die vorig jaar 15 procent van zijn aandelen verkocht.

Geld is een onderwerp dat Van der Does liever mijdt. Het interesseert hem niet, zo zal hij tijdens het interview een aantal keer herhalen.

Adyens hoofdkantoor zit aan de Amsterdamse Simon Carmiggeltstraat, vlakbij het Centraal Station. Er werken 660 mensen, vooral programmeurs. In een vitrine prijkt de zelf in elkaar geknutselde groene drukknop die op 13 juni 2018 werd ingedrukt om de beursgang te vieren met het personeel. De traditionele gongslag op het Damrak, voor het oog van de camera’s, met slagroomtaart, werd overgeslagen. De oprichters wilden zo weinig mogelijk poeha.

Soberheid past in de wereld van betaalplatforms, waarin elke procentpunt telt. Of, zoals zakenblad Forbes Adyen omschreef: een ‘essentiële dienst zonder glamour, de harde werkers in de wereld van de e-commerce’.

Van der Does schuift lenig aan in het iets te krappe bankje in een hoek van de Adyen-kantine. Hij draagt een spijkerbroek, dun t-shirt en sportschoenen. Hij praat met een glimlach op zijn gezicht die niet verdwijnt als er serieuze zaken ter sprake komen. Hij neemt de tijd om vragen te verwerken, met af en toe een lange stilte tot gevolg.

Even verderop wordt de lunch voorbereid. Een buffet met pasta, rijst, salades, warme groenten. „Bij Adyen werken werknemers uit meer dan tachtig landen. We zeggen niet: ‘Leer maar een boterham met kaas eten en hier heb je een goed glas melk. Daar gaan wij goed op, dus jij ook’. Dat zou getuigen van cultuurdominantie”, zegt Van der Does. „Nederlanders zijn hier niet in de meerderheid. Adyen is een stukje niet-Nederland.”

Lees meer over het ontstaan van Adyen: Van start-up naar on-Nederlands succesverhaal

In 2004 verkoopt Pieter van der Does zijn betaalbedrijf Bibit aan Royal Bank of Scotland (RBS). Als meeverhuisde Bibit-werknemers, teleurgesteld over de corporate bedrijfscultuur bij RBS, terugkeren naar Nederland, starten ze in 2006 een nieuw bedrijf: Adyen, dat ‘opnieuw beginnen’ betekent in het Sranan, de taal die in Suriname wordt gesproken.

Onder anderen tech-investeerder Aydin Senkut, de oprichters van Adyen zelf en prins Friso (1968-2013) steken geld in Adyen. Deze groep, met ook Mabel Wisse Smit, Friso’s weduwe, en risico-investeerder Index Ventures, zullen later miljoenen verdienen met de beursgang. De verkoop van Bibit leverde naar verluidt 90 miljoen euro op. „Dat gaf een zetje in de rug”, zegt Van der Does. „Dan kun je een huis kopen in Amsterdam. Heel fijn.”

Adyen blijft maar groeien, bleek vorige week bij de presentatie van de jaarcijfers. De omzet steeg met 40 procent naar bijna een half miljard euro, de winst groeide met 50 procent naar 279 miljoen. Van der Does omschrijft de cijfers als „saai”. En dat is goed, zegt hij. „Hoe minder afleiding, hoe beter. Dan kunnen we rustig doorbouwen.”

Hoe zou u de cultuur van Adyen omschrijven?

„Samen bouwen, in continu overleg. Dat gaat open en direct, op z’n Nederlands. Ons motto is: ‘talk straight, without being rude’. Als je hier een stuk code schrijft, dan kan het dat er tegen je wordt gezegd: jij hebt dat in dertig regels gedaan, maar ik kan dat in zes. Daar moet je tegen kunnen.”

Worden hier successen gevierd?

„We hebben hier snel de neiging om weer naar het volgende te gaan. Next game. Ik probeer het nu wel iets vaker tegen mensen te zeggen als iets heel goed is gegaan. Dat is niet mijn sterkste punt.”

Er gaat momenteel 240 miljard euro per jaar door de betaalsystemen van Adyen heen – 50 procent meer dan een jaar geleden. Die groei kwam op een ongebruikelijke manier tot stand: Adyen begon met grote klanten – Uber, Booking.com, Microsoft, Spotify – en wil vanuit die positie nu kleine winkeliers aan het Adyen-systeem krijgen. Van der Does: „We dachten: als we de meeste complexe problemen oplossen van de wereldwijde spelers, dan werkt het voor iedereen. Drie, vier jaar geleden kwamen de eerste nationale klanten erbij.”

240 miljard euro per jaar gaat er door de Adyen-systemen. Is dat veel?

„Als wij een kantoor in India openen, zijn we nog een kleine speler. Het moet meer worden. Als je ziet hoeveel goede mensen hier werken, en hoeveel er wordt aangerommeld in de markt om ons heen, dan moeten wij de voor de hand liggende keus zijn voor alle winkeliers. Dan is 240 miljard erg weinig.”

Is 1.000 miljard euro het doel?

„Het is een beetje een cliché, die trillion. Maar als je dat bereikt, kun je echt zeggen dat je geen belofte meer bent.”

Zijn telefoon gaat. „Sorry, deze moet ik even pakken”, zegt Van der Does. „Met Pieter…ik had jullie vroeger verwacht…dat zat er dik in…bel mijn vrouw even. Ik text het naar je…”

De cv-monteur. „De temperatuursensor is kapot. Dan sta je te douchen en wordt het water ineens koud. Het schijnt gezond te zijn, maar als ik lang heb gefietst wil ik een warme douche.”

Regelt u dit soort dingen nog zelf?

„Natuurlijk. Als mensen dat voor me gaan doen… Het gaat echt sneller als ik het zelf doe.”

Is dat nieuwsgierigheid?

„Ik wil begrijpen wat er gebeurt. Vroeger repareerde ik het zelf – dat hoeft niet meer. Maar ik wil het wel begrijpen, anders vind ik het irritant. Welke sensors er in een cv zitten en welke er worden vervangen. Niet omdat ik bang ben voor 25 euro het schip in te gaan, maar omdat ik precies wil weten wat die monteur doet.”

Lees ook dit interview met Pieter van der Does uit 2015: Als zelfs Apple je noemt.

Willen weten wat er speelt, dat past bij Adyen, dat drijft op optimaal geïnformeerde beslissingen op basis van de juiste data. De wereld achter de betaalknop is complex en draait op decennia-oude systemen van banken en creditcardmaatschappijen. „De oude rails”, noemt Van der Does ze.

De traditionele betaalwereld mist vaak waardevolle signalen. Bijvoorbeeld als een transactie wordt geweigerd wegens een saldo-tekort: een ouderwets betalingssysteem registreert de reden vaak niet. Bestellingen gaan soms op het laatste moment mis omdat de betaling uit angst voor fraude wordt geweigerd. Dat kan veel slimmer, zag Van der Does, econoom van huis uit. Samen met een groep programmeurs („ik was de enige niet-techneut in het team”) bouwde Adyen zijn eigen rails: een infrastructuur die rechtstreeks aansluit op grote betaal-netwerken, meer data verzamelt en betaalpatronen analyseert met machine learning. De belofte is dat meer bestellingen worden goedgekeurd, en dat levert extra omzet op. „Als een winkelier weet dat een betaling is geweigerd wegens ontoereikend saldo, kun je de consument aan het eind van de maand een mailtje sturen: we hebben je order bewaard, je kunt hier klikken.”

Adyen ontwierp één systeem, dat werkt voor multinationals en voor kleinere winkels, stelt Van der Does. Na Silicon Valley moet dus ook de plaatselijke middenstand overstag.

Zou Adyen ooit een betaalmiddel kunnen zijn? Zo van: ‘dat is dan twee Adyen vijftig?’

„Bij de oprichting hebben we dat niet uitgesloten. We hielden er zelfs in de bedrijfsnaam rekening mee: we zochten een naam die je ook als werkwoord kon gebruiken. Jibe was er eentje van. Als in ‘I’ll Jibe you the money.’

„Maar het is voor ons niet logisch. Je gaat concurreren met andere betaalmethoden. Het is niet prettig voor onze klanten dat wij een relatie met hun consumenten beginnen. Dat doen bedrijven als Amazon wel, die gaan aan jouw klant zitten. Hen van alles aanbieden.” 

Maar waarom dan ‘Adyen’?

„Ik heb ook weleens mensen horen zeggen: ‘Het was vast een latertje in de kroeg, dat je met die naam kwam’. Wij vonden het wel goed, met een A, lekker voorin het alfabet. Het website-adres was vrij, dat scheelde veel geld. Het leek ons niet handig om voor 30.000 euro een webadres te kopen. We wilden liever direct beginnen met bouwen.”

Kijkt u nu anders aan tegen 30.000 euro dan vijftien jaar geleden?

„Nee hoor. Als ik in Italië mijn auto tank en ik moet ineens meer afrekenen omdat ik per ongeluk stopte bij de tank waar ik bediening krijg, dan begin ik een gesprek. Dan denk ik niet: dat is vijftien keer dertig cent, wat maakt het uit. Nee, dan denk ik: dat is niet eerlijk wat jij doet. Dus zomaar 30.000 euro uitgeven vind ik een ontzettende verspilling.”

Wat doet u met uw geld?

„Ik ben totaal passief. Geld moet ontzorgen. Ik rijd in een vijftien jaar oude auto die ik nooit heb vervangen – een Volvo XC90, daar passen veel mensen in. Het is in Nederland altijd een vervelend onderwerp, maar ik ben echt helemaal niet bezig met geld. Het bekende patroon van investeren en onroerend goed kopen, dat spreekt mij niet aan.”

U hebt een bedrijf opgericht en weer verkocht. Investeert u dan ook in…

„Ik investeer niet.”

Waarom niet? Omdat dat afleidt?

„Ik ben er niet goed in. Zeggen tegen een bedrijf: hier heb je wat geld en vertel me over paar jaar maar wat er is gebeurd. Dan ben ik nieuwsgierig wat er gebeurt. Dan ga ik er tijd aan besteden. Het klinkt een beetje flauw, maar je investeert ook om rendement te maken. Maar wat nou als je zegt: dat interesseert me helemaal niks? Ik ben niet iemand die denkt: ik heb daar 5.000 euro in gestopt en nu is het een ton, ik ga een rondedansje maken.”

Verklaren mensen u niet voor gek?

„Ja maar jongens, hoe gaaf is dit wat ik nu doe? We zijn met een groep mensen hier echt iets aan het neerzetten. We zijn niet de schilderijen aan het vernissen, hè? We zijn iets aan het opbouwen. Dat vind ik aantrekkelijker dan pandjesbaas worden.”

Van der Does was jarenlang een fanatiek klimmer – hij bedwong toppen in de Alpen, Schotland en in Patagonië. Het klimmen bouwde zijn karakter, vertelde Van der Does in interviews: „Je leert er zo veel van als je op je eigen krachten bent aangewezen, vooral hoe je met je zwakheden tegenover de machtige natuur moet leren omgaan.”

Al klimt hij niet veel meer, hij kan nog steeds „intens genieten van een goede, perfect uitgevoerde klim”, zegt hij daarover.

Je komt toch boven en that’s it?

„Welnee. Een goed uitgevoerde klim begint bij een verkenning de dag ervoor. Dan ga je slapen en maakt bivak. Je staat vroeg op, eet met frisse tegenzin en begint aan de klim in het donker. De dag van tevoren heb je dat al onderzocht, zodat je niet meteen kansloos de weg kwijt raakt. Soms kun je een klim zo uitvoeren, dat je denkt: hier kunnen ze een film van maken. Dit was er een uit het boekje.”

Klimmen trok een wissel op zijn gezinsleven – als hij nu in de bergen komt, is het voor trektochten. Met een berggids. „Dan vraag ik me af: hoe zou het zijn om zo’n baan te hebben?”

Blijft u bij Adyen tot uw pensioen?

„Op mijn 27ste kocht ik mijn eerste nieuwe wasmachine. De verkoper zei: deze gaat waarschijnlijk twintig jaar mee. Ik dacht: ‘stel je voor dat ik dan 47 ben en mijn onderbroek uit deze wasmachine haal… schiet mij maar lek. Het idee, dat je twintig jaar lang je was uit dezelfde machine haalt. Zo lang hetzelfde doen, wat een slecht plan!

„Ik ga nooit meer berggids worden, dat weet ik ook wel. Maar om dan maar panden te kopen met wat studenten erin? Nee. Een vriend zei laatst: rentenieren voelt als een douche nemen zonder nat te worden. Ondernemerschap gaat over ideeën. In plaats van iedereen te vertellen hoe goed je ideeën zijn, zeg je: ik bewijs het wel. Ik ga het doen.”

Correctie (6 maart 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Joost Schuijff de derde oprichter van Adyen was. Dat was echter John Caspers. Dat is hierboven aangepast.