Opinie

Zo doe je het slachtoffer geen recht

De zaak-Gökmen T. laat zien dat slachtoffers op een verkeerd moment in een proces spreekrecht krijgen, zegt „Stel eerst vast of een verdachte toerekeningsvatbaar is.”
De rechters in de strafzaak tegen de Utrechtse tramschutter.
De rechters in de strafzaak tegen de Utrechtse tramschutter. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De zaak-Gökmen T. laat opnieuw zien dat het spreekrecht voor slachtoffers niet juist is ingebed in het Nederlandse strafproces. Hopelijk geeft deze zaak aanleiding tot herbezinning, zodat toekomstige slachtoffers op een - ook voor henzelf - betekenisvolle manier aan de behandeling van strafzaken kunnen deelnemen.

Vele Nederlandse nieuwsvolgers waren deze week getuige van een ontluisterend vertoon in de Utrechtse rechtbank, waar de behandeling plaatsvond van de tramaanslag van vorig jaar. Een volslagen respectloze verdachte die zijn middelvinger opstak naar rechters, zijn eigen advocaat bespuugde en soms smalend, soms schreeuwend de emotionele getuigenissen van slachtoffers en nabestaanden verstoorde. Maar deze gebeurtenissen waren ook onderdeel van een strafproces waarin vraagtekens geplaatst worden bij de geestelijke gesteldheid van de verdachte. Deze twee elementen van het strafproces – het spreekrecht van slachtoffers en de beoordeling van toerekeningsvatbaarheid – komen in de huidige opzet van de behandeling van strafzaken met elkaar in botsing.

Ontoerekeningsvatbaarheid geldt in Nederland als strafuitsluitingsgrond. De gedachte hierachter is dat degene die een strafbaar feit begaat als gevolg van een geestelijke stoornis, geen verwijt treft. Is de stoornis niet van tijdelijke aard, dan is (gedwongen) behandeling vaak wel op zijn plaats. Hiervoor is de tbs-maatregel in het leven geroepen. Als het feit wel deels aan de verdachte kan worden verweten, kan tbs ook worden opgelegd naast een straf waarvan de hoogte is verminderd.

Aanwijzingen voor stoornis bij Gökmen T.

In het Nederlandse strafsysteem wordt pas in de einduitspraak een oordeel gegeven over de toerekenbaarheid van de verdachte. Dit terwijl er tijdens de zaaksbehandeling al wel sterke bewijzen naar voren kunnen komen, zoals rapportages van het Pieter Baan Centrum, waaruit volgt dat ten tijde van het strafbare feit sprake was van een geestelijke stoornis. Een stoornis, die zich mogelijk tijdens de behandeling van de zaak nog steeds voordoet.

Ook tijdens de behandeling van de zaak Gökmen T. zijn dit soort bewijzen aan bod gekomen. Er zijn sterke aanwijzingen dat T. zwakbegaafd is en een persoonlijkheidsstoornis heeft met narcistische en antisociale trekken. De rechtbank twijfelt zelfs dusdanig aan zijn geestelijke gesteldheid, dat zij in december afgelopen jaar gedwongen een advocaat aan hem heeft toegewezen. De kans dat T. (gedeeltelijk) ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard en tbs krijgt, lijkt daarmee groot.

Slachtoffers krijgen een steeds actievere rol in proces

Onder dergelijke omstandigheden is het de vraag of slachtoffers op een betekenisvolle wijze van hun spreekrecht gebruik kunnen maken. Dit spreekrecht maakt onderdeel uit van een breder pakket aan slachtofferrechten, dat in de afgelopen jaren is ingevoerd om de positie van slachtoffers in het strafproces te versterken. Slachtoffers krijgen hierdoor een steeds actievere rol in de strafrechtspleging, zoals ook bleek uit het wrakingsverzoek dat op donderdag werd ingediend door de gemachtigde van een van de slachtoffers van de tramaanslag.

Het spreekrecht is bedoeld als mogelijkheid voor slachtoffers om zonder onderbrekingen hun verhaal te doen over de gevolgen die het misdrijf voor hen persoonlijk heeft gehad. Voor slachtoffers (en nabestaanden) kan dit een rol spelen in het rouw- en verwerkingsproces. Maar kan het die functie wel hebben, als de – mogelijk niet toerekeningsvatbare – verdachte het leed alleen maar vergroot door zijn opstelling ter zitting? Een opstelling die mogelijk wordt veroorzaakt door dezelfde geestelijke stoornis die tot het misdrijf heeft geleid?

Stel eerst de toerekenbaarheid van verdachte vast

De hiervoor geschetste spanning kan worden opgelost door het slachtofferspreekrecht een andere plek te geven in de strafbehandeling. Een mogelijkheid is het invoeren van een zogenaamde ‘sentencing hearing’, naar Angelsaksisch voorbeeld. Staat eenmaal vast dat de verdachte schuld heeft aan het feit, dan vindt een aparte zitting plaats waar het slachtoffer zich kan uitlaten over de impact die de daad op hem of haar heeft gehad. Dit kan vervolgens worden meegewogen bij de strafoplegging. Is een verdachte in een eerder stadium (volledig) ontoerekeningsvatbaar verklaard, dan kan van een straf geen sprake zijn. In dat geval dient zo’n sentencing hearing ook achterwege te blijven. Uiteraard kan dan wel gelijk een begin worden gemaakt met een eventuele tbs-behandeling.

Lees ook: Gökmen T. provoceert tot het de rechtbank te veel wordt

Het slachtofferspreekrecht is een groot goed en een belangrijk middel om de rol van het slachtoffer in het strafproces te versterken. Laten we ernaar streven om dit recht ook zo goed mogelijk tot uitdrukking te laten komen, door het de juiste plek te geven in de strafrechtspraak.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.