Wáár moeten we niezen?

Dat ene plekje waar we nu allemaal moeten niezen, hoe heet dat eigenlijk? Genootschap Onze Taal riep op een naam te verzinnen. peilt de reacties.
Illustratie Renske de Greef

‘Het-holletje-achter-mijn-elleboog-niesplekje”, oppert ene Theo Keller. Het is zijn antwoord op de vraag die het Genootschap Onze Taal op Facebook stelde: hoe moeten we dat ene plekje waar we het beste kunnen niezen noemen? Dat plekje is plots relevant geworden, nu sinds Covid-19 het advies luidt om te hoesten in je… elleboogoksel? Snotterholte? Anatomische hoestdoos? In je handen niezen zorgt alleen maar voor verspreiding van het virus.

Onze Taal werpt vaker taalvraagstukken als deze op. Het leidde in het verleden tot de uitverkiezing van het woord ‘beurtbalkje’ voor het balkje waarmee je boodschappen op de kassaband scheidt. En hoewel ‘nies in je elleboog’ een helder advies lijkt, blijkt niet iedereen te snappen wat daarmee wordt bedoeld. „Ik moest zo hard lachen toen ik op het nieuws hoorde dat je in je elleboog moest niezen”, luidt één reactie. „Eraan likken lukt toch ook niet?”

Lees ook de column van Japke-d Bouma: Niezen doe je maar thuis

In de reacties van mensen die wel snappen dat het om de binnenkant van je elleboog gaat, kunnen we ruwweg twee stromingen onderscheiden. Een die een woord kiest dat samenhangt met niezen, en een die een meer neutrale benaming voor de plek op het lichaam wil. Een vrouw oppert in de reacties op Facebook ‘elleproest’. Ze vindt het RIVM-advies overigens niet per se hygiënisch. „Dat wordt een crispy gebeuren daar”, zegt ze.

Geen niesplekje maar een vies plekje

Ze is niet de enige die twijfels heeft over het niesadvies. „Pak gewoon een tissue, gooi die weg en was je handen”, zegt een man die reageert. Maar als het dan toch een naam moet krijgen, oppert hij „potentiële, vrij toegankelijke besmettingshaard”. Een ander sluit zich daarbij aan: „het is geen niesplekje, maar een vies plekje”.

Een moeder bedacht een andere oplossing. Zij leerde haar kinderen de „dabnies”. Best logisch, Sports Illustrated omschreef de dansstijl ‘dabben’ eerder als leunen in je elleboog „alsof je niest”. Cooler dan dat nies je niet. Maar ook de „hatsjhoek”, het „nieshoekje” en de „groene belleboog” zouden nog aan kunnen slaan bij de kleintjes – geen onbelangrijke doelgroep voor deze boodschap.

Meer gericht op volwassenen lijken de corona-onafhankelijk lichaamsbenamingen „elleholte” of „elleboogplooi”. Nee, zegt Carola Janssen, die zelf „aksel” oppert, er móét een ‘k’ in het woord. „Want die zit bij knie, enkel, nek – overal waar het knakt of knikt.” Behalve de pols, vingers, rug en tenen dan. Anderen kiezen niet voor een ‘k’ maar zoeken naar een mooie alliteratie, zoals de „snotgrot”, „niesnis”, „coronacorner” of „vochtbocht”.

De kinderen van een moeder met Friese wortels zochten het antwoord in het Fries. Daar is de knieholte een ‘hokse’ en de elleboog een ‘earmtakke’, legt ze uit. Een en een is volgens haar kinderen dan natuurlijk: „de earmtakhokse”.

Paul Frenay schrijft op Facebook dat hij niet snapt waarom het zo moeilijk moet, het is toch gewoon de „ellekom”? De overeenkomst met de plaatsnaam (Ellecom met een c – op de Veluwe) is des te beter, zegt Frenay: „Volgens MijnGelderland.nl betekent Ellecom iets in de trant van ‘woonplaats aan een waterloop of het water’.” Dus: voel je zo’n waterloop opkomen, laat ’m stromen in je ellekom.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.