Vrij zijn is...een potje biljarten

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur?

Een doodgewone maandag in een Rotterdams straatje. Vanaf een uur of tien druppelen mannen met keutassen Biljartsociëteit Kralingen binnen.

„Een vaste groep”, zegt Piet van de Ree (84). Zelf is hij al 49 jaar lid van Biljartvereniging Kralingen, die hier gehuisvest is: „We begonnen in 1971 als personeelsvereniging van de PTT. We biljartten in de kelder van het postkantoor op de Avenue Concordia, tot we daar in 1996 werden uitgezet.” De vereniging nam het heft in eigen hand en kocht een lege autoshowroom enkele straten verderop. „We gingen klussen. Gelukkig hadden we veel technische mensen.”

In de lage ruimte lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Veel bruin en beige, gebloemde gordijnen, prijzenkasten. Achter de bar hangen bordjes: ‘Koffie 1,20’, ‘Rum-cola 2,50’, ‘Broodje rookworst 1,70.’ En: ‘Morgen is het bier gratis.’ De fotogalerij laat zien dat de leden divers zijn wat betreft leeftijd (niet-pensionado’s) en afkomst.

De biljartvereniging, een van de laatste van de stad, telt zeventig leden. Voor negen euro per maand kun je vrij spelen en meedoen aan toernooien en competities: driebanden, libre of bandstoten.

De ballen tikken tegen elkaar. Zacht klinkt ‘I Never Promised You A Rose Garden’ boven de tafels. „Bij wedstrijden is het doodstil”, zegt Van de Ree. „Dan staat iedereen stijf van de zenuwen. Biljarten is een concentratiesport.” Op maandag spelen ze oefenpotjes. „Mooie bal, joh”, roept iemand.

Ondernemer Aalt Finke (60) is er vandaag voor het eerst. Op zijn veertiende biljartte hij vaak in het café in Crooswijk en hij wil het weer oppakken. „Dit is een unieke plek. Vroeger stonden er door de hele stad biljarttafels. Dat zie je nu niet meer.” Finke begint met een potje driebanden (waarbij de speelbal minimaal drie keer een van de randen van de tafel moet raken voor hij de derde bal raakt) tegen trouw lid Wim Koedood, die hem van tips voorziet.

Arno de Leest (63), een van de laatste oud-PTT’ers, komt elke maandag tegen elven en blijft tot een uurtje of zeven. Hij speelt competitie: „Je gaat naar Brielle, Capelle of Maasdam.” Twee jaar geleden haalde hij het nationale kampioenschap bandstoten in Beverwijk. „Ik krijg er nog kouwe rillingen van.”

Om een uur of één is het tijd om te lunchen. Koedood loopt naar de keuken. Broodje bal maken, voor wie wil. Van de Ree moet naar thuis: „Ik heb vanavond weer bardienst.” En Finke gaat aan het werk. Het biljarten zit nog in zijn vingers en hij is voldaan: „Je bent even helemaal in een ander wereldje. Je moet goed nadenken, anders bak je er niks van.”