Voormalig topaanklager toch vervolgd voor seks met minderjarige

Openbaar Ministerie Voormalige plaatsvervangend hoofdofficier van het functioneel parket Vincent L. kan alsnog worden berecht voor seks met minderjarige, oordeelt het gerechtshof in Den Haag.

Vrouwe Justitia. Beeld ter illustratie.
Vrouwe Justitia. Beeld ter illustratie. Foto Lex van Lieshout/ANP

Het Openbaar Ministerie krijgt alsnog toestemming om de 46-jarige voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van het functioneel parket, Vincent L., te vervolgen wegens het hebben van betaalde seks met een zestienjarige jongen. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag donderdagmiddag bekendgemaakt.

In november besloot de rechtbank in Den Haag dat de verdachte buiten vervolging moest worden gesteld, zoals zijn advocaat had gevraagd. De rechtbank vond het niet juist dat de strafzaak werd behandeld door twee officieren van justitie van het Amsterdamse parket. Omdat de genoemde hoofdofficier van justitie en deze officieren werkzaam waren in hetzelfde arrondissement had de Hoge Raad de zaak verwezen naar de rechtbank Den Haag. De hoogste rechter had uitdrukkelijk bepaald dat ook de vervolging verder door officieren van justitie van het Haagse parket moest plaatsvinden. Dit om te zorgen voor een onpartijdige vervolging en berechting van de verdachte.

Plaatsvervangende officieren

Het OM had echter geen andere officieren van justitie ingezet, maar er voor gekozen de officieren uit Amsterdam de zaak in Den Haag te laten behandelen, als plaatsvervangend officieren in Den Haag. Het OM meende immers dat onpartijdigheid was gewaarborgd omdat de Amsterdamse aanklagers niet op het – eveneens in Amsterdam kantoor houdende – functioneel parket hebben gewerkt.

Het gerechtshof oordeelt nu dat „mede gelet op nieuwe informatie met betrekking tot de handelwijze van het OM het hof niet tot het oordeel komt dat nu al vaststaat dat de kernwaarden van het wettelijk systeem zijn genegeerd, waardoor de waarborgen van een onpartijdige vervolging en berechting zijn geschonden”.

Niet ontvankelijk verklaard

De rechtbank vond de handelwijze van het OM eerder wel in strijd met het wettelijk systeem en met de beslissing van de Hoge Raad. Een officier van justitie die wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit moet volgens de rechtbank worden vervolgd op zo’n manier dat de schijn van bevoordeling of benadeling van hem wordt vermeden. Dat was hier nu niet gebeurd. Het gevolg daarvan was dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk werd verklaard in de strafvervolging. Het OM was tegen dit besluit in hoger beroep gegaan.

Het hof heeft wel kritiek op het OM. „Het handelen van het Openbaar Ministerie in de onderhavige zaak kan als onhandig en bijzonder ongelukkig worden gekwalificeerd. Door de twee zaaksofficieren te handhaven heeft het onnodig discussie laten ontstaan over de (schijn van) partijdige vervolging van de verdachte”.

Het is nog niet duidelijk wanneer het proces tegen Vincent L. nu begint.