Wouter Beekers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.

Foto David van Dam

Interview

Partij-ideoloog ChristenUnie: ‘Thierry Baudet schreef rake analyses’

Wouter Beekers | partij-ideoloog ChristenUnie Hij vindt dat de ChristenUnie moet kunnen praten, zelfs moet kunnen regeren, met FVD en de PVV. „Rechts heeft de wind in de zeilen.”

Tien jaar geleden voerde Wouter Beekers (40), toen nog CDA-lid, fel actie tegen de gedoogrol van de PVV voor het kabinet-Rutte I. Hij stapte een paar jaar later over naar de ChristenUnie, waar hij sinds 2013 directeur is van het Wetenschappelijk Instituut. Daarmee is hij de belangrijkste ideoloog van de ChristenUnie. Nu zegt hij dat hij „het niet nog een keer zo zou doen”. Deed hij wel recht aan het democratisch proces? Was niet alleen de PVV, maar ook hijzélf te polariserend geweest? „Ik bleef worstelen: heb ik dat toen wel goed gedaan?”

Dus vindt hij dat zijn partij zou moeten praten, en eventueel zelfs moet kunnen regeren met Forum voor Democratie en de PVV. Landelijk, maar ook lokaal en provinciaal zou over coalitievorming gepraat kunnen worden. Zo’n samenwerking ligt gevoelig. De ChristenUnie vermeed tot nu toe in de gemeenten en provincies samenwerking met PVV en FVD, de ChristenUnie wilde in het Europees Parlement niet in één fractie met FVD.

In Noord-Brabant zou de ChristenUnie volgens Beekers niet moeten weglopen voor onderhandelingen over een nieuw provinciebestuur met VVD, CDA én FVD. Hij vindt dat „alle politici” het boek De aanval op de natiestaat van FVD-leider Thierry Baudet moeten lezen. „Je krijgt er geen virus van door het ter hand te nemen. Ik vind dat er rake analyses in staan. Die vind ik interessanter dan zijn optredens, die ik plat vind en waarmee hij uit de bocht vliegt.”

Lees ook: CU-leider Segers neemt afstand van partij-ideoloog over FVD

In een artikel voor het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken dat deze vrijdag online verschijnt, schrijft Beekers een essay over ‘het nieuwe nationalisme’ waar PVV en Forum voor Democratie volgens hem voor staan. En waarop, vindt hij, andere politieke partijen „geen antwoord” hebben. Het gaat hem „haast vermoeien” zich te distantiëren van het gedachtegoed van Wilders of Baudet. Hij wil van het „taboe” af op nationalisme, en pleit voor „een gezond eigen verhaal van nationale trots”.

De aanleiding voor zijn stuk: deze maand is het veertig jaar geleden dat de Centrumpartij werd opgericht. Beekers noemt het „aanbevelenswaardig” de teksten van die partij terug te lezen. Die gaan óók over „grenzen aan de groei”, begrenzing van migratie „uit ecologisch oogpunt” of kritiek op het kapitalisme.

In een Haags café zegt Beekers: „We schrokken toen enorm van hun slogan ‘vol is vol’. Maar als je redeneert vanuit een gezond nationalisme vind ik het een gezonde vraag: hoeveel verandering kan een gemeenschap dragen? Als gevestigde politieke partijen gaan we dat uit de weg.”

Ook de coalitie die er nu is, en waar uw partij in zit?

„Ja. We hebben een beleid dat op papier het vluchtelingenverdrag volgt en we hebben vrij verkeer van personen – een heilig uitgangspunt in Europa. Maar in de praktijk hebben we een cynisch fort Europa gebouwd. Kijk naar Griekenland: mensen komen daar nog steeds wanhopig naar toe. En voor de mensen hier is niet duidelijk wat er op hen afkomt.”

Wat zou dan, in uw woorden, een ‘gezond nationalistische’ oplossing zijn?

„Je hoort CDA-bewindslieden als Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra over migratie praten. Bijvoorbeeld over een quotum. Ik denk: laten we dat dan ook maar gewoon doen. Laten we aantallen noemen, hoe pijnlijk ook want het gaat om mensen in nood. Van de arbeidsmigratie profiteren we als land, maar het vraagt ook veel van mensen. Vooral in de grote steden.”

Hoe zou zo’n quotum er volgens u dan uit moeten zien? Hoeveel mensen moet Nederland toelaten?

„De afgelopen decennia hebben we gemiddeld zo’n 25.000 asielverzoeken per jaar gekregen, met soms wel heftige pieken. Ik zou zeggen: laten we dat getal als een soort bovengrens beschouwen.”

Hoeveel verandering kunnen we dragen? Als gevestigde politieke partijen gaan we die vraag uit de weg

Uw partij is voor het kinderpardon, het gaat er vaak over barmhartigheid en naastenliefde. Als u over ‘gezond nationalisme’ begint in uw partij, hoe zijn dan de reacties?

„Ik merk dat veel leden het dilemma ook wel voelen. Op een bijeenkomst die we organiseerden over migratie was er een heel bevlogen man die in de Pauluskerk in Rotterdam werkt. Hij kwam naar voren om over barmhartigheid te praten. Maar ook hij zei: ‘In onze kerk is het aantal plekken beperkt.’”

Was u zelf voor het kinderpardon?

„Ik had daar flink wat vragen bij. In ons tijdschrift heb ik er een kritische column over geschreven. Ik wil redeneren vanuit rechtvaardigheid. Om het hard te zeggen: doekjes voor het bloeden kunnen heel gevaarlijk zijn. Als je vanuit Europa niet duidelijk bent over wat je kunt betekenen voor mensen en wat niet, beginnen mensen uit wanhoop de overtocht over de Middellandse Zee en stuiten ze op onze muur. De problematische kant van het kinderpardon is dat je onduidelijkheid creëert en valse verwachtingen wekt. Maar het is ook pijnlijk. We hebben zelf in ons beleid steken laten vallen, waardoor procedures lang werden en mensen geworteld zijn geraakt.”

Lees ook ons interview met partijleider Gert-Jan Segers: 'We proberen de heimwee te verdoven'

Wat vonden partijgenoten van uw column?

„Ik kreeg vragen als: ‘Hoe sta jij dan in het leven? Voel jij de nood van die mensen niet?’ En zoals het nu gaat: rechts heeft de wind in de zeilen. En als er in de coalitie van Rutte III één partij is die moet letten op kinderen die zijn vastgelopen in de procedures of op mensen in noodsituaties, zijn wij het als ChristenUnie. Maar je moet de dilemma’s niet uit de weg gaan.”

Sterker: u pleit voor samenwerking met Thierry Baudet.

„Ik dacht ooit ook dat er een dam moest worden opgeworpen. Nu denk ik: kun je dat zomaar doen tegen zo’n hele groep kiezers? We moeten oppassen met redeneren vanuit een soort besmettingsgevaar. Onze democratische hoop is dat we problemen die gewelddadig kunnen worden opgelost, juist vreedzaam beslechten. Dan moet je iedereen erbij betrekken.”

Vindt u dat Thierry Baudet zich racistisch uit?

„Dat vind ik te sterk uitgedrukt. Ik zou het eerder, in zijn termen, homeopathisch verdund racisme noemen. Hij speelt op de grens en dat vind ik niet minder gevaarlijk. Ik woon in Rotterdam en merk dat multicultureel samenleven niet makkelijk is. In zo’n context mensen tegenover elkaar zetten is bloedlink.”

U scheidt Baudets werk en politieke gedrag van elkaar?

„Je kunt niet zeggen: die man schrijft goede werken, dus moet je politiek met hem samenwerken. Maar ik vind dat we als politieke gevestigde orde de intellectuele grondslagen van deze beweging moeten kennen en erover moeten nadenken.”

In 2018 mocht de lokale afdeling van de ChristenUnie in Den Helder niet met de PVV praten over coalitievorming. Was dat verkeerd?

„Daar is toen op landelijk niveau druk op uitgeoefend, en daar heb ik bedenkingen bij. Het is niet goed als de landelijke partijtop een absoluut cordon sanitaire om zulke partijen legt.”

Dus landelijke samenwerking met PVV of FVD moet ook mogelijk zijn?

„Dat is een logisch uitvloeisel. Je moet wel. PVV en FVD vertegenwoordigen de stroming van het nieuwe nationalisme. Met recente uitspraken hebben hun leiders zich voorlopig gediskwalificeerd voor serieuze gesprekken. Maar dat is iets anders dan categorisch uitsluiten. Je mag wel van die partijen verwachten dat hun leiders kritisch naar zichzelf kijken. En wij moeten laten zien: we willen met jullie praten over de reële zorgen van mensen.”

Is er een principiële grens die Baudet en Wilders van u niet over mogen gaan?

„Ik vind dat journalisten en politici deze vraag veel te vaak opwerpen. Thierry Baudet zegt iets, wij reageren erop en trekken rode lijnen, en daar gaat hij vervolgens weer op lopen. Zo dansen we helemaal zijn dans.”

Gaat uw verhaal wat losmaken in uw partij?

„Het is spannend. Ik maak me zorgen over dat spel van polarisatie, maar ook over hoe we ons laten meeslepen en ik merk dat het dan moeilijk is om in het midden te gaan staan en te zeggen ik laat me niet afleiden door dit geweld.”

U bent bevriend met partijleider Gert-Jan Segers. Hoe wilt u hem overtuigen?

„Ik heb hier al jaren mooie gesprekken met hem over. Zijn laatste boek begint met het beeld van de ‘verweesde samenleving’ van Pim Fortuyn. Dat vind ik mooi. Ik kijk kritisch naar mijn partij, dus ook naar Gert-Jan. We moeten ons niet laten meesleuren door Baudets dynamiek van polarisatie. We hebben politieke leiders nodig die dat spel niet spelen en los daarvan beoordelen of samenwerking nodig is of niet.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.