Recensie

Recensie Boeken

Seks, naakt en activisme? De jaren 60 waren lang niet zo wild als we denken

Tijdgeest De protestgeneratie van die woelige jaren stelde in Nederland minder voor dan gedacht. Veel veranderingen waren al eerder in gang gezet, zo schrijft historicus Piet de Rooy in zijn nieuwe boek.

Het Holland Pop festival in het Kralingse Bos in 1970
Het Holland Pop festival in het Kralingse Bos in 1970 Foto ANP FOTO/MUSEUM DE DUBBELE PALMBOOM

Met een beetje geluk had je vroeger ook zo’n geschiedenisleraar. Eentje op wie de onderwijsvernieuwingen geen vat leken te hebben gehad. Een leraar die gewoon goed een verhaal kon vertellen.

Piet de Rooy is historicus en verhalenverteller, anders dan veel van zijn vakgenoten schuwt hij de grote greep niet. Alles! En wel nu! heet zijn nieuwe boek, met als ondertitel Een geschiedenis van de jaren zestig. Maar De Rooy (1944), hoogleraar Geschiedenis van Nederland voordat hij in 2009 met emeritaat ging, beperkt zich niet tot dat ene decennium, hij trekt lijnen van de negentiende tot in de eenentwintigste eeuw.

Het past mooi binnen het thema van de boekenweek, want de jaren zestig dat was een tijd van rebellen. Toch?

Piet de Rooy begint zijn boek met een handzame samenvatting van het tijdvak. Internationaal waren er twee hoogtepunten: de Parijse protesten van ‘mei 1968’, met onder meer de bezetting van de Sorbonne. En de Woodstock Music & Art Fair, een jaar later in de VS, waar Jimi Hendrix zijn geheel eigen versie van het Amerikaanse volkslied speelde. Beide evenementen kregen een Nederlandse pendant: de bezetting van het Maagdenhuis (het bestuurlijke centrum van de Universiteit van Amsterdam) en het Holland Pop Festival in Kralingen.

En dan schrijft De Rooy: ‘Dit beeld van „the sixties” dat zich in de collectieve herinnering heeft gevestigd, is in het decennium zelf ontworpen. Van het begin af aan was het een constructie die in hoofdzaak door twee groepen werd opgetrokken: actievoerende rebellen en nieuwe, zelfbewuste journalisten.’

Euh, een constructie? Wat klopt er dan niet?

Journalisten zagen het niet langer als hun taak onpersoonlijk verslag te doen van gebeurtenissen, schrijft De Rooy. Ze wilden de bestaande verhoudingen kritisch beoordelen en tekortkomingen onthullen. De ‘rebellen’ van Provo wentelden zich in de media-aandacht, al bestond de kerngroep van deze protestbeweging uit niet meer dan een stuk of tien mensen. ‘De aandacht die de rebellen kregen, stijfde hen in hun zelfoverschatting, zoals omgekeerd de journalisten hun nieuwe veroverde status konden etaleren door vrijwel elke uiting van de rebellen serieus te nemen.’

Generatiestrijd

Op het beeld van de jaren zestig zoals dat in ons collectieve geheugen een plek heeft gekregen worden vaak grote woorden geplakt. Tijdgeest. Generatiestrijd. Secularisatie. Seksuele revolutie. De Rooy neemt geen genoegen met die etiketten.

Neem generatiestrijd. Als het gaat over de jaren zestig dan wordt doorgaans verwezen naar het boek van Hans Righart uit 1995, De eindeloze jaren zestig. Geschiedenis van een generatieconfict. Righart op zijn beurt was schatplichtig aan het werk van socioloog Henk Becker, die een onderscheid maakte tussen de vooroorlogse generatie (1910-1930), de stille generatie (1930-1945), de protestgeneratie (1945-1955) en de verloren generatie (1955-1970).

Bij Righart, schrijft De Rooy, gaat het met name om de vooroorlogse generatie en de protestgeneratie. Die raakten met elkaar in conflict. Totdat de vooroorlogse generatie in opvattingen en gedrag ‘jonger’ werd en de protestgeneratie ‘ouder’, ‘doordat ze zichzelf ernstiger ging nemen’. Op 13 mei 1967 hief Provo zichzelf op.

‘Het is een interessante these’, merkt De Rooy beleefd op, maar het probleem is: prominente vertegenwoordigers van de protestgeneratie zijn eigenlijk te oud voor dit model. Om er enkelen te noemen: politicus Hans van Mierlo (1931), kunstenaar Robert Jasper Grootveld (1932), feministe Joke Smit (1933). ‘De sixties werden niet zozeer gedragen door twintig-, maar door dertigjarigen.’

Piet de Rooy was ooggetuige van de geschiedenis waarover hij schrijft: hij studeerde in de jaren zestig in Amsterdam. Met het activisme van studenten viel het wel mee, nuanceert hij verder. Een belangrijk motief in dat activisme was de weerzin tegen de oorlog in Vietnam. Maar de belangstelling voor Vietnam was ‘soms van nogal abstracte kwaliteit’. Student De Rooy schreef zich in voor een college van Jan Pluvier, gespecialiseerd in Aziatische geschiedenis. Er was geen zaal nodig voor alle belangstellenden, een kamer was genoeg voor ‘het handjevol studenten’.

Affectie

De Rooy schept orde in de chaos van de jaren zestig door onder de oppervlakte te speuren naar meer structurele veranderingen. Op het gebied van seksualiteit bijvoorbeeld. Ja, er was vaker sprake van seks buiten het huwelijk. Maar niet van losbandigheid onder pubers. Affectie bleef een voorwaarde. Hij citeert kunstenares Gisèle van Waterschoot van der Gracht die opmerkte dat de zeden in de jaren dertig in haar omgeving weinig verschilden van die in de jaren zeventig: ‘Wij waren destijds preutser noch trouwer, we praatten er alleen niet over in de kranten en op de televisie’. Wat wél veranderde: naakt werd steeds zichtbaarder in de open ruimte.

Lees ook: In de jaren 60 was de wereld voor het laatst vertrouwd

En het was ook zichtbaar dat de kerken steeds minder vol zaten. En dat confessionele partijen aanhang verloren. Maar deze fundamentele veranderingen hadden in de jaren zestig al een lange voorgeschiedenis en ze stopten ook niet aan het einde van het decennium. ‘De wereld is geen toneel waarvoor iedere dag opnieuw het doek wordt opgehaald.’

De Rooy verontschuldigt zich min of meer voor het feit dat hij af en toe een persoonlijke ervaring deelt. Dat hindert helemaal niet – hij doet het zeer bescheiden. Eén kritische kanttekening: deze recensent is van een generatie die het allemaal niet meemaakte. En de geschiedenisles op school stopte snel na de Tweede Wereldoorlog.

Maar De Rooy gaat ervan uit dat de lezer niet te veel wil lezen over wat er eigenlijk gebeurde in de jaren zestig. Aktie Tomaat wordt genoemd – zonder veel toelichting. Voor de jongere lezer was iets meer geschiedenis helemaal niet hinderlijk geweest.

Maar Piet de Rooy vertelt een goed verhaal.